Voor een link betaal je ook niet

Buma/Stemra wil dat internetters gaan betalen voor het embedden van filmpjes.

Dat zou het einde betekenen van een rijke informatiecultuur.

De auteursrechtenorganisatie Buma/Stemra heeft aangekondigd dat zij meer dan honderd euro per jaar gaat vragen voor het ‘embedden’ van filmpjes en liedjes op weblogs en Hyves-pagina’s. Direct na deze aankondiging ontplofte het web: via Twitter en weblogs uitten talloze internetters hun onbegrip, zorg en woede. En dat is terecht.

Het delen van materiaal is een van de fundamenten van het web. Het internet, en de blogosfeer in het bijzonder, is een rijk en informatief communicatiemedium, doordat talloze deelnemers naar materiaal van elkaar linken, materiaal van elkaar citeren en materiaal van elkaar opnemen op hun website. Embedden (via een code een audio- of videofragment van een andere site afspelen op een website, weblog of Hyves-profiel) is dé manier waarop dit materiaal wordt gedeeld. Het overgrote deel van de video’s op bijvoorbeeld YouTube kan door wie dan ook met een simpele handeling op een willekeurige website worden geplakt. En dat heeft een belangrijke functie: hierdoor kan materiaal binnen een rijkere, meer informatieve context worden gepresenteerd.

Het voornemen van Buma/Stemra om een vergoeding voor embedden te vragen heeft een verlammend effect op deze rijke informatiecultuur. Beheerders van websites zullen terughoudender worden in het plaatsen van materiaal: je moet eerst uitzoeken of Buma/Stemra de exploitatierechten beheert, en vervolgens in bepaalde gevallen een licentie sluiten. Waarschijnlijk zullen netwerksites zoals Hyves de technische mogelijkheid van embedden uit voorzorg onmogelijk maken, zonder een uitzondering te maken voor niet-beschermd materiaal. Ook schept de maatregel veel onduidelijkheid, omdat eigenaren van materiaal op YouTube de mogelijkheid om het filmpje te kunnen embedden kunnen in- of uitschakelen. Hierdoor wordt de (gratis) aangeboden embed-optie wereldwijd opgevat als een toestemming tot embedden. De maatregel van Buma/Stemradruist daar lijnrecht tegenin.

Ook Nederlandse muzikanten worden hiervan de dupe: deze maatregel ontneemt hen een belangrijk marketingkanaal. Internet wordt immers steeds belangrijker voor muziekmarketing; door embedding in blogs kunnen muzikanten op een directe en efficiënte manier hun fans bereiken. Ook profiteren zij van de opname van hun materiaal bij concert- en cd-recensies, aankondigingen op websites van concertpodia. Een mogelijk neveneffect van deze regeling is daarnaast dat ook materiaal waarvan de rechten niet door Buma worden beheerd, niet meer zal worden gedeeld. Dit klemt des te meer, aangezien Buma/Stemra van de naar schatting half miljoen muzikanten die in Nederland actief zijn, slechts 17.000 artiesten vertegenwoordigt.

En naast al deze praktische bezwaren, is de juridische grondslag van de regeling op zijn minst twijfelachtig. Ten eerste is de vraag of embedden moet worden aangemerkt als een afzonderlijke exploitatiehandeling waarvoor toestemming van de rechthebbende is vereist: voor een link naar een website hoef je toch ook niet apart te betalen? In veel gevallen zal het embedden van materiaal bovendien kunnen worden aangemerkt als een toegestaan citaat. Tot slot heeft YouTube met een aantal platenmaatschappijen al licentieovereenkomsten gesloten, op grond waarvan al een vergoeding wordt afgedragen voor de publicatie van muziekvideo’s. Het is onduidelijk hoe Buma dubbeltelling gaat voorkomen. Aan al deze argumenten gaat Buma/Stemra voorbij.

Dat de auteursrechtenorganisatie heeft gezegd dat zij ‘niet van plan is om achter webloggers aan te gaan’ is hoopgevend, maar deze toezegging moet worden uitgewerkt in een formele regeling die onderscheid maakt tussen gebruik dat op winst is gericht en andersoortig gebruik. Ook moet een vergoeding bij de bron worden geheven, in plaats van bij de websites die middels embedden bestaand materiaal aan een groter publiek helpen. Alleen op deze manier kan de rijke informatiecultuur van het internet gewaarborgd blijven, en houden muzikanten toegang tot hun fans.

Ot van Daalen is directeur van de digitale burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom. Dit is een verkorte versie een open brief die Bits of Freedom gisteren aan Buma/Stemra heeft gepresenteerd. Deze brief is sinds afgelopen vrijdag door meer dan honderd bloggers en internetgebruikers van commentaar voorzien.