Slechte natuur? Westerschelde werd eerder altijd goed genoemd

Is de Westerschelde er wel zo slecht aan toe dat ontpoldering nodig is? Vorige ministers van Natuur vonden van niet, zo blijkt uit dossiers.

Verwarring in de Zeeuwse Provinciale Staten, afgelopen vrijdag. Fractievoorzitter Johan Robesin van de Partij voor Zeeland neemt het woord om pardoes mee te delen dat ontpoldering van de Hedwigepolder – waarover morgen in het kabinet wordt besloten – helemaal niet nodig is. Uit documenten blijkt dat de voorgangers van minister Verburg (Natuur, CDA) de Westerschelde steevast hebben aangemerkt als een gebied in „goede staat van instandhouding”.

En inderdaad. Er wordt de laatste jaren niet anders over de Westerschelde gesproken dan als een gebied in nood. In alle stukken staat dat het zich bevindt in een „zeer ongunstige staat van instandhouding”. Maar achtereenvolgende bewindslieden hebben het in 1998, 2003 en 2004 aangemerkt als een gebied in „goede” staat.

Het verstrekken van de kwalificatie was vereist vanaf 1998, toen de EU de lidstaten vroeg gebieden van Europees belang aan te melden voor Natura 2000, het Europese netwerk van natuurgebieden.

Tegenstanders van ontpolderen willen nu aantonen dat grootschalig herstel van de Westerschelde onnodig is. Want het gaat „goed” met de estuaria en de schorren, de kenmerken van het gebied die van Europees belang zijn.

Het lijkt op het eerste gezicht een fout van het ministerie. SGP-Kamerlid Kees van der Staaij wilde weten hoe het kan dat de conservation status consequent is beoordeeld als „goed”? Vorige week kreeg hij antwoord. Verburg legt per brief uit dat het begrip conservation status jarenlang is uitgelegd als „de juridische beschermingsstatus van een gebied, mede gelet op het feit dat er in die fase nog geen sprake was van deugdelijk onderbouwde ecologische gegevens”. Pas later, schrijft Verburg, kwam LNV op last van Europa met een ecologisch oordeel. „Op basis van wetenschappelijk onderzoek is die status voor de estuaria in de Westerschelde niet anders dan als zeer ongunstig te kwalificeren.” Alle reden dus om de verloren gegane estuariene natuur te herstellen, bijvoorbeeld door ontpolderen.

Niet iedereen is over de brief tevreden. Vooral omdat Brussel altijd al een ecologisch oordeel vroeg, en geen juridisch. SGP’er Van der Staaij: „Dit is een weinig voor de hand liggende uitleg van de minister. De aanmeldingsformulieren zijn op z’n best slordig ingevuld. Het was heel duidelijk dat een ecologisch oordeel werd gevraagd. De minister zegt in de Kamer dat men destijds nog niet zo goed wist hoe de Westerschelde erbij lag, maar even later blijkt het gebied toch in zeer ongunstige staat te verkeren. Hoe kan dat?”

De ontdekker van de merkwaardige vergissing is Nico Gerrits. Hij heeft een adviesbureau, INCAconsult, dat zich toelegt op Europese natuurregels. Gerrits kan zich niet voorstellen dat het departement eenvoudigweg een vergissing heeft gemaakt. Hier zit een strategie achter. „Ik ga er vanuit dat ambtenaren naar waarheid de aanmeldingsformulieren hebben ingevuld, en vervolgens in andere rapporten hebben geschreven dat het gebied er juist zeer slecht aan toe is. Zo staat het ook in de rapporten waarop het verdrag met Vlaanderen over de verdieping van de Westerschelde is gebaseerd. Men stelt de situatie bewust slecht voor, om de noodzaak van natuurherstel te kunnen aantonen.”

Gerrits schreef er een brief over aan de provincie. Het provinciebestuur heeft die deze week doorgestuurd naar Verburg, met een begeleidende brief waarin Zeeland vraagt om opheldering.

Wat is de betekenis van deze kwestie? Die is niet zo groot, menen twee hoogleraren gespecialiseerd zijn in Europees natuurbeschermingsrecht. Jonathan Verschuuren van de Universiteit van Tilburg is „niet zo erg onder de indruk” en legt uit dat er bij de aanmelding van natuurgebieden de eerste jaren wel meer mis is gegaan. Dat stelt ook Chris Backes van de Universiteit van Maastricht. „Men had met de aanmeldingsformulieren wel wat voorzichtiger mogen zijn, juist omdat men toen kennelijk nog geen wetenschappelijke onderbouwing had dat de Westerschelde in een ongunstige staat verkeert.” Maar dit betekent allerminst dat grootschalig natuurherstel niet hoeft. Immers, Nederland heeft de plannen juist gemaakt om te voorkomen dat de Brussel een procedure zou beginnen. De commissie was namelijk ontstemd dat eerdere schade aan de natuur nog altijd niet was gecompenseerd. Als Nederland de plannen nu ineens niet meer zou uitvoeren, zegt Backes, dan komt Brussel vermoedelijk alsnog in actie. Dat denkt ook Frank Neumann van het Instituut voor Infrastructuur, Milieu en Innovatie: „De Europese Commissie kan de inbreukprocedure zó weer oppakken.” Nico Gerrits gelooft daar niets van. „Of er sprake is van een voorgenomen inbreukprocedure wordt nergens gedocumenteerd.”

Nieuws en achtergronden op nrc.nl/westerschelde