'Ontwikkelingshulp EU niet strategisch inzetten'

Nu het Verdrag van Lissabon er zeer waarschijnlijk komt – alleen Polen en Tsjechië moeten het nog ondertekenen – krijgt de EU een minister van Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid. Die krijgt ook een eigen diplomatieke dienst, inclusief eigen ambtenaren.

In Brussel gaan nu geluiden op om de Europese ontwikkelingssamenwerking ook onder die dienst te laten vallen. Dat zei Mirjam van Reisen gisteren in een hoorzitting in de Tweede Kamer. Van Reisen is oprichter van EEPA, een onafhankelijk adviesbureau in Brussel. Ze is tegen het idee om ontwikkelingssamenwerking onder die diplomatieke dienst te scharen: „De kans is groot dat zo’n dienst de ontwikkelingshulp strategisch gaat inzetten.”

De EU die ontwikkelingsgelden strategisch gebruikt. Hoe ziet u dat voor u?

„Die kans is heel reëel. Bij de onderhandelingen over het Verdrag van Lissabon is zelfs expliciet het voorbeeld gebruikt dat het budget voor ontwikkelingssamenwerking dan ook voor defensie-uitgaven gebruikt kon worden. Denk aan het opzetten van gezamenlijke antiterrorismeprogramma’s in die landen om zo veiligheid af te kopen. Ook zouden die ambassadeurs investeerders uit hun eigen lidstaat voorrang kunnen geven. Begrijpelijk, maar niet juist.

„Geld dat puur voor armoedebestrijding is bedoeld, moet je niet vermengen met andere potjes. Ontwikkelingshulp moet daarom onder de Europese Commissie blijven, net zoals nu in een aparte portefeuille.”

Dat werkt ook niet perfect. De voormalig eurocommissaris voor ontwikkelingshulp, Louis Michel, zei eens dat een kwart van alle EU-gelden voor ontwikkelingshulp, wordt verkwanseld door administratieve rompslomp.

„Ja, natuurlijk kan er van alles beter. Uit één ontvangend land proberen vaak wel driehonderd non-gouvernementele organisaties financiering te krijgen. Die stoppen allemaal tijd in een aanvraag, of huren iemand in om het geld voor ze binnen te slepen. Van die driehonderd kiest de Commissie er dan negen uit. Dat is echt zonde van ieders tijd en geld.

„De Commissie moet veel beter kiezen waar het EU-geld heen moet: willen ze aandacht besteden aan humanitaire hulp of aan controle van de regering in ontwikkelingslanden? Als ze dat weten, kunnen ze specifieke organisaties laten reageren.

„Ook de werkverdeling kan veel slimmer. Lidstaten mogen best hun eigen expertises houden, maar moeten administratief veel meer samenwerken. Het is onzin dat iedere lidstaat apart controleert of een ontvangend land de procedures wel juist volgt en de begroting controleert. Als je daar één lijn in trekt, sta je ook sterker als een land niet aan de voorwaarden voldoet. Dan kun je vanuit de hele EU een vuist maken.”