Poolse premier hakt in kabinet

Geruchten over corruptie dwingen de Poolse premier Tusk zijn regering te herschikken. Een poging om het vertrouwen in zijn beleid te herstellen.

Twee jaar bleef Donald Tusk zonder grote kleerscheuren. In de doorgaans van schandalen vergeven Poolse politiek is dat lang. Te lang, kennelijk. Gisteren ontsloeg de Poolse premier in één klap twee ministers, twee staatssecretarissen, zijn kabinetschef én zijn woordvoerder, nadat een andere minister maandag al was opgestapt. Aanleiding is de ‘casinoaffaire’: bij een geplande belastingverhoging in de Poolse gokindustrie zouden lobbyisten oneigenlijke invloed hebben uitgeoefend op politici.

Het is de eerste grote politieke crisis die Tusk het hoofd moet bieden. Toen hij aantrad in 2007 brak een periode van hoop aan: eerdere regeringen stonden bol van corruptieaffaires en nationalistische retoriek of hadden Polen op het Europese toneel belachelijk gemaakt. Tusk was de moderne staatsman waar vooral jonge Polen naar snakten. Twee jaar lang was hij ongekend populair. Nu is er twijfel: peilingen geven aan dat de steun voor zijn regering is afgenomen door de ‘casinoaffaire’.

Tusk is geschrokken en haalde gisteren daarom zijn grootste slagersmes tevoorschijn. „Zonder vertrouwen zijn we nergens”, zei hij. Volgens Grazyna Kopinska is de premier slachtoffer van zijn eigen passiviteit. Kopinska is een bekende corruptiebestrijder en dringt al jaren aan op heldere regels voor lobbyisten. Vorige maand, ruim vóór de casinoaffaire, schreef zij hierover nog een brief aan de premier. „Ik kreeg, zoals altijd, geen antwoord”, zegt Kopinska. „Maar de gevolgen zijn nu wel duidelijk, lijkt me.”

De casinoaffaire begon vorige week, toen dagblad Rzeczpospolita transcripties publiceerde van gesprekken tussen Ryszard Sobiesiak, eigenaar van een casinoketen, en Zbigniew Chlebowski, een prominent lid van regeringspartij Burgerplatform (PO). Chlebowski zegt daarin dat hij wat zal proberen te „regelen”. „Het is niet makkelijk, dat kan ik je wel zeggen.” Later is Chlebowski pessimistischer: „Ik heb geen kracht meer om te knokken. Mijn enige verdienste is dat ik het initiatief [de belastingverhoging, red.] al een jaar heb weten te blokkeren.”

De oppositie sprak meteen over een „gevaar voor de democratie” en „corruptie”, maar commentatoren zijn er niet over uit. Uit de gesprekken blijkt niet dat Chlebowski is gecompenseerd, noch dat zijn inspanningen succesvol waren. Ook justitie zag tot nu nog geen reden om over te gaan tot vervolging. Kopinska zegt dat de affaire om politieke redenen wordt opgeblazen. Het enige wat zij Chlebowski verwijt is dat hij te amicaal was met Sobiesiak. Zo noemden de politicus en de zakenman elkaar „Rysiek” en „Zbyszek”, wat je in Polen alleen doet als je familie of goed bevriend bent. Kopinska: „Dat is ongepast, maar geen corruptie.”

Kopinska heeft niets tegen lobbyisten, integendeel, ze horen bij de politiek. De brief aan Tusk schreef ze samen met lobbyisten, die volgens haar juist te weinig rechten hebben: ze worden buiten de besluitvorming gehouden. En dus zoeken ze omwegen, een recept voor ongelukken. Bovendien bestaat er geen verplichting om te melden welke lobbyist op welk besluit invloed heeft gehad. Voer voor de in Polen altijd al goed draaiende geruchtenmachine. „In Polen maken we liever jacht op schurken”, zegt Kopinska. „Dat je met relatief simpele ingrepen veel corruptie en politieke ellende kunt voorkomen, gaat er niet in. Niemand praat over systeemverandering, ook Tusk niet. Hij heeft niet van het verleden geleerd.”

Vooralsnog rollen er koppen. Chlebowski trad af als chef van zijn parlementaire club. Maandag stapte sportminister Miroslaw Drzewiecki op, omdat ook hij te dik was met ondernemer Sobiesiak, die al eens is veroordeeld voor smeergeldpraktijken. Tusk vindt dat zijn beide partijgenoten „de grens van wat betamelijk is hebben overschreden”, maar ontkent dat er corruptie in het spel is. De premier beschuldigt de oppositie van „een brutale aanval” op zijn regering. De gewraakte gesprekken zijn afkomstig van het anti-corruptiebureau CBA, het geesteskind van de vorige premier, Jaroslaw Kaczynski. Hij en zijn tweelingbroer Lech Kaczynski, de huidige president van Polen, zijn aartsvijanden van Tusk.

Het CBA is berucht om extreem machtsvertoon (tijdens arrestaties) en provocaties die grenzen aan wat juridisch toelaatbaar is. De baas van het bureau, Mariusz Kaminski, wordt door justitie verdacht van het uitdelen van smeergeld en het vervalsen van documenten. Hem hangt acht jaar cel boven het hoofd. De casinoaffaire zou een rookgordijn zijn voor zijn eigen problemen. Tusk wil ook Kaminski ontslaan, zei hij gisteren. President Kaczynski, op staatsbezoek in Roemenië, liet meteen weten dat hij geen medewerking verleent aan diens ontslag.

Tusk ontsloeg gisteren ook een aantal ministers en staatssecretarissen, hoewel die maar zijdelings met de casinoaffaire te maken hebben en zij voor „100 procent” zijn vertrouwen behouden. Maar alleen met drastische ingrepen, legde Tusk uit, kan de geruchtenmachine tot zwijgen worden gebracht. Bovendien wil Tusk „de minste schijn van belangenverstrengeling of partijdigheid voorkomen” tijdens de ontcijfering van de casinoaffaire en de rol van het CBA hierin. „De waarheid is ons beste argument”, zei de premier, die ook voor een parlementair onderzoek is.

Kopinska vreest dat het echte probleem – de slechte regelgeving voor lobbyisten – niet wordt opgelost. Zij ziet het politieke vuurwerk als opmaat voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar. Daarin neemt Tusk het mogelijk op tegen Lech Kaczynski.