Eindelijk interesse

Lange tijd leefden de eurocraten in Brussel in hun eigen ‘bubblel’.

De publicatie van een kritische studie bewijst dat Brussel dat wil veranderen.

In de zes maanden dat Emanuele Gatti in Brussel woonde, gaven veel Europeanen hem hun kaartje, alsof ze vrienden wilden worden. Vervolgens hoorde hij niets meer van ze. Bizar, vond Gatti.

De 31-jarige Italiaanse socioloog, die zijn brood verdient bij een adviesbureau voor midden- en kleinbedrijf vlakbij Triëst, geeft ruiterlijk toe dat hij teleurgesteld is over het oppervlakkige sociale leven van Europeanen die in Brussel werken. „Deze Europeanen”, zegt hij telefonisch vanuit Italië, „zijn competitief ingesteld. Ze focussen meer op wat je doet dan op wie je bent.”

Deze teleurstelling bracht hem wel op een mooi onderwerp voor zijn postdoctoraal aan de universiteit van Triëst: ‘Transborder Policies for Daily Life’. Ofwel, hoe het expatbestaan je sociale contacten beïnvloedt. Gatti maakte interviews met jonge Europeanen in Brussel over hun sociale leven, rusteloosheid en heimweegevoelens. Hij concludeert dat je in het buitenland vaak omgaat met mensen die je in eigen land niet interessant zou vinden. „Voor expats,” zegt Gatti, „zijn sociale contacten vaak functioneel. Maar het knaagt. Vandaar dat veel Europeanen het niet naar hun zin hebben in Brussel.”

Of veel Europeanen in Brussel Gatti’s conclusie delen, is twijfelachtig. Jongeren vormen niet de hoofdmoot van de 150.000 Europeanen, van wie sommigen hier al decennia leven. Maar daar gaat het nu niet om. Het belangrijkste is dat Gatti’s bevindingen überhaupt gepubliceerd zijn – in een elektronisch wetenschappelijk tijdschrift getiteld Brussels Studies, dat in drie talen gratis wordt uitgebracht door academici aan weerskanten van de Belgische taalgrens. Het gewest (Brussel en buitenwijken) betaalt. Dat was vroeger ondenkbaar. „Voor het eerst toont de stad interesse in haar bewoners”, bevestigt redactiesecretaris Christophe Mincke. „Over de Europeanen wisten wij niets.”

Wie vijf jaar geleden informatie zocht over Europeanen die hier zijn neergestreken sinds de oprichting van de EEG in 1958, kreeg overal nul op het rekest. De Europeanen leefden in hun eigen ‘bubble’, langs andere bevolkingsgroepen, door wie ze vaak arrogant werden gevonden.

Belgische politici ontdekken de Europeanen nu pas. Niet omdat de liefde plotseling is opgebloeid, maar omdat de globalisering concurrentie heeft veroorzaakt tussen kosmopolitische steden die multinationals, internationale organisaties en expats willen aantrekken. Om aan deze race mee te doen, moet Brussel van zijn onverschillige imago af. Vandaar dat er ineens enquêtes worden gehouden onder Europeanen (en andere Brusselaars), dat Brussels Studies werd opgezet en dat er een ambitieus Plan voor Internationale Ontwikkeling is om de kille Europese kantoorwijk leefbaar te maken. De president van het Brusselse gewest, Charles Piqué, noemt het citymarketing. Hij wil „Brussel profileren als hoofdstad van Europa. De aanwezigheid van de Europeanen is een strategische troef voor ons”, aldus zijn woordvoerster.

Piqué’s voorganger hield formeel conclaaf met EU-functionarissen over extra kantoorgebouwen of meer bussen naar het vliegveld, in statige huizen waar zalmcanapeetjes en champagne werden geserveerd. Altijd torpedeerde een Belgische deelnemer de afspraken – vanwege de taalstrijd, politieke ruzies of het lastige gegeven dat negentien gemeentes de stad besturen. „Er is nieuw elan”, zegt Marie-Laure Roggemans. „Wij begrijpen dat dit niet langer kan. Europeanen zijn belangrijk voor de Brusselse economie. De helft van alle concertbezoekers zijn Europeanen. Zij zijn onze nieuwe bourgeoisie.”

Roggemans, alias ‘Madame Europe’, is sinds 2006 Picqué’s aanspreekpunt voor Europese instellingen. Zij luistert, zet mensen bij elkaar en deelt soms een tik uit. Ook aan Europeanen. Die klaagden altijd en waren passief. Nu Brussel hun klachten serieus neemt – al was het maar omdat Zürich en Londen ook naar hún expats luisteren – moeten ook zij op zoek naar een nieuwe rol. Ook al is Gatti kritisch, Roggemans is toch blij met de publicatie van zijn studie. „Er is eindelijk een debat over de plaats van Europeanen in onze stad.”