Scheringa's bankje

Of het nu door hackers kwam of niet, Nederland zag eind vorige week een kleine run op de DSB Bank.

Het beleg van het levenswerk van de Noord-Hollander Dirk Scheringa door ontevreden houders van koopsompolissen beleefde zijn apotheose met een oproep om het geld van de bank te halen, omdat zij van een failliete bank een betere regeling zouden kunnen verwachten dan van een nog levende.

Die oproep was cynisch en maakte in ieder geval ten dele gebruik van de notie dat de autoriteiten in de huidige omstandigheden nooit zouden toestaan dat DSB Bank omvalt. In het slechtste geval zou de samenleving via een publieke redding van de bank zijn opgedraaid voor de problemen van een groep ontevreden klanten. Dat is ook een manier van geschillenbeslechting, maar niet een erg sociale.

Zover kwam het niet. DSB staat overeind en heeft bij monde van Scheringa beterschap beloofd. Dat werd hoog tijd, zo goed als de bank maar beter snel tot een akkoord kan komen met haar ontevreden klanten. Met de koppelverkoop van kredieten met soms onnodige polissen heeft DSB de hele financiële sector indirect grote schade toegebracht.

Het vertrouwen van het publiek in de branche is toch al fragiel. Na de aandelenlease en de woekerpolissen volgde de kredietcrisis, die een grootschalige speculatie aan het licht bracht. Alleen al in Nederland vergde die crisis tientallen miljarden aan staatssteun en zij bleek de voorbode te zijn van de zwaarste recessie sinds de jaren dertig. Een nieuwe affaire, hoe klein ook, kon gemist worden als kiespijn.

Het beeld van de bank als een roekeloze en nietsontziende haai in het water van de maatschappij mag een karikatuur zijn, maar het is dat beeld dat op deze manier bij het publiek beklijft. Niet voor niets trekt de bonuscultuur zo sterk de aandacht. Zij is niet de belangrijkste oorzaak van de kredietcrisis, maar wel de meest tastbare. En ook het meest ad hominem.

Ook al is de kleine DSB een broodkruimel op de rok van de kredietcrisis, de schade is reëel, en zal wel moeten worden opgeruimd. Als het bedrijfsmodel van de bank vooral geënt was op de koppelverkoop van winstgevende verzekeringen met leningen, dan zal dat op de schop moeten, waarna zal blijken hoe groot de levensvatbaarheid van het bedrijf is op de lange termijn.

Het terugtrekken van spaargeld door het publiek is een acuter probleem. Spaarders zijn voor een bank een zekere manier van funding. Het alternatief is de geld- en kapitaalmarkt, waar het zwaarste onweer dan wel achter de rug is, maar waar de atmosfeer op dit moment nog steeds onvriendelijk is – zeker voor kleinere banken met een luchtje.

Los van een vernederende, al dan niet door de autoriteiten gemasseerde, overname door een grotere partij is vertrouwensherstel bij het publiek voor DSB de beste manier om uit de huidige omstandigheden te ontsnappen. De bank kan in dat geval maar beter heel vriendelijk zijn tegen haar morrende cliënten, en heel genereus.