Verhagen moet nu zwijgen over missie

Minister Verhagen heeft door de Afghanistan-motie die gisteren is aangenomen geen manoeuvreerruimte meer.

„Dutch parliament against longer Afghan mission”, aldus het bericht dat het internationale persbureau Associated Press gisteravond de wereld instuurde. Enkele uren daarvoor had de Tweede Kamer met alleen de stemmen tegen van het CDA en oppositiepartijen D66 en SGP een motie van deze strekking aangenomen. Deze boodschap uit Nederland was dus exact wat minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) had willen voorkomen. Terwijl in de Verenigde Staten volop wordt gediscussieerd over een nieuwe Afghanistanstrategie met als onderdeel een forse uitbreiding van het aantal militairen, laat een trouwe bondgenoot weten het over een jaar voor gezien te houden.

„Het kabinet dient vast te houden aan het eerder genomen besluit om alle Nederlandse militairen terug te trekken uit Uruzgan voor 1 december 2010”, zegt de van de regeringspartijen ChristenUnie en PvdA afkomstige motie, die eraan herinnert dat bij de verlenging werd gezegd „dat Nederland na 2010 geen nieuwe missie in Uruzgan op zich zal nemen”. Niet langer in Uruzgan, maar ook geen grootschalige activiteiten elders in Afghanistan. Want, zo zei Kamerlid Martijn van Dam (PvdA) na afloop van de stemming, „je trekt je niet terug uit Uruzgan om elders in Afghanistan soortgelijk werk te doen”. Het kabinet kan niet voorbijgaan aan een regeringspartij die het zo scherp stelt.

Minister Verhagen stond iets geheel anders voor ogen toen hij twee weken geleden in New York tegenover een verslaggever van BNR-radio de vraag opwierp of Nederland in Afghanistan na volgend jaar alles op anderen kon afschuiven. Hij zocht manoeuvreerruimte, maar met de nu aangenomen motie is deze tot nul teruggebracht.

Verhagen wilde ruimte omdat, zoals hij vorige week in de Tweede Kamer zei, er wel het één en ander is veranderd sinds het kabinetsbesluit uit 2007 om de militaire missie in Uruzgan eenmalig met twee jaar te verlengen tot eind 2010. Want in de Verenigde Staten is een andere regering aangetreden en in Afghanistan is een ander type operatie aan de orde. Verhagen: „Mag je dan niet meer nadenken? Moet je zeggen: alles wat wij twee jaar geleden gezegd hebben, blijft zo?”

Hij vreesde het „sneeuwbaleffect” bij een algeheel vertrek van Nederlandse militairen.

Nederland zou namelijk het eerste land zijn dat dit doet. Vandaar Verhagens al langer durende zoektocht naar een aanbod waarbij Nederland de bondgenoten in Afghanistan niet geheel in de steek zou laten, en waarbij tegelijk de belofte van twee jaar geleden zou worden nagekomen dat de missie in 2010 wordt beëindigd. In zijn ogen kon deze tweeslag worden gemaakt wanneer Nederland zou besluiten de leiding van de militaire acties in Uruzgan volgens plan over te dragen, en tegelijk een beperkt aantal militairen in het gebied achter te laten. Zij zouden dan een zogeheten provinciaal reconstructieteam moeten begeleiden. De ‘Afghanistan-zeshoek’ van het kabinet kwam de voorbije maanden drie keer bijeen, maar kon het niet eens worden. In die zeshoek zitten de ministers Verhagen, Van Middelkoop (Defensie, ChristenUnie) en Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA), aangevuld met minister-president Balkenende (CDA) en de vicepremiers Bos (PvdA) en Rouvoet (ChristenUnie).

Via de publiciteit probeerde Verhagen het debat een impuls te geven, maar het effect was averechts. De Tweede Kamer legde hem met aanvaarding van de motie volledig aan banden. Strikt genomen hoeft het kabinet zich niets aan te trekken van de Kameruitspraak. De Grondwet stelt dat uitzenden van militairen een besluit is dat geen instemming van de Tweede Kamer behoeft. Tegelijk is de gegroeide praktijk dat een kabinet geen Nederlandse militairen uitzendt als daar geen brede steun in het parlement voor bestaat. En die steun is er sinds gisteren bij lange na niet.

Mark Kranenburg over de motie op nrc.tv. Achtergronden op nrc.nl/uruzgan