Opmeer bankiert nu een stuk dichter bij huis

Opmeer zag een jaar geleden opeens 7 miljoen euro verdwijnen door de bankenimplosie in IJsland. De gemeente moet straks bezuinigen. En er is al wat veranderd.

Het is koud in het West-Friese dorp Opmeer, ook ín het gemeentehuis. „Vandaag is de verwarming stuk”, zegt wethouder Richard op ’t Veld (Financiën, CDA). „De energierekening kunnen we als gemeente nog betalen hoor”, grapt hij.

De mensen in het dorp noemen Op ’t Veld soms ‘de man van 7 miljoen’. Dat bedrag parkeerde de gemeente onder zijn verantwoordelijkheid in januari 2008 bij Landsbanki in IJsland. Opmeer heeft nog geen cent teruggezien. Ieder van de 11.281 inwoners heeft zo nog 621 euro in IJsland staan.

Vandaag is het precies een jaar geleden dat de treasurer van de gemeente op het kantoor van Op ’t Veld kwam. „We hebben een groot probleem”, zei deze ambtenaar, die de financiën beheert. Landsbanki was ineens gezakt van een A-naar een B-rating, wat duidt op lagere betrouwbaarheid.

Ze probeerden het geld van de bank te halen, maar niemand die daar de telefoon opnam. Gemeenschapsgeld was onbereikbaar geworden.

In de meerjarenbegroting houdt Opmeer er nu rekening mee dat een deel van de 7 miljoen moet worden afgeboekt. Desondanks is de begroting rond. Dit jaar wordt er nog niet bezuinigd, blijkt uit de plannen. Daarmee sluit de gemeente zich aan bij de lijn van het Rijk: bezuinigingen uitstellen om de economie draaiende te houden.

Op ’t Veld: „Er komt een nieuwe brandweerkazerne, de riolering wordt vervangen, en er wordt een verenigingscentrum gebouwd.” Allemaal belangrijk om, „bij voorkeur”, de lokale bouwondernemers te steunen, vindt hij. Ook gaan de lokale lasten op korte termijn omlaag.

Maar aan dit alles komt ooit een einde. Het Rijk gaat gemeenten korten, en Opmeer ontvangt vanzelfsprekend geen rente meer uit IJsland. De wethouder: „In 2012 moeten we behoorlijk gaan ingrijpen. Dat wordt voor ons een cruciaal jaar.”

VVD’er Jan Sneek, lid van de oppositie in de gemeenteraad: „Op zulke momenten was het toch wel erg fijn geweest als we 7 miljoen achter de hand zouden hebben.”

Opmeer bleek niet de enige gedupeerde: ruim twintig lagere overheden – gemeenten, waterschappen en de provincie Noord-Holland – hadden samen voor 187 miljoen euro spaargeld in IJsland uitgezet. De rente was daar net een paar tienden van een procentpunt hoger dan bij andere banken. Landsbanki had lange tijd een A-rating en een fijne rente, Opmeer kreeg 5,2 procent. Wat kon er gebeuren?

Het vertrouwen in het financiële stelsel en in IJsland was zo groot dat de wethouder niet eens wist dat ‘zijn’ miljoenen ergens op een eiland tussen Europa en Groenland stonden. Dat vertelde hij vorig jaar in een gesprek met deze krant.

Nu zegt Op ’t Veld: „Ik ben een slachtoffer geworden van het falende toezicht op de banken.”

Samen met andere lagere overheden probeert hij het geld terug te krijgen. Gemeenten als Opmeer, Texel en Pijnacker-Nootdorp trekken samen op met Noord-Holland in de onderhandelingen met IJsland. Een advocatenbureau en een adviseur staan hen bij.

„Er is nul procent kans dat we alles terugkrijgen”, zegt Piet Oudega, sectormanager financiën van de provincie Noord-Holland. „Er zijn vele schuldeisers, en het is maar de vraag in welke vorm het geld terugkomt: in obligaties, aandelen, of ‘echt’ geld? Wij hopen natuurlijk op het laatste.”

Een jaar later is nog altijd niet precies bekend wat Landsbanki aan bezittingen heeft. Dat is lastig voor schuldeisers. Zodra bekend is wat er nog te halen valt, zullen ze waarschijnlijk gaan procederen wie waarop recht heeft.

Oudega: „Voorzichtig denk ik dat we in 2011 of misschien 2012 gespreid over de tijd iets gaan ontvangen.”

Wethouder Op ’t Veld houdt er rekening mee dat Opmeer 20 tot 40 procent van de 7 miljoen kwijt is. Rente krijgt hij al helemaal niet.

„Volgens mij zien we er zelfs niets meer van terug”, zegt oppositielid Sneek. De VVD’er, zelf assurantieadviseur, neemt het de wethouder kwalijk dat hij het geld destijds niet goed gespreid heeft, en bijna alles bij een buitenlandse bank zette. Van de 10,5 miljoen euro aan gemeentelijke reserves stond bijna driekwart in IJsland.

„Het was een roerig jaar”, zegt de wethouder in zijn koude kantoor, „waarin we veel geleerd hebben.” Zo zijn statuten aangepast om de macht van de treasurer in te perken. Beslisten vroeger drie mensen over het uitzetten van geld, nu zijn dat er vijf.

Ook de wethouder weet nu vooraf waar de spaartegoeden heengaan. Niet langer wordt alleen maar gezocht naar de hoogste rente; ook de betrouwbaarheid van de bank speelt mee. Alleen banken met een triple-A-rating komen in aanmerking, al is de rente daar lager.

Zaten er maar boeren in het gemeentehuis, verzuchtte Jaap Klaver (76), inwoner van Opmeer, een jaar geleden. „Die weten: zet je geld dicht bij huis. Bij de Rabobank.”

Of Opmeer geluisterd heeft? De 1,5 miljoen euro spaargeld die Opmeer nu heeft, staat inderdaad bij de Rabo, een triple-A-bank. Tegen 1,5 procent rente.