Chinezen, sjeiks en Sarah

Politici en andere autoriteiten, zo is een ongeschreven wet op de financiële markten, mogen niet liegen – behalve over valutapolitiek. Deze clementie danken ze aan het feit dat de bevestiging van een voornemen, denk aan een re- of devaluatie, zou veroorzaken dat dit voornemen zichzelf in de praktijk onmiddellijk uitvoert. Het ontkennen van een gerucht is zinloos: als de ontkenning een leugen is, dan is dat weliswaar geëxcuseerd, maar ook zonder waarde. Het maakt ook dat geruchten, nog minder dan in andere markten, op de valutamarkt nauwelijks toetsbaar zijn aan de reactie daarop.

Dat maakt het ingewikkeld om te oordelen wat het gewicht is van het nieuwsbericht van afgelopen dinsdag in de Britse krant The Independent over een internationaal plan om de status van de Amerikaanse dollar als mondiale reservemunt te ondermijnen.

Volgens het bericht zouden vertegenwoordigers van de Golfstaten, China, Rusland, Japan en Frankrijk in ultrageheime bijeenkomsten werken aan een plan om over een jaar of negen olie in plaats van in dollars voortaan af te rekenen in een mandje van valuta’s, waaronder de dollar zelf, de euro, de yen, de Chinese yuan een een nieuw te vormen gemeenschappelijke munt van de Golfstaten.

De reactie van de genoemde landen was een categorische ontkenning. Maar op de valutamarkt zelf ging de dollar toch met een cent onderuit tegenover de euro. Of het bericht op waarheid berust is voor de valutahandel lastig uit te maken. Maar is het plausibel? Daar zit hem de kneep. Eens zal de dollar zijn positie als belangrijkste reservemunt kwijt zijn. De verhoudingen in de wereldeconomie veranderen snel: later zal op de opkomst van de G20 als belangrijkste overlegorgaan worden teruggekeken als een kleine revolutie.

Er is een veel gevaarlijker dynamiek die de dollar parten kan spelen, en dat zijn de verharde binnenlandse verhoudingen in de Verenigde Staten zelf. President Obama dreigt onder vuur te komen over de veronderstelde zwakte van de munt. Zelfs Sarah Palin, de voormalige Republikeinse kandidaat voor het vicepresidentschap, mengt zich in het koor van critici, en wees er gisteren op dat de goudprijs stijgt door het wantrouwen in de Amerikaanse munt. Dat verraadt verfijnde kennis, voor iemand waarvoor de wereldkaart vorig jaar nog een groot raadsel was. Mocht de dollar inzet worden van de steeds bloediger loopgravenoorlog tussen Democraten en Republikeinen, dan voorspelt dat weinig goeds. Chinezen, Russen en sjeiks kunnen complotten smeden wat ze willen, maar met zulke vriendinnen heeft de Amerikaanse munt allang geen vijanden meer nodig.

Maarten Schinkel