Stilstand Kenia voedt vrees voor nieuw geweld

Kenia is diep teleurgesteld in de coalitieregering die begin vorig jaar na de geweldsuitbarsting werd gevormd. De beloofde hervormingen blijven uit.

„Waar was u al die tijd, Kofi”, vraagt de Keniaanse mensenrechtenactivist Mwalimu Mati zich af. „Wij vechten dagelijks voor hervormingen in Kenia en u was er niet om ons bij te staan.” Kofi Annan, de Redder van Kenia, staat er nog op vele openbaarvervoerbusjes geschreven. Maar Kenianen zijn diep teleurgesteld in de coalitieregering die de voormalige VN-chef begin vorig jaar hielp vormen, evenals in het uitblijven van de hervormingen die Annan afdwong.

Zonder hervormingen is het te gevaarlijk om in 2012 verkiezingen te houden, waarschuwde Annan gisteren in gesprek met de twee politieke rivalen in Nairobi, president Mwai Kibaki en premier Raila Odinga. Ruim één jaar na zijn bemiddeling was Annan de afgelopen dagen terug in Kenia. Behalve van regeringswoordvoerder Alfred Mutua, die zei dat „90 procent van alle hervormingen op koers zijn”, hoorde Annan droef stemmende geluiden. „De weigerachtige regering wil geen hervormingen”, vertelt ex-minister Martha Karua, die eerder dit jaar uit protest de regering van Kibaki en Odinga verliet. „De regering bewijst alleen lippendienst aan verandering. Slechts één behoudende factie in de regering heeft het voor het zeggen”, vindt parlementslid Julius Murgor.

Charles is een bewoner van de sloppenwijk Mathare en deed vorig jaar mee aan de gevechten na de omstreden verkiezingen. Hij deelt Annans sombere waarschuwing. „Bij de volgende verkiezingen verberg ik me in een grot op het platteland, het wordt een bloedbad, veel erger dan de vorige keer”, voorspelt hij. „Er is nog niets opgelost in Kenia.”

Ook in het buitenland groeit de ergernis over de impasse. De Amerikaanse ambassade stelde vorige maand een lijst van vijftien politici op, inclusief ministers, die hervormingen blokkeren en daarom dreigen geen visa meer te krijgen voor de VS. En het Internationale Strafhof doet onderzoek naar een aantal verdachten van het geweld, onder wie enkele ministers. Dit nadat regering en parlement in Nairobi geen overeenstemming bereikten over oprichting van een tribunaal in Kenia zelf.

De coalitieregering is een creatie van Annan. Het geweld in Kenia wekte ongebruikelijk veel daadkracht bij de internationale gemeenschap op. Kenia, een westerse bondgenoot in een instabiele regio, mocht niet in een burgeroorlog wegzakken. Met tegenzin gingen Kibaki en Odinga, die beiden de verkiezingszege opeisten, akkoord met machtsdeling. Maar daar liet Annan het niet bij. De verkiezingsfraude was slechts de vonk geweest, de aanleiding, en niet de oorzaak van het geweld. Er moesten in de visie van Annan diepgaande hervormingen komen, van het gerechtelijk apparaat, de politie, de verkiezingscommissie, de grondwet en het landbezit.

De parlementsleden namen na de rellen eerst het besluit hun eigen salaris te verhogen. Ze kibbelden over hoeveel auto’s een politicus krijgt van de staat. Toen ze over de oprichting van een speciaal tribunaal moesten besluiten, konden ze het niet eens worden. De regering richtte allerlei commissies voor hervormingen op, maar actie bleef goeddeels uit. De hoogste baas van de uiterst corrupte politie kreeg een nieuwe baan als hoofd van de posterijen, maar een reorganisatie van de politie blijft uit.

Kibaki deed vorige maand opnieuw alsof er geen vuiltje aan de lucht was, toen hij rechter Aaron Ringera als hoofd van de officiële anti-corruptiecommissie herbenoemde. Geheel in de traditie van het Keniaanse patronagesysteem had de president nooit gereageerd op artikelen en een boek over Ringera, waarin deze naar voren komt als een beschermer van corrupte politici, niet als hun bestrijder. De publieke verontwaardiging was zo groot dat het parlement in actie kwam en de president dwong de benoeming in te trekken.

„De bevolking ziet de politici nu als hét probleem”, stelt John Githongo. Hij was in 2002 in de eerste regering van Kibaki minister van corruptiebestrijding, onthulde fraude maar ontvluchtte het land toen corrupte ministers zich tegen hem keerden en de president daarbij niet ingreep.

Githongo is nu weer terug in Kenia, beschermd door twee lijfwachten. Er bestaat behoefte aan een nieuwe politieke klasse, verkondigt hij met vele jonge leeftijdsgenoten. „Het enige wat ons Kenianen nu nog verenigt, is angst voor nieuw geweld.” Politiek en democratie hebben van onze kinderen moordenaars gemaakt, zeggen Kenianen. Praten over corruptie is een luxe geworden, er zijn meer prangende problemen. Ingrijpende hervormingen vallen volgens Githongo met de huidige politieke klasse moeilijk door te voeren. „De armen en rijken zullen een compromis moeten zoeken. Als de verandering alleen van de onderklasse komt, betekent dat plunderingen.”

Schrijver-journalist Kuntai Parselelo noemt het geweld van vorig jaar „een overwinning van de onzichtbaren”. De armen namen wraak. „De groeiende misdaad is een soort klassenstrijd”, zegt hij. De armen hebben het vertrouwen in de politieke elite opgezegd. Velen voelen zich aangetrokken tot milities. Er is sprake van groeiende illegale wapenhandel in gebieden waar tijdens de rellen werd gevochten om land. „In Kenia staat iedereen er nu alleen voor.”

Activist Mwalimu Mati noemt de politici „een oligarchie die de economie ten eigen bate opdeelt”. Toch heeft hij hoop, „al was het alleen maar omdat ik geen plan B heb voor Annans bemiddeling. Kenia beschikt niet, zoals Nigeria, over voldoende hulpbronnen om zich een stinkend rijke elite te kunnen veroorloven. Aan dit wanbeheer van Kenia zal daarom ongetwijfeld een einde komen.”