Oude Stad Jeruzalem is nu een vesting

De sfeer in de Oude Stad van Jeruzalem is al dagen grimmig. Krachtige uitspraken van Israëlische en Palestijnse leiders voeden de onrust.

Mahmoud Abu Raed, plaatsvervangend hoofd van de Islamitische Beweging in Israël, praat bijna letterlijk de Israëlische vice-premier Silvan Shalom na als hij zegt: „Dit is een strijd over de soevereiniteit van Jeruzalem.”

De Oude Stad van Jeruzalem, op loopafstand, smeltkroes van religies, is altijd l licht ontvlambaar. Maar sinds een week is de ommuurde vierkante kilometer veranderd in een vesting. Duizenden agenten en soldaten controleren iedereen die het gebied wil betreden. De Al-Aqsa moskee op de Haram al-Sharif, door de islam beschouwd als de op twee na heiligste plek ter wereld, is rond gebedstijd alleen toegankelijk voor vijftig-plussers. Bejaarden gooien geen stenen, is de gedachte.

Abu Raed zit in een tent, op het dak van een appartement in de Arabische wijk Wadi Joz. Verderop liggen de muren van de Oude Stad, met de Al-Aqsa Moskee net buiten het zicht. Dichterbij de moskee mag hij niet komen. „We moeten een menselijk schild vormen tegen de ontheiliging van de Haram al-Sharif”, zegt hij tegen zijn aanhangers, een man of dertig. „We blijven hier om onze heiligdommen te beschermen.”

De grimmigheid in de door joden, moslims en christenen gedeelde wijk wordt nog versterkt door grote groepen religieus-zionistische toeristen, die in het Arabische deel het joodse Sukkot vieren. Reisleiders laten geluidsfragmenten horen uit de Zesdaagse Oorlog van 1967, toen Israël Oost-Jeruzalem én de Oude Stad veroverde op Jordanië.

De afgelopen dagen vielen enkele tientallen lichtgewonden bij rellen tussen Palestijnse jongeren en de politie op de Haram al-Sharif. De plek is voor zowel joden als moslims heilig. Joden kennen het als de plek waar de verwoeste Tweede Tempel stond. De Klaagmuur ligt aan de voet van de berg. Voor moslims is het de plek waar de profeet Mohammed naar de hemel ging. Sommige jongeren in de Oude Stad vertellen dat zij hoorden dat joodse extremisten het terrein wilden betreden om de Al-Aqsa moskee te beschadigen. Maar er gaan deze dagen ook andere verhalen rond onder moslims en joden. Zo zou de Israëlische premier Netanyahu een bezoek willen brengen aan joodse kolonisten in de Palestijnse wijk Silwan. Dat bezoek, aan een omstreden archeologisch project, ging niet door.

Het hoofd van de Islamitische Beweging, Imam Raed Salah, werd eerder deze week gearresteerd op verdenking van het aanwakkeren van de onrust rondom de Haram al-Sharif, die voor joden de Tempelberg heet. Salah is inmiddels weer vrij, maar mag Jeruzalem niet in. Mahmoud Abu Raed, zijn plaatsvervanger aan het hoofd van de religieuze groep, coördineert nu in zijn plaats het Palestijnse protest. „Het gaat ons hierom”, zegt Abu Raed. „Wie is de baas over de Haram al-Sharif? Het gebied is in Israëlische handen, en Israël wil het gebied verdelen onder joden en moslims. Wij zeggen dat de plek van ons is en dat we hun gezag niet aanvaarden.” Op dit moment hebben moslims formeel het gezag over de berg, maar bepaalt Israël wie de plek mag bezoeken. Ook joodse bezoekers worden tot het terrein toegelaten.

Geen betrokkene ontgaat de parallel met het verleden. Incidenten rondom de Tempelberg zijn vaak een recept geweest voor escalatie. In het najaar van 2000 bezocht de toenmalige Israëlische oppositieleider Ariel Sharon – nu al jaren in coma – de Tempelberg. Hierna brak de bloedige tweede intifadah uit. Vier jaar eerder vielen er tachtig doden bij rellen toen Israël een tunnel opende onder de berg.

Sommige Palestijnse groepen roepen opnieuw op tot een intifadah, met de Al-Aqsa als inzet. Hamas bijvoorbeeld, dat de Gazastrook regeert. Abu Raed zegt dat „alles in het werk gesteld moet worden om de Israëlische bezetting te stoppen”.

Aan Israëlische zijde zijn geluiden te horen die oproepen om de toegenomen onrust onder de Palestijnse bevolking hard de kop in te drukken. „We moeten vastbesloten en met harde hand handelen, anders zullen zij ons zwak vinden en hun acties intensiveren”, zei vicepremier Shalom van Netanhayu’s Likud-partij deze week. Shalom vindt, net als Abu Raed, dat de soevereiniteit van de heilige plek de inzet is.

Maar de huidige woede van de Palestijnen kent meer oorzaken, zo blijkt uit gesprekken in de Oude Stad. „Ik ben kwaad om wat er is gebeurd met het Goldstone-rapport”, zegt Abu Karim, een oudere man met een wit mutsje. Het Goldstone-rapport over de Gaza-oorlog, waarbij in december en januari 1.400 Palestijnse doden vielen, dreigt diplomatiek geneutraliseerd te worden. De Palestijnse president Mahmoud Abbas trok onder druk van Amerika en Israël zijn steun voor het rapport in de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties in.

„Dat was een onvergeeflijke fout van Abbas”, zegt Hatem Abdel Kader, tot voor kort minister van Jeruzalem-zaken in de regering van de Palestijnse Autoriteit. „Hij heeft het Israëlische belang verdedigd en niet het onze.” Abdel Kader is niet onder de indruk van de kritiek die Abbas deze week had op het Israëlische „aanwakkeren” van het geweld in de Oude Stad. Volgens hem is de huidige woede ook kritiek op Abbas’ meegaande houding. „Hij geeft niet om zijn volk. Ik zeg het met pijn in het hart, want ik ben een partijgenoot. Ik heb ontslag genomen als minister, omdat Abbas niet écht voor ons opkomt. Dan zou hij nu hier in Jeruzalem zijn geweest om solidair te zijn.”