Japan stopt met stimuleren

Japans nieuwe experiment om zijn economie een impuls te geven komt neer op een anti-stimulans. De economische maatregelen van premier Yukio Hatoyama, waarbij voor 2.500 miljard yen (27 miljard dollar) aan overbodige stimuleringen werd geschrapt, druisen in tegen het beleid van de meeste landen. Er wordt een verkiezingsbelofte mee nagekomen en het verlicht de druk op de Japanse begroting en de financieringsbehoeften van het land enigszins. De economische stimulans van de vorige regering had niet gewerkt; het is de moeite waarde om het experiment met de anti-stimulans in de gaten te houden.

Hoewel de meeste rijke landen van de wereld – waaronder Japan, tot nu toe – een economisch stimuleringsbeleid hebben gevoerd, was het effect daarvan niet overal gelijk. In China en Australië, waar de begrotingen vóór de crisis een overschot vertoonden, heeft het vrijwel zonder oponthoud geleid tot een hervatting van de economische groei. In Groot-Brittannië en de VS, waar de begrotingen in 2007 en 2008 een aanzienlijk tekort lieten zien, was het effect veel minder duidelijk. De werkloosheid is daar bijvoorbeeld blijven stijgen.

Een deel van de verklaring hiervoor is dat overheden geen welvaart scheppen, zodat het geld voor stimulansen moet worden geleend. Dat is economisch gesproken veel riskanter als de begroting al een tekort vertoont en de staatsschuld al hoog is nog vóórdat een recessie begint.

Dat gold ook voor Japan, waar de staatsschuld volgens het Internationale Monetaire Fonds eind 2009 een peil van 217 procent van het bruto binnenlands product (bbp) zou bereiken. Het extra geld (14.700 miljard yen) dat door de vorige regering van Taro Aso in de economie is gepompt, zo’n 4 procent van het bbp, zou economisch gezien wel eens contraproductief kunnen zijn geweest. De twijfels op de markt over het vermogen van de Japanse regering om haar schulden af te lossen werden erdoor versterkt, en het stimuleringspakket loodste geld naar infrastructuurprojecten op het platteland die eerder politiek dan economisch wenselijk waren.

Hatoyama is tot nu toe zijn belofte van discipline nagekomen, door onder meer de fiscaal conservatieve Hirohisa Fujii aan te stellen als minister van Financiën. De eerste cijfers zijn bemoedigend: het kwartaaloverzicht van de Japanse economie, de Tankan, maakte in september een sprong van 15 punten, en de werkloosheid is in augustus gedaald – toen de verkiezing van Hatoyama al zeker was – terwijl zij in Engeland en de VS juist is gestegen.

Met zijn afnemende bevolkingsomvang hoeft Japan jaarlijks slechts met 2 à 3 procent te groeien om een fors herstel per hoofd van de bevolking te verwezenlijken. Als Hatoyama en Fujii erin slagen dit te bewerkstelligen, zou het anti-stimuleringsbeleid wel eens kunnen aanslaan.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen:www.breakingviews.com