'Veiligheid in het noorden zal verslechteren'

Ook in het noorden van Afghanistan groeit de invloed van de Talibaan en andere opstandelingen. De NAVO heeft dat genegeerd, vindt een gouverneur.

Generaal Mohammad Atta Noor, gouverneur van de noordelijke Afghaanse provincie Balkh, zit op zijn gemak in zijn enorme, weelderige kantoor in Mazar-i-Sharif. Zijn rustige voorkomen verhult een positie die wel ongemakkelijk móet zijn. De voormalige commandant van de Noordelijke Alliantie, die zij aan zij vocht met Ahmad Shah Massoud, heeft president Hamid Karzai getrotseerd en diens rivaal Abdullah Abdullah gesteund bij de recente presidentsverkiezingen, die Karzai lijkt te gaan winnen.

Atta, zoals hij in Afghanistan genoemd wordt, is een van de machtigste gouverneurs van het land – zijn provincie grenst aan Turkmenistan, Oezbekistan en Tadzjikistan –, maar hij is afhankelijk van Karzai. Ironisch genoeg is hij door Karzai aangesteld, in 2004, als tegenwicht voor de invloed van krijgsheer Rasheed Dostum. Tijdens de verkiezing in augustus bezorgde Dostum Karzai veel stemmen van de Oezbeekse minderheid, waardoor Atta’s politieke positie lastig werd.

In de afgelopen maanden heeft Atta ook te kampen gekregen met de verslechterende veiligheid in zijn provincie, die voorheen een van de stabielere van Afghanistan was. „De oorlog zal de huizen bereiken in de noordelijke provincies”, voorspelt hij in het gesprek, waarin hij zich kritisch uitlaat over de regering en de internationale gemeenschap die het groeiende gevaar volgens hem hebben genegeerd. „We hebben hier veel bereikt in ontwikkeling en met de economie. Maar de internationale gemeenschap heeft ons niet geholpen met de veiligheidssituatie en nu zitten wij met de gevolgen. Drie jaar lang heb ik dit tegen de regering gezegd. Ik heb de internationale troepen gewaarschuwd voor de Talibaan, maar ze hebben niet geluisterd.”

De gouverneur wijst erop dat de Talibaan zich gevestigd hebben in districten van de aangrenzende provincies. „Ze zijn aangekomen in Bala Murghab ten westen van ons, in de provincie Faryab, in Char Dara in Kunduz en in de provincie Baghlan. Ik ben zelf commandant geweest. Ik begrijp de voortekenen. Ik weet dat de situatie zal verslechteren.”

De Talibaan zijn nog niet doorgedrongen tot Balkh, maar Atta beschuldigt opstandelingen en politieke tegenstanders ervan wapens te verspreiden in drie districten. „Dat doet Hezb-i-Islami”, zegt hij, doelend op de beweging van krijgsheer Gulbuddin Hekmatyar, die tegen de regering en de buitenlandse missie vecht. Hij noemt ook een gouverneur in een zuidelijke provincie, terwijl hij zelf vanuit de regering ook wordt beschuldigd van wapensmokkel voor zijn aanhangers.

Veiligheidsexperts hebben nog geen bewijzen van wapensmokkel gevonden, maar zijn het er over eens dat ook Balkh instabieler wordt. Ze voorspellen dat de onveiligheid zal toenemen, mogelijk ook door de plannen van de NAVO om de bevoorrading van de missie deels via het noorden te laten verlopen. Dat moet een alternatief zijn voor de zuidelijke routes, waar konvooien geregeld worden aangevallen. Ook Atta vreest dat de konvooien de onveiligheid vergroten, maar zegt erbij dat dit proces al lang geleden is ingezet.

Het besluit van de NAVO voor de alternatieve routes – vanuit Tadzjikistan door Kunduz of vanuit Oezbekistan door Balkh – is gebaseerd op de vroegere veiligheidssituatie, en er zijn weinig aanwijzingen voor een nieuwe strategie om het geweld te bestrijden. De Duitse en Zweedse troepen in het noorden mogen volgens hun mandaat geen offensieve operaties uitvoeren. De krijgsregels zijn onvoldoende aangepast aan de nieuwe realiteit.

De gouverneur is zich er zeer wel van bewust dat hij om zijn positie te behouden nieuwe toenadering moet zoeken tot de toekomstige regering. Hij maakte daarom zorgvuldig onderscheid tussen Karzai en diens adviseurs. „Karzai, zegt hij, „is een goede man, die ik respecteer”. Maar zijn team zit „vol met zwaktes”.