Waar baseren historici zich straks op? Op onze e-mails?

Gebruik van e-mail nu, levert straks problemen op voor historici van de toekomst, zo stond in juni op de opiniepagina van NRC Handelsblad. Frank van der Horst, historicus en pedagoog aan de Universiteit Leiden, stelde dit naar aanleiding van zijn proefschrift over een psychiater, waarbij hij gretig gebruik had gemaakt van oude brieven. „Maar wat nou als ik iets briljants doe? Hoe moeten historici later mijn leven en denken reconstrueren?”

Frank van der Horst: „Ik schrijf nooit een brief. Al mijn correspondentie gaat per e-mail, en die gooi ik weg als mijn inbox vol is. Terwijl kattebelletjes van mijn vrouw met ‘haal even een pak melk’ later van belang kunnen zijn om inzicht te krijgen in mijn dagelijks leven.”

Dat hoor je wel vaker, maar e-mail biedt historici ook voordelen, zegt Eric Ketelaar, emeritus hoogleraar archiefwetenschap. Digitale teksten zijn veel makkelijker te doorzoeken en volgens informaticaspecialisten zijn digitale bestanden ook langer houdbaar dan houthoudend papier. Maar dan moet Van der Horst zijn mail natuurlijk niet weggooien, maar opslaan of bijvoorbeeld doorsturen naar een Gmail-account.

Ketelaar ziet het gebruik van e-mail zelfs als een zege. „Wat de historicus heeft verloren aan de telefoon, wint hij ruimschoots terug met de e-mail.” Ook informeel overleg tussen collega’s dat vroeger bij de koffieautomaat plaatsvond, gaat nu per mail en kan worden gearchiveerd, zegt hij. „Particulieren worden al gestimuleerd om een digitaal archief aan te leggen. Denk aan de belastingaangifte.”

De overheid is op basis van de Archiefwet verplicht haar archief toegankelijk te maken voor het publiek. Dat moet binnen twintig jaar aan het Nationaal Archief worden overgedragen en daaronder vallen ook e-mails. Die krijgen we zelden, zegt directeur Martin Berendse. „Op een enkele print van een mailtje na. Maar de komende vijf jaar zal dat veranderen.”

Doeko Bosscher, hoogleraar eigentijdse geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, print al sinds 1994 alle e-mails uit waarvan hij denkt dat hij ze later eens wil nalezen. Hij kent meer historici die dat doen. „Wij zien het belang. Maar ik vermoed ook dat een van mijn voorouders een hamster is geweest.”

Leonie van Nierop