Een goedbedoelde wet, met onzeker effect

De Crisiswet van het kabinet moet Nederland uit de recessie helpen. Experts zien echter maatschappelijk ongenoegen, milieuschade, complicaties en verwarring.

Weinig tijdwinst en een grote kans op meer vertragingen. Deskundigen mochten de Tweede Kamer de afgelopen twee dagen vertellen hoe zij aankijken tegen de Crisis- en herstelwet, die het kabinet per 2010 wil laten ingaan. De conclusies waren overwegend somber. Hugo Priemus, hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft: „Deze wet heeft vooral enorme symbolische waarde. Het is politiek lastig om uit te leggen dat je tegen bent.”

Het kabinet wil met het wetsvoorstel, ingediend tijdens Prinsjesdag, 58 bouwprojecten versnellen. Zo wil het de recessie bestrijden en voor meer werkgelegenheid zorgen. Het gaat om de aanleg van wegen en woningen, van sluizen en windmolenparken. Projecten als de A4 Midden Delfland, de IJ-oevers in Amsterdam en het Utrechtse stationsgebied staan op de lijst. De wet moet procedures versnellen, onder meer door onderzoek naar alternatieven te schrappen en beroepsmogelijkheden voor burgers en lagere overheden te beperken.

Maar zorgt de wet wel voor de gewenste versnelling en is het goed voor de werkgelegenheid?

Dat is nog maar de vraag. Wetenschappers en belangenorganisaties benadrukten tegenover de Kamer dat de intentie goed is, maar het effect allerminst zeker. Zo is onduidelijk of veel tijdwinst wordt geboekt. „Er zit niet veel rek meer in de huidige bezwaar- en beroepsprocedures”, zei hoogleraar staats- en bestuursrecht Tom Barkhuysen. Velen wezen erop dat de afgelopen jaren al hard is gewerkt aan snellere procedures met bijvoorbeeld een nieuwe tracéwet, een nieuwe wet Ruimtelijke Ordening. De commissie-Elverding bepleitte uitgebreider overleg vooraf en daarna een snelle uitvoering.

„Deze crisiswet voegt niet veel toe”, zei Niek Ketting, voorzitter van de commissie-MER (milieueffectrapportage). Hoogleraar hoogleraar ruimtelijke ontwikkeling Henk Meurs miste kosten-batenanalyses bij veel van de 58 projecten. „Je kunt wel nieuwe bedrijventerreinen aanleggen, maar er moeten ook bedrijven willen komen.”

De Raad van State was begin vorige maand al kritisch. Volgens hem levert de crisiswet nauwelijks tijdwinst op is het maar de vraag of de economie wordt aangejaagd. Een woordvoerder van premier Balkenende, initiatiefnemer van de wet, liet daarop weten dat een groot deel van de kritiek inmiddels is verwerkt in de wet.

Tijdens de hoorzitting waren de meesten daar niet van overtuigd. Ze verwachten dat de wet wel eens een tegengesteld effect kan hebben: meer vertraging. Dat komt onder meer door het tijdelijke karakter van de wet; langlopende projecten vallen daardoor onder twee verschillende wettelijke regimes. „Dat levert enorme complicaties, overgangsproblemen en verwarring op”, zei Priemus. Gevolg: rechters die zich over alle onduidelijkheden moeten buigen en tal van juridische procedures.

Onduidelijk is bovendien of alle voorstellen aan het Europees recht voldoen. „Vragen zullen worden voorgelegd aan het Europees Hof. Dat kost je zo twee tot drie jaar”, zei Barkhuysen. Hij waarschuwde dat de wet „de randen van het Europees recht opzoekt”.

Er zijn meer problemen met ‘Europa’. Alle voorstellen leiden tot verzwakking van het natuurbeschermingsrecht, meent de daarin deskundige hoogleraar Kees Bastmeijer. En Kees de Pater van Vogelbescherming Nederland zei te vrezen voor natuurschade „die met extra kosten moet worden hersteld”.

Priemus wees ook op de „marginalisering” van de milieubeweging, burgers en lagere overheden. Dat kan het draagvlak voor de projecten verminderen. Volgens directeur Jan Jaap de Graeff van Natuurmonumenten „creëert de wet maatschappelijk ongenoegen. Het werkt contraproductief. In plaats van sneller en beter, zal het langzamer gaan en slechter worden.”

Voorstanders van het wetsvoorstel waren er ook, vooral bij het bedrijfsleven. „We moeten in 2014 evalueren hoe we moeten doorgaan”, zei Elco Brinkman, voorzitter van brancheorganisatie Bouwend Nederland. Werkgeversorganisatie VNO-NCW bepleitte verdere inperking van de bezwaarmogelijkheden. De Gelderse gedeputeerde Co Verdaas toonde zich bezorgd over het effect van de wet, maar vond het toch een goede poging. Ook hoogleraar gebiedsontwikkeling Friso de Zeeuw was positief: „Het alternatief is niets doen, en dat lijkt mij fataal.”

Begin november praat de Tweede Kamer over de wet. Het CDA liet al doorschemeren de wet graag na 2014 te willen verlengen.