'Up' jongste triomf van studio Pixar

Up. Regie: Pete Docter, Bob Peterson. In 195 bioscopen: 124 Nederlands, 69 Engels, 60 3D. *****

Onlangs kreeg het nog relatief jonge team van Pixar een Gouden Leeuw voor het gehele oeuvre in Venetië. En in mei klonk in Cannes bij de pers bijna ontzag na afloop van de wereldpremière van hun jongste film Up. Wanneer maakten ze eens een flop?

Ooit komt het ervan, niets is voor eeuwig, maar Up is opnieuw een triomf van de animatiestudio die filmtycoon George Lucas ooit voor tien miljoen dollar aan Apple-oprichter Steve Jobs verkocht, die in 1995 met Toy Story de eerste computeranimatiefilm uitbracht en die sindsdien nimmer teleurstelde. Pixar's minste film, Cars, zou voor elke andere animatiestudio een hoogtepunt zijn.

Met Up weet Pixar opnieuw een meesterwerk rond onaannemelijke helden te componeren. Leek het roestige vuilnisrobotje Wall-E al moeilijk te animeren, het uitgangspunt van Up klonk vooraf zo riskant dat een aantal investeerders begin dit jaar het vertrouwen in Pixar verloor. Meer dan één film per jaar produceert de studio niet: wat als die flopt? Willen kinderen wel een film zien over rouwverwerking? Over een bejaarde weduwnaar die na de dood van zijn vrouw aan een tros ballonnen naar Zuid-Amerika vliegt om een zeldzame vogel te zoeken? Ruziet met een al even oude ontdekkingsreiziger? Vriendschap sluit met een dik padvindertje?

Vijf maanden en een half miljard dollar later is het antwoord helder: na Finding Nemo – met een zeurende maanvis in de hoofdrol - is Up Pixar’s grootste filmhit tot dusver. De film is beurtelings hilarisch, ontroerend, opwindend en majestueus, maar bovenal perfect gedoseerd. Zo lopen we eerst met zevenmijlslaarzen door het leven van bejaarde ballonnenverkoper Carl Fredricksen: een paar korrel suiker extra en het sentiment zou ondraaglijk zijn geweest. Maar het is precies goed.

Carl Fredricksen, een Mondriaanman van rechte lijnen, knauwende zinnen en knarsende gewrichten, is meer dan de bekende knuffelbare mopperpot. Regisseur Pete Docter vergelijkt hem met Fitzcarraldo, de bezeten held uit de Werner Herzog-film die een Amazoneboot over een Peruviaanse heuvel sleurt, ook als zelfkastijding. Zo sjokt de ten onrechte schuldbewuste Fredricksen met zijn huisje als dood gewicht aan zijn middel gebonden door de jungle: je beseft dat hij pas vrede vindt als hij zijn verleden kan achterlaten. Zijn leven krijgt waarde door het ADHD-padvinder Russell, ongevormd als een deegbal, nerveus kwekkend om te behagen en wijzer dan hij eruit ziet.

Het werkt, door een langdurig proces van proberen, schaven en weggooien dat Pixar kenmerkt. Aan Up werkten in drie jaar 375 animators. Dat zie je. Alleen perfect is goed genoeg; Up is perfect.