Premier verdient deernis voor de Oranjes

Het zijn de Oranjes zelf die de premier in verlegenheid brengen. Laat ze daar dan ook de gevolgen van ondervinden, meent August Hans den Boef.

Wanneer voel je compassie met een politieke tegenstander? Vanzelfsprekend wanneer zo iemand in de privésfeer iets naars overkomt. Maar in zijn beroep? Hoe slechter je tegenstander het doet, hoe meer kritiek hij ondervindt, des te beter!

Ik voelde voor het eerst van mijn leven enige compassie met de huidige MP toen media en politici hem een jaar geleden verweten dat hij het staatshoofd in verlegenheid had gebracht door haar financiële situatie niet transparant genoeg te presenteren. Want ‘de majesteit’ wilde uiteraard niets anders.

Vaak echter weten media en politici dondersgoed dat de Oranjes geregeld het kabinet voor het blok zetten en confronteren met faits accomplis. Zodat de arme premiers met hun spindokters maar weer moeten proberen de schade zoveel mogelijk te beperken.

Meestal wordt geklaagd dat de Oranjes ‘niets mogen zeggen’, dat ze ‘gevangen zijn in de ministeriële verantwoordelijkheid’. Maar eerder lijkt het omgekeerde, de MP als de gevangene van de Oranje grillen en nukken. Want nooit mag hij zeggen: ‘Vreselijk inderdaad. Ze hebben me weer eens voor het blok gezet!’

Toen keizer Wilhelm II in 1918 als asielzoeker met zijn trein onze grens overging, wist premier Ruijs de Beerenbrouck niet dat zulks op invitatie van koningin Wilhelmina geschiedde. Daarna moesten zijn opvolgers de Greet Hofmans-affaire, de Irenecrisis en het Lockheedschandaal bezweren. Wim Kok stond in 2000 voor het blok toen koningin Beatrix constateerde dat het politieke verleden van Jorge Zorreguieta geen belemmering voor het huwelijk van zijn dochter vormde, lang voor de publicatie van het rapport-Baud. De premier werd voor het blok gezet met de aankondiging van de verloving. Zijn opvolger Balkenende stond voor het blok bij de zaak-Wisse Smit, de affaire-De Roy van Zuydewijn, het resort in Mozambique en de brievenbusfirma in paleis Noordeinde.

Media en politici kennen deze Oranje-attitude – zoveel mogelijk lusten en zo weinig mogelijk lasten. Desondanks plegen ze willens en wetens de verantwoordelijke minister ‘een gebrek aan regie’ te verwijten, waardoor de monarchie zelfs ‘schade zou kunnen lijden!’ Dat is hypocriet misbruik maken van het instituut ministeriële verantwoordelijkheid. En waarom zouden de Oranjes geen schade mogen lijden door de gevolgen hun hoogsteigen gedrag?

De klassieke aanhang van de monarchie lijkt hierin tegenwoordig meer geëmancipeerd dan de traditionele partijen, gezien de scepsis van de Oranjeverenigingen tegenover het Mozambiqueproject en de keuze van de PVV voor een ceremonieel koningsschap.

Er zijn tientallen zaken waarop dit kabinet kan worden aangevallen, maar voor zijn relatie met de Oranjes verdient de premier ons aller compassie.

August Hans den Boef is verbonden aan het Instituut voor Media en Informatie Management aan de Hogeschool van Amsterdam.