Müller schrijft in dwingend proza over leven onder Ceausescu

Herta Müller, winnares van de Nobelprijs voor Literatuur, brengt het leven in een dictatuur als geen ander zo dichtbij. Het is onmogelijk om niet mee te lijden met haar personages.

Niemand beschrijft de ontheemding van vluchtelingen zo indringend als de uit Roemenië afkomstige Herta Müller (1953).

In Roemenië hoorde Müller bij de Duitse minderheid en vocht zij voor vrije expressie onder dictator Ceausescu. Müllers opstandigheid werd bestraft met huiszoekingen, verhoren, bedreigingen, ontslagen en een publicatieverbod. In 1987 vond zij asiel in Duitsland. Müller portretteert mensen die beschadigd zijn door de heerschappij van de angst. Al haar boeken, vooral Der Fuchs war damals schon der Jäger (1992) en Herztier (1994), intrigeren door hun krachtige metaforen en harde poëzie.

Sommige critici verwijten haar thematische beperktheid. Ze moet nu maar eens over Duitsland schrijven, vinden zij, en niet steeds over het Roemenië van dictator Ceausescu. Herta Müller heeft een obsessie, maar weinig schrijvers brengen het leven in een dictatuur zo dichtbij als zij. Het is onmogelijk om niet mee te lijden met haar hoofdpersonen. Hun gekwelde bestaan werpt zich op de lezer. Net als Müllers ‘ikken’ is hij beland in de nachtmerrie die Roemenië heet.

Het werk van Müller laat zich lezen als een aanklacht tegen alle mensonterende heersers en hun personeel – alleen is het communistische Roemenië de stof die zij uit eigen ervaring kent. Ze kwam daar in 1953 in een Duitstalig dorp ter wereld en ze studeerde in Timisoara.

Duits is de taal waarin ze schrijft. Met een poëtische intensiteit die naar adem doet happen. Overgangen kent haar proza niet. Elke zin heeft kracht. Elke zin bevat een beeld. En elk zinnebeeld is ook een leid- en leedmotief.

Gras bloedt, ramen vallen, strikken wurgen. De populieren zijn groene messen en het verdorde maïs op de velden ligt als een krans op een kist. Herta Müller doet kinderen na en vertellers van gruwelijke sprookjes. Ze kijkt met een magische blik en bezielt de dingen met angst. Met wantrouwen en vernedering en armoe. Ze weigert over de dictator en zijn staat te schertsen. Bij Norman Manea uit Roemenië is Ceausescu een witte clown die in de piste absurde kunstjes vertoont. Bij Herta Müller uit Roemenië is het absurde afwezig omdat het te vrij is.

Haar fictie biedt geen ontsnappingsmogelijkheden en geen verzoenende compensatie van de horror door een portie humor. Het lachen is haar wel vergaan, ook buiten de fictie om.

Totalitarisme was er al in haar kinderjaren. „Als Hitler de oorlog had gewonnen”, meende haar Zwabische opa, „dan waren wij nu in de meerderheid.” Het kind leed onder de bedompte sfeer en schreef er later over in Niederungen (Laagtes). Thuis bruine ideeën, op school en universiteit bloedrode, en toen Herta Müller zelf voor de klas stond, zette de Securitate haar zo onder druk dat ze een ander baantje moest zoeken. Ze kwam terecht in een fabriek, waar ze technische teksten vertaalde. Ze kreeg ook een opdracht: kunstenaars bespioneren. Toen zij dat weigerde, dreigde men haar met fysiek geweld. „We gooien je in het water”, zei de geheime politie, en Müller zag geen reden om dat niet letterlijk te nemen.

Alles moet je letterlijk nemen, is haar conclusie. En elk woord telt in z’n volle zwaarte, elk woord is materie, iets dat je ziet en voelt en hoort en ruikt en proeft.

Het sensuele beeld geeft dat wat de angst met je doet beter weer dan abstract denken. Abstract denken leidt tot utopieën en utopieën leiden tot wangedrochten als het nazisme en het communisme. Daarom heeft Herta Müller, ofschoon zelf links, het utopisme van linkse intellectuelen in het westen altijd gewantrouwd. Een verhoor is bij haar een zinnelijk ritueel.

De prozaïste Herta Müller is een dichteres. Wie gebruiksklare argumenten voor het politieke debat bij haar zoekt, zal die bij haar niet vinden. Haar morele eenduidigheid gaat samen met de meerduidigheid van haar esthetiek. De materie wint het van de ideeën.