Verdachten vrijuit na fouten OM

Het Openbaar Ministerie heeft bij onderzoek naar grootschalige softdrugshandel zoveel fouten gemaakt dat het ‘niet ontvankelijk’ is verklaard bij verdere vervolging van zestien verdachten in deze zaak.

Zo werden telefoongesprekken van verdachten met advocaten onrechtmatig afgeluisterd en zaten er fouten in de uitwerking van de telefoontaps, waardoor een afgeluisterd gesprek over een auto ten onrechte werd beschreven als een gesprek over xtc.

Dat heeft de rechtbank in Zutphen, waar zestien verdachten terecht stonden in de zogeheten TomPoes-zaak, gisteren besloten. De opnamen van telefoontjes met advocaten, geheimhoudersgesprekken, hadden onmiddellijk vernietigd moeten worden. Ze hebben nu het opsporingsonderzoek ten onrechte beïnvloed, aldus de rechtbank.

Het is vaker voorgekomen dat strafrechtelijk onderzoek strandt doordat justitie dergelijke ten onrechte getapte telefoontjes in de dossiers opneemt. Twee jaar geleden gingen 22 Hells Angels vrijuit omdat verzuimd was de opnamen van gesprekken met advocaten te vernietigen. Vorig jaar gebeurde dat in een omvangrijke hypotheekfraudezaak bij de rechtbank in Rotterdam. Begin dit jaar moest justitie een strafzaak staken tegen een wapenhandelaar omdat telefoontaps van gesprekken met zijn advocaat ten onrechte in de dossiers waren opgenomen.

Naast de verboden telefoontaps zag de rechtbank in de TomPoes nog veel meer missers van het Openbaar Ministerie. Door die opeenstapeling van fouten kwam „de waarheidsvinding in het geding”. Zo is het onduidelijk waarom justitie in 2006 met het onderzoek begon. Verder concentreerde het onderzoek zich van meet af aan op één verdachte familie uit Apeldoorn. Daarbij werden opsporingsmethoden gebruikt zonder de vereiste processen-verbaal en procedures.

Aan verdachten die niet tot de ‘familieclan’ behoorden, werden toezeggingen gedaan in ruil voor belastende verklaringen. Gericht rechercheren op één familie, is niet onrechtmatig, aldus de rechtbank, maar dan dienen de uitkomsten van dat onderzoek „extra kritisch” te worden bekeken.

De rechtbank nam het justitie ook kwalijk dat advocaten van de verdachten belangrijke processtukken zijn onthouden. De verdediging kreeg die pas nadat ze daarop had aangedrongen. Volgens de officier van justitie berustte het achterhouden van stukken op een misverstand. De rechtbank zag er bewust handelen in.

Het Openbaar Ministerie gaat in hoger beroep tegen de uitspraak.