Rekentoets lapmiddel

Het is nu alleen nog een proef met zo’n 1.000 deelnemers. Maar in 2014 moet elke eindexamenkandidaat eraan geloven. Rekenen zal dan standaard deel uitmaken van het afsluitende examen van elke opleiding, via een naar niveau gedifferentieerde toets. Iedereen, ook wie wiskunde liet ‘vallen’, wordt onderworpen aan een rekenexamen.

Het zat eraan te komen. Op de basisscholen is het rekenonderwijs minder algebraïsch ingericht dan voorheen en op middelbare scholen worden er minder uren wiskunde gegeven. Zo werd de wiskundige kennis van te veel aanstaande studenten onvoldoende, en daarom voerden de drie technische universiteiten vijf jaar terug al een instaptoets in. Andere universiteiten onderwerpen instromende hbo’ers aan een wiskundeproef. Er zijn bijscholingsprogramma’s ingericht. En afgelopen zomer werd er, onder de hermetische titel ‘Nationale Kennisbank Basisvaardigheden Wiskunde’, een landelijke toets aangekondigd om de kennisafstand tussen middelbaar en hoger onderwijs te beperken.

Maar ook leerlingen zonder universitaire aspiraties moeten beschikken over wiskundige basisvaardigheden. Scholieren zonder taalvaardigheid zijn gehandicapt in hun toekomstperspectieven, zowel professioneel als sociaal. Krom praten, niet kunnen spellen, het is moeilijk te verbergen. Rekenkundig gebrek is net zo hinderlijk, al valt een gebrekkige beschikking over elementaire rekenvaardigheden minder op, met de overvloed aan rekenfuncties op kassa’s, pc’s, gsm’s. Maar de verpleegkundige zonder wiskundig inzicht maakt allicht fouten bij het toedienen van medicatie en de dakdekker die geen oppervlakte kan berekenen, doet zijn werk niet goed. De ouder die zonder begrip voor inhoudsmaten een flesje maakt, is een gevaar voor zijn zuigeling.

Het klinkt ferm, die verplichte toets voor alle leerlingen. Maar een toets is een lege huls als die niet degelijk wordt voorbereid. En met de voorziening voor het nodige extra onderricht zijn de staatssecretarissen van Onderwijs een stuk minder kordaat. Zowel inhoud als organisatie als financiering mogen de scholen zelf uitzoeken, inclusief de rekenlessen voor leerlingen die geen wiskunde kozen in hun pakket.

Een examen bestaat niet zonder onderwijs. Er zullen middelen, tijd en leraren moeten worden vrijgemaakt om de vaardigheden van alle leerlingen op peil te brengen en te houden. Als dat extra onderwijs een paar jaar draait, spreekt het vanzelf in een schoolcarrière. Het maakt deel uit van zoveel vakken dat ook de leerling die geen wiskunde koos, ermee te maken krijgt. En dan kan die algemene afsluitende rekentoets worden opgedoekt.

De rekentoets is een lapmiddel. Een stok achter de deur om doorsnee kennis te waarborgen die iedereen nodig heeft om zich te handhaven in de wereld, ongeacht het perspectief na de middelbare school. Bij het verschaffen van goed onderwijs past als natuurlijk element een deugdelijk vervolg op en onderhoud van de taalkundige en wiskundige vaardigheden die, als het goed is, zijn opgedaan in het basisonderwijs.