Niets is meer taboe als het om de Oranjes gaat

Zijn Willem-Alexander en Máxima te mondain voor Nederland? Of probeert de Tweede Kamer premier Balkenende onderuit te halen? Historicus Giebels: „Men proeft bloed.”

Prinses Máxima zit in New York vaak aan tafel met Ban Ki-moon, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Zij en haar man vliegen de hele wereld over: voor staatsbezoeken, als VN-adviseur, voor vakanties in Argentinië en Mozambique. Maar de Nederlandse politiek bepaalt wat zij mogen en kunnen.

En dat begint te wringen, zegt Daniela Hooghiemstra, historica en auteur van twee boeken over het hof. „Willem-Alexander en Máxima zijn deel geworden van een internationale elite. Hun werk is eervol, de Belgische prins Philip wordt níét gevraagd als VN-adviseur. Maar ze dreigen Nederland te ontgroeien.” Dat verklaart volgens haar een deel van „de agressie” van de laatste weken tegen de Oranjes. Ze zijn te mondain geworden.

Vanmiddag debatteert de Kamer over de financiën van het Koninklijk Huis. Oppositie en coalitie waren de afgelopen weken kritisch over de koninklijke familie. Over het vakantiehuis dat de kroonprins bouwt in Mozambique. Over de belastingconstructies van prinses Christina. En de vraag of het hof, net als iedereen, in deze tijden van crisis moet inleveren.

Na de aanslag op Koninginnedag steeg de populariteit van de Oranjes tot recordhoogte. Hoe kon de stemming zo snel omslaan?

Historicus Lambert Giebels, auteur van De Greet Hofmans-affaire, denkt dat het „echte doelwit” van de Tweede Kamer premier Balkenende is. „Men proeft bloed sinds zijn stuntelige optreden na Prinsjesdag. Men voelt dat hij zwak staat tegenover het koningshuis.”

Dat komt volgens Giebels door de Mabel-affaire in 2003. „Balkenende heeft Mabel en Friso toen niet verdedigd. Ik denk dat het hele koningshuis over hem heen is gevallen.” Nu hebben we een „timide premier” en een koningshuis dat een „slecht pr-beleid” voert.

Tot voor kort was het ondenkbaar dat bijna de hele oppositie én de PvdA zich zouden aansluiten bij Geert Wilders, in verontwaardiging over de stijgende toelagen van het Koninklijk Huis. Fractievoorzitter Mariëtte Hamer van coalitiepartij PvdA zei flink: „Als wij zeggen dat wij van iedereen wat vragen, lijkt het mij logisch dat wij dat ook van het Koninklijk Huis doen.” Dat de PvdA dit vandaag volhoudt, lijkt onwaarschijnlijk. Maar Hamers opmerkingen zijn veelzeggend: de financiën van de Oranjes zijn niet langer taboe.

Het Spaanse hof stelde deze zomer zelf voor zijn toelagen te bevriezen. Koningin Juliana verruilde na de oliecrisis in 1973 haar Cadillac voor een Ford Granada. En Willem-Alexander? Die koopt een ranch in Argentinië, bouwt een villa in Mozambique, gaat in de zomer op skivakantie.

[Vervolg Koninklijk Huis: pagina 3]

Vervreemd van achterban die Oranjes moet steunen

[Vervolg Koninklijk Huis van pagina 1]

De historici Giebels en Hooghiemstra verwachten dat het voor premier Balkenende steeds ingewikkelder wordt de ministeriële verantwoordelijkheid te dragen voor wat de prins en de prinses ondernemen – bij de VN in New York, het IOC in Lausanne, als buitenlands investeerder. En dat is bij de kwestie rond de Mozambikaanse villa al te zien. In een RTL-reportage beschuldigden locals de betrokken projectontwikkelaar ervan zich te veel land toe te eigenen.

De premier concludeerde dat het de voorkeur verdiende „afstand te creëren” tussen de prins en zijn zakelijke belangen in het vastgoedproject. Die belangen zijn ondergebracht in een stichting en – zo redeneert de premier – daarom geldt de ministeriële verantwoordelijkheid er niet langer voor. „Maar”, zegt Ed Anker van de ChristenUnie, „de premier blijft verantwoordelijk voor de reputatie van de prins en de prinses.” Als het project in opspraak komt, komen zij in opspraak.

Het is mogelijk dat de kritiek in de Kamer op de Oranjes wordt gevoed door politieke intriges – met het motief om het Balkenende lastig te maken. Maar dat kan niet gezegd worden over de Bond van Oranjeverenigingen. De voorzitter, Michiel Zonnevylle, viel het paar al twee keer af. Eerst toen Máxima in een toespraak zei dat er niet zoiets bestaat als „dé Nederlander.” En zaterdag weer toen Zonnevylle tegen de Volkskrant zei de keuze voor zo’n arm land als Mozambique „ongelukkig” te vinden. Zeker als daarvoor redenen van privacy worden aangevoerd.

Willem-Alexander is vervreemd van het volk van wiens steun hij afhankelijk is, zegt Hooghiemstra. Hij zegt dat er scholen en ziekenhuizen worden gebouwd in het gebied waarin hij investeert. Hij vergeet, zegt zij, dat de sfeer in Nederland er niet naar is. „Het volk wil geen armen in andere landen helpen. Het volk denkt: en wíj dan?”

De vervreemding tussen de Oranjes en hun achterban werd voor het eerst zichtbaar gemaakt door Pim Fortuyn, zegt Hooghiemstra. Hij was de eerste politicus met een brede aanhang bij het volk die níét monarchistisch was. Voor Geert Wilders van de PVV geldt hetzelfde.

De oplossing is eenvoudig, zegt Giebels. Willem-Alexander moet geen regeringshoofd meer willen zijn, alleen staatshoofd. Dan is hij áf van de ministeriële verantwoordelijkheid. Volgens Giebels zou het volk dat best vinden. „Dat is nooit monarchistisch geweest. Het volk is orangistisch.”

Kleine kans dat Willem-Alexander dat zal doen. Hij heeft altijd gezegd: de inhoud maakt het werk interessant. Dat komt door zijn opvoeding, zegt Hooghiemstra. Die was zo gewoon mogelijk en daardoor heeft hij, net als iedereen van zijn generatie, ambities, ook internationaal. „Dat lijkt slecht samen te gaan met de ministeriële verantwoordelijkheid.”