Deplorabel is hij die in peilingen gelooft

Volksvertegenwoordigers moeten zich niet het hoofd op hol laten brengen door peilingen, meent Joop van Holsteyn. Peilingen zijn geen verkiezingen.

Enkele jaren terug verscheen een piepklein boekje dat de neerslag was van een gesprek tussen André Rouvoet en Paul Witteman. Met als hoofdtitel Zwevende politici kon het misschien nog alle kanten op. Maar de ondertitel Over opportunisme in Den Haag maakte duidelijk dat het geen optimistisch verhaal kon zijn. Volgens Rouvoet was er sprake van een „ware terreur van opiniepeilers in ons land”. Dat was een forse uitspraak, die met een korreltje zout genomen kon worden – uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat zelfs in het aan peilingen verslaafde Amerika politici hun eigen plan trekken.

De uitgelekte mail van PvdA’er Diederik Samsom lijkt echter voeding te geven aan de overtuiging van Rouvoet dat politici zich laten leiden door de waan van de dag. Die waan baart het Kamerlid grote zorgen. In de peilingen van De Hond heeft de PvdA een historisch dieptepunt bereikt. Samsom had zelfs geaarzeld om zich opnieuw te kandideren voor het fractiebestuur. Wie staat er graag aan het stuur van een partij die dolend haar neergang doormaakt? Partijvoorzitter Ploumen weersprak Samsom niet en meende ook dat de peilingen beroerd zijn, dat daar niet omheen gedraaid diende te worden en dat zij en haar partijgenoten „harder moeten buffelen”.

Samsom is bepaald geen domme jongen – hij wint quiz op quiz, zeg maar. Dat maakt het des te opmerkelijker dat hij zo geschrokken is van de peilingen van De Hond. Het is eerder en ook door anderen gezegd: het gaat slechts om peilingen. Zeker, die kunnen informatie bevatten die voor politici van belang is. Een van de grondleggers van het moderne opiniepeilen, George Gallup, meende zelfs dat peilingen een waardevolle bijdrage konden leveren aan de democratie: via peilingen zouden op elk moment opvattingen uit de bevolking naar boven kunnen komen die politici kunnen helpen. Niet alleen de frequentie van peilingen zou veel hoger liggen dan van verkiezingen, maar peilingen zouden ook op een vraagstuk kunnen worden toegesneden. Peilingen als hulpmiddel voor politici – dat is toch een ander beeld dan dat van terreur.

De peilingen waarvan Samsom zo geschrokken is, zijn van een andere aard. Ze zeggen weinig over inhoudelijke standpunten onder de bevolking of over gewenste koerswijzigingen. Het zijn voorkeurspeilingen, die slechts weergeven wat mensen zouden stemmen als er op die dag Kamerverkiezingen zouden zijn. Wat niet zo is.

Daar komt bij dat deze peilingen vanuit wetenschappelijk oogpunt hoogst aanvechtbaar en dubieus zijn. Het verhaal is eerder verteld en zal hier niet herhaald worden, maar er zijn goede redenen om serieus te twijfelen aan de waarde van (internet)peilingen onder mensen die zichzelf als respondenten hebben aangemeld.

Het simpele feit dat hier sprake is van zelfselectie van ondervraagden en dat daarmee de stap van ondervraagde steekproef naar electoraat eigenlijk niet gezet kan worden, moet een voldoende waarschuwing zijn. En stevige relativering van de uitslag van internetpeilingen, waarvan onder anderen De Hond via zijn Peil.nl week na week de Nederlandse politieke wereld kond doet.

Ook de duiding van de peilingen door Samsom en Ploumen is gebaseerd op los zand. Samsom lijkt te menen dat de PvdA-fractie een al te onzichtbaar deel van de partij is, en dat dit mede de „deplorabele staat van de PvdA” in de peilingen verklaart. Dat is maar de vraag. De sociaal-democratische boegbeelden zijn niet in de Tweede Kamer te vinden, behalve af en toe in vak K. Met de PvdA als coalitiepartner kan de fractie hoog of laag springen, maar de fractie zal weinig stemmen winnen. Of verliezen.

Het is heel goed mogelijk dat het beroerd gaat met de PvdA. Dat de kwalificatie ‘deplorabel’ meer dan terecht is. Maar dat blijkt niet uit de peilingen van De Hond of welke peiling dan ook. Misschien is het werkelijke zorgwekkende hier dat politici dat denken. Dat volksvertegenwoordigers menen dat de peilingen werkelijk de opvattingen van het volk uitdrukken en een thermometer zijn die de gezondheid van de PvdA registreren. Dat zij dát denken, tja, dat wekt veeleer de indruk dat het met de gesteldheid van sommige politici niet bijster goed gaat.

Bezweken onder de terreur van de peilingen? Verdorie, dan zou Rouvoet alsnog het gelijk aan zijn zijde krijgen.

Joop van Holsteyn is universitair docent en bijzonder hoogleraar Kiezersonderzoek aan de Universiteit Leiden.