Pedofiel verbannen

De eerste verbanning van een ex-gedetineerde zedendelinquent uit zijn woonplaats door de burgemeester is een feit. Burgemeester Van Gijzel stelde deze week een gebiedsverbod in voor vrijwel de hele gemeente Eindhoven voor een pedofiel die zijn vrijheidsstraf technisch heeft uitgezeten. Daarvoor gebruikte hij een artikel uit de Gemeentewet dat bij dreigende verstoringen van de openbare orde de burgemeester de bevoegdheid geeft de vrijheid van burgers in te perken. Nog niet eerder strekte zo’n verbod zich uit tot de hele gemeente. En nog nooit kwam het praktisch neer op een verbod voor een inwoner om na een straf terug te keren naar zijn woonplaats.

Deze kwestie raakt aan het evenwicht tussen burgerrechten, slachtofferbelangen en publieke veiligheid. Makkelijke antwoorden zijn er niet, maar het bot weren van een ex-gedetineerde uit de eigen gemeente is een glashelder voorbeeld van het afschuiven van problemen. Pedofielen over de gemeentegrens zetten is kortzichtig – het is stoer doen op kosten van de buren. Van Gijzel demonstreert ook hoe makkelijk nieuwe burgemeestersmacht uit de hand kan lopen. Bij de recente discussies over wijk- of gebiedsverboden werd tot nu toe steeds aangenomen dat het gaat om wijken of straten, waar lokale ordeverstoringen dreigden. Maar een hele stad?

Van burgemeesters die zich zo onder druk gezet voelen, mag desondanks een constructieve, verantwoordelijke en verstandige houding worden verwacht. De reclassering had met de ex-gedetineerde vrijwillige afspraken gemaakt over wekelijkse psychiatrische behandeling, minimaal tweemaal per week reclasseringscontact en een gebiedsverbod voor de (elders gelegen) wijk van de slachtoffers. De burgemeester eiste echter nog een elektronische enkelband en een gebiedsverbod voor vrijwel alle locaties in Eindhoven waar kinderen komen.

Deze zaak laat zien waar het in Nederland schort aan doeltreffende middelen om toezicht te houden op gevaarlijke ex-gedetineerden. In deze zaak duren hoger beroep en cassatie zo lang dat de man volgens de regels vrijkwam toen de termijn van de vrijheidsstraf was verlopen. Omdat het cassatieberoep nog moet beginnen, kon de vijf jaar reclasseringstoezicht die hem ook was opgelegd niet worden afgedwongen. Zijn vonnis was derhalve deels al uitgevoerd, maar nog altijd niet onherroepelijk. Zo’n vrijlating zonder verplicht toezicht is dus niet wat de rechters tot nu toe verantwoord vonden. Dit is een lacune in de wet. Laat ernstige zedendelinquenten pas vrij nadat hun zaak alle instanties heeft gepasseerd. Dan kan het hele vonnis worden opgelegd.

Nu moet de reclassering onderhandelen met ex-delinquenten die door een gat in de juridische procedures de samenleving te vroeg betreden. En met burgemeesters die naar te zware middelen grijpen. Een zedendelinquent mag niet vrijkomen zonder dat de bevolen maatregelen als toezicht en behandeling afgedwongen kunnen worden. Zo moeilijk hoeft dat niet te zijn.