Ook een middelbare scholier moet weer kunnen rekenen

Nieuwsanalyse

Alle middelbare scholieren moeten vanaf 2014 een rekentoets maken. Dat is het antwoord op klachten van het hoger onderwijs.

Hogescholen en universiteiten kunnen hun rekentoetsen voor eerstejaarsstudenten, die ze de afgelopen jaren voortvarend hebben ingevoerd, over een tijdje weer afschaffen.

Na aanhoudende klachten over het rekenniveau van beginnende studenten heeft staatssecretaris Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) vandaag bekendgemaakt alle middelbare scholieren vanaf 2014 op het eindexamen te onderwerpen aan een rekentoets.

Rekenen is van oudsher een basisschoolvak, dat op de middelbare school wordt vervangen door wiskunde. Maar de wiskundestof bevat weinig herhaling van elementaire rekenvaardigheden. Het gevolg daarvan is, zo is gebleken, dat veel toekomstige onderwijzers niet meer kunnen rekenen op het niveau van groep acht en dat toekomstige verplegers denken dat 0,10 liter injectievloeistof tien keer zo veel is als 0,1 liter.

De rekentoets zal het wiskunde-examen niet vervangen, maar een apart examenonderdeel zijn, meetellend voor het diploma.

Sommige vmbo’ers en havisten volgen zelfs helemaal geen wiskunde. Dat geldt bijvoorbeeld voor vmbo-leerlingen Zorg & Welzijn en voor leerlingen met het havo-profiel Cultuur & Maatschappij. Juist onder deze leerlingen zitten veel toekomstige verplegers en onderwijzers.

Opmerkelijk is dat de taal- en rekentoetsen op hogescholen en universiteiten worden gezien als een tijdelijke maatregel. Als eerstejaarsstudenten weer voldoende kunnen spellen en rekenen, zouden de instaptoetsen overbodig moeten zijn. Van Bijsterveldt kiest voor een permanente toets.

Lange tijd ontkenden bewindslieden het gedaalde onderwijsniveau. De zittende bewindspersonen zijn juist gebrand op herstel van de taal- en rekenvaardigheden. Eerder besloot Van Bijsterveldt al de exameneisen aan te scherpen. Zo mag de eindlijst van leerlingen nog maar één 5 tellen voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde.

De verscherping van de eindexameneisen is volgens critici vooral een optische maatregel – de cijfers lijken beter, maar daarmee is nog niet gezegd dat het niveau hoger is. Daarom heeft Van Bijsterveldt, samen met haar collega-staatssecretaris Dijksma (Onderwijs, PvdA), ook ‘referentieniveaus’ voor taal en rekenen vastgesteld. Deze referentieniveaus laten precies zien welke taal- en rekenopgaven leerlingen op een bepaalde leeftijd moeten beheersen.

Het is aan de scholen zelf om hun leerlingen voor te bereiden op de landelijke, centrale rekentoets. Dat zou in de wiskundelessen kunnen gebeuren, maar het mag van het ministerie ook bij scheikunde, economie of in vrije lesuren. Scholierenorganisatie LAKS noemt een rekentoets zonder rekenles „een farce”.

Niettemin voelt staatssecretaris Van Bijsterveldt goed aan dat talloze onderwijscritici, en ook de Tweede Kamer, zitten te springen om strengere en scherpere maatregelen.

Het toetsen van kennis verhoogt op zichzelf niet het niveau, weet ook Van Bijsterveldt. Daarom heeft ze die referentieniveaus bedacht. Die moeten leiden tot het echte doel: op z’n minst behoud van het huidige onderwijsniveau.