Doen alsof je kip eet

De Mennyms is een familie van lappenpoppen die ooit, niemand weet hoe precies, tot leven zijn gekomen. Ze wonen in een huis waarvan ze keurig de huur betalen, ze houden alles schoon en netjes en ze vermijden zoveel mogelijk het contact met de buitenwereld: een mens die zou zien dat daar geen mensen maar levensgrote lappenpoppen wonen zou onmiddellijk alarm slaan en daar kan niets dan slechts van komen. Dus gedragen de Mennyms zich zo onopvallend mogelijk en doen ze zoveel mogelijk schriftelijk en telefonisch – ze leven nog voor het internettijdperk.

De Mennyms zijn een uitvinding van Sylvia Waugh die een hele, geweldige, serie boeken over hen schreef. Het zijn amusante kinderboeken, maar de beschrijvingen van de gedragingen van die poppen zeggen ook iets over menselijke gedragingen.

Lappenpoppen hoeven een heleboel dingen niet die mensen wel moeten. Niet eten of drinken bijvoorbeeld. Maar omdat ze wel gevoelens en behoeften hebben, doen ze vaak alsof. Een alsof-spel spelen is een van hun belangrijkste genoegens. Er zijn er veel. Als vader Joshua in de tuin werkt, gaat hij af en toe even moeizaam rechtop staan en grijpt naar zijn rug. Als grootvader Magnus problemen bespreekt met zijn oudste zoon, doet grootvader net of hij steeds een klein slokje whisky neemt terwijl zijn zoon zenuwachtig aan een lege pijp lurkt.

De tienerdochter is eens per jaar jarig, dan wordt ze vijftien. Haar verjaardag wordt gevierd: „Ze zaten aan de grote tafel en aten zogenaamde taartjes en sandwiches en dronken zogenaamde limonade uit glazen van echt kristal.” Ze doen of ze chocolademelk drinken als ze het zogenaamd koud hebben. Ze doen alsof ze cakebeslag maken en roeren krachtig in een aardewerken kom, ze trakteren zichzelf op een havanna die ze zogenaamd oproken. Ze hebben zelfs een plastic kip in huis voor als ze een diner hebben.”

Bij elkaar zitten en iets consumeren is iets wat we gezellig en belangrijk vinden in ons deel van de wereld. Dat heeft de kinderboekenweek met het ‘Aan tafel’-thema heel goed begrepen. Een gedekte tafel met kip in het midden geeft het idee dat er goed wordt geleefd. Niet alleen aan lappenpoppen, ook als je die kip echt moet opeten en echt moet verteren.

Moet? Mag!

Deze kip is een beetje zoet, dat vinden de kinderen die je uit hun kinderboeken los moet scheuren om te komen eten ook lekker.

Meng de ingrediënten voor de marinade. Maak een paar sneetjes in de kippenpoten en giet de marinade eroverheen. Dek af met plasticfolie en zet weg, ten minste een kwartier maar langer geeft meer resultaat. Keer de bouten af en toe om – of doe ze met de marinade in een plastic zak.

Neem een ondiepe ovenschaal waar de pootjes naast elkaar in passen. Bewaar de marinade. Verwarm de oven op 190 graden en bestrijk de kippenpoten van tijd tot tijd met overgebleven marinade. De pootjes moeten gaar, bruin en kleverig worden.

Serveer ze met in partjes gesneden limoenen (en met bijvoorbeeld rijst met verse kruiden erdoor of zoete aardappelen met korianderzaad en -blad eroverheen).

Ga om de tafel zitten en doe alsof dit een heerlijk diner is.