Berlusconi moet bondgenoten vrezen

Nieuwsanalyse

Meer nog dan de rechters moet de vleugellamme Berlusconi zijn partners in de regering vrezen. Zij hebben zijn lot in handen.

De Italiaanse premier Silvio Berlusconi zal opnieuw voor de rechter moeten verschijnen. Omkoping, belastingontduiking en boekhoudkundige fraude worden hem ten laste gelegd, nu het Constitutionele Hof hem zijn onschendbaarheid heeft ontnomen. Maar nog meer dan het vonnis van de magistraten vreest il Cavaliere (de Ridder) zijn bondgenoten Umberto Bossi van de Lega Nord en partijgenoot Gianfranco Fini, voorzitter van de Tweede Kamer. Zij zullen beschikken over zijn lot, en zij hebben vlak voor de uitspraak van het Hof samen afgesproken dat er voorlopig geen vervroegde verkiezingen komen en dat Berlusconi premier blijft.

„En wat nu?” Vrijwel alle kranten in Italië hebben deze vraag vandaag afgedrukt.

Omringd door vertrouwelingen en bodyguards stapte de politiek verzwakte Silvio Berlusconi gisteravond de camera’s tegemoet om antwoord te geven: „Wij gaan door”, zei hij. „Met of zonder onschendbaarheidwet. Wij moeten vijf jaar regeren….Leve Italië, Leve Berlusconi!” De toon waarop, en het opgeblazen gezicht waarmee hij zijn mededeling deed, beloven niet veel goeds. Silvio Berlusconi ligt op ramkoers. Hij heeft „vuur in de buik”, aldus de krant Il Foglio vanochtend.

De uitspraak van het Hof luidt een periode van politieke en institutionele instabiliteit in.

Berlusconi is kwetsbaar. Hij voelt zich „verraden’’ door president Giorgio Napolitano, die de immuniteitswet had goedgekeurd en deze volgens Berlusconi had moeten verdedigen voor het Constitutionele Hof. „We weten aan welke kant de president staat”, aldus de premier. „Onpartijdig en aan de kant van de grondwet’’, luidde de onmiddellijke repliek van de president. „Het kan me niet schelen wat Napolitano heeft gezegd. Ik voel me in de maling genomen”, pareerde een woedende Berlusconi.

Ook het hoogste Italiaanse gerechtshof dat de onschendbaarheidwet afkeurde, kreeg er gisteren van langs. „Het Hof is geen orgaan dat garanties biedt, maar een politiek orgaan dat wordt gedomineerd door elf linkse rechters en vier die dat niet zijn.”

Berlusconi’s boodschap is helder: iedereen is tegen hem. De magistratuur, de president, pers, en achtergrondprogramma’s op de publieke tv „die worden betaald met geld van alle burgers”. Volgens de premier hebben de instituties een toontje lager te zingen, omdat niet zij maar hij is gekozen door het volk en daarom boven de instituties staat.

Berlusconi: „Als Silvio er niet was met heel zijn regering en de steun van 70 procent van de Italianen zouden we in handen zijn van links dat van ons land zou maken wat iedereen weet.”

In werkelijkheid vormt de linkse oppositie het kleinste gevaar voor Berlusconi. Alleen Antonio di Pietro, de ex-officier van Justitie die de tweede oppositiepartij Italië van de Waarden leidt, heeft om het aftreden van Berlusconi gevraagd. De grootste oppositiekracht, de Democratische Partij, bidt vurig dat Berlusconi zal doorregeren en heeft hem daar zelfs toe opgeroepen. De Democratische Partij is na het aftreden van haar leider Walter Veltroni vleugellam. Deze maand kiezen de leden een nieuwe leider uit drie weinig aansprekende figuren. In de opiniepeilingen weet links niet te profiteren van de schandalen die Berlusconi omringen. Zeker de helft van het volk verkiest Berlusconi boven de ruziënde en weinig aansprekende linkse oppositie.

De officieren van justitie in Milaan en wellicht ook in Rome, Bari en Palermo zullen hun best doen om Berlusconi nu veroordeeld te krijgen. Vooralsnog wachten hem twee rechtszaken in Milaan. Hij moet zich verantwoorden voor het vermeende omkopen van de getuige David Mills (zie inzet). Een veroordeling van Berlusconi lijkt echter weinig waarschijnlijk, omdat de rechtszaak met nieuwe rechters moet beginnen en de verdachte na de eerste uitspraak nog twee keer beroep kan aantekenen. Over maximaal anderhalf jaar verjaart het vergrijp en het is twijfelachtig of het Hof van Cassatie dan al een definitief oordeel kan vellen. Dat lijkt ook het geval in de zaak-Mediaset.

Intussen spelen Berlusconi’s coalitiepartner Umberto Bossi van de Lega Nord en zijn partijgenoot en kroonprins Gianfranco Fini een geraffineerd politiek spel. Berlusconi zou het liefst morgen va banque gaan en nieuwe verkiezingen uitschrijven. Echter in Italië is het niet de premier, maar de president die daar over beslist. Alleen na een regeringscrisis kan er sprake zijn van een gang naar de stembus.

Bossi en Fini hebben op dit moment meer belang bij een vleugellamme premier die uitvoert wat zij willen dan bij verkiezingen die Berlusconi mogelijk opnieuw versterken en legitimeren. Bossi eist dat het proces van federalisering van Italië wordt voortgezet. Hij wil dat de noordelijke regio’s meer autonomie krijgen en dat geld dat in het noorden wordt verdiend ook in het noorden blijft en niet wordt verbrast aan die „luie en maffiose zuiderlingen’’. Zo lang Berlusconi meewerkt aan de federalisering zal Bossi hem steunen. Als Bossi zich verraden voelt zal hij Berlusconi laten vallen en is het maar de vraag of hij na volgende verkiezingen nog op de steun van de Lega Nord kan rekenen.

Gianfranco Fini is de ex-leider van de postfascistische partij Alleanza Nazionale die dit voorjaar met Berlusconi’s Forza Italia is gefuseerd tot Volk van de Vrijheid. Zijn verhouding met Berlusconi is al enige maanden gespannen en hij verwijt il Cavaliere dat deze de partij ondemocratisch leidt. Fini steunt Berlusconi nu in de hoop dat de processen in Milaan het gezag van de premier verder zullen aantasten. Alleen zo zou het hem kunnen lukken om op termijn de onvermoeibare en populaire Berlusconi te verslaan.

Juist nu het land in economische crisis verkeert, is een politieke patstelling ontstaan waarin iedereen elkaar in een houdgreep heeft.