'Nieuwe kansen voor verdrag tegen kernproeven'

President Obama heeft een nieuwe impuls gegeven aan het verdrag dat kernproeven verbiedt . „De zaak is in een stroomversnelling beland.”

Wapenbeheersing en nucleaire ontwapening staan sinds het aantreden van president Obama weer hoog op de internationale politieke agenda. En daarmee zijn ook de kansen gegroeid dat het zogeheten kernstopverdrag, dat kernproeven verbiedt, alsnog van kracht wordt.

„De zaak is in een stroomversnelling geraakt”, zegt Jaap Ramaker, die in 1996 als VN-ambassadeur in Genève de slotonderhandelingen over het verdrag leidde. In een speciale zitting van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zei Obama vorige maand dat hij het verdrag opnieuw ter ratificatie zal voorleggen aan de Amerikaanse Senaat. In 1999 weigerde een meerderheid van de senatoren nog er mee in te stemmen.

Ramaker is sinds 1983 in verschillende functies betrokken geweest bij de pogingen tot een internationaal verbod op kernproeven te komen. De afgelopen zes jaar reisde hij namens de inmiddels 150 landen die het verdrag geratificeerd hebben de wereld rond, om andere landen over te halen zich er ook bij aan te sluiten.

Onder George W. Bush had Washington weinig belangstelling voor wapenbeheersing en het sluiten van verdragen. Ramaker is blij dat de Amerikanen weer „de leidersrol op zich nemen die ze traditioneel in de geschiedenis van ontwapeningsbesprekingen hebben gespeeld”. „Als de Amerikanen het ratificeren zullen de Chinezen hen meteen volgen, hebben ze eind vorige maand in New York beloofd. Dan staan alle vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad achter het verdrag.”

Het kernstopverdrag, officieel het Alomvattend Kernstopverdrag (CTBT), is een onderdeel van een netwerk van afspraken en verdragen dat verspreiding van kernwapens moet voorkomen. „Het is een verbod op alle nucleaire explosies, overal en altijd”, zegt Ramaker. „En als je geen kernproeven meer mag houden, dan kunnen landen die al kernwapens hebben ze niet verbeteren of nieuwe types ontwikkelen. En landen die géén kernwapens hebben, kunnen ze zonder proeven niet maken – of hoogstens in een heel simpele vorm die niet op een raket geplaatst kan worden. Dat is ongetwijfeld een belangrijke drijfveer geweest voor India en Pakistan om zo’n tien jaar geleden nog kernproeven te doen. Hetzelfde geldt voor Noord-Korea in 2006 en ook dit voorjaar nog.”

De kansen voor het verdrag begonnen in 2007 ten goede te keren, zegt Ramaker, toen vier Amerikaanse elder statesmen , twee Republikeinen en twee Democraten, in een opiniestuk in The Wall Street Journal wereldwijde uitbanning van alle nucleaire wapens bepleitten. Het kernstopverdrag zagen zij als een stap op weg daarheen. De vier, onder wie de oud-ministers van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger en George Shultz, baanden met hun spraakmakende stellingname de weg voor Obama’s streven naar een uiteindelijk kernwapenvrije wereld.

„Zij vonden dat we in deze tijd meer last dan gemak van kernwapens hebben en er dus van af moeten, ook al kan dat niet van vandaag op morgen”, zegt Ramaker. „Het streven naar nul kernwapens, de Logic of Zero, dient als een soort kompas. Natuurlijk is het nog een verre droom, maar dat zal het altijd blijven als je het niet eerst eens kan worden over de stappen in die richting. Het kernstopverdrag is zo’n stap.”

Het verdrag kan pas in werking treden als 44 met name genoemde landen, die allemaal deel hebben genomen aan de onderhandelingen en die ook kerncentrales of onderzoeksreactoren bezitten, het geratificeerd hebben. „Als de Verenigde Staten het eenmaal geratificeerd hebben, volgt behalve China ook Indonesië. Dan moeten we nog zes landen hebben, die niet toevallig allemaal in nucleaire crisisgebieden liggen: Noord-Korea, India en Pakistan, en Israël, Egypte en Iran.”

Ramaker erkent dat het niet eenvoudig zal zijn die landen over de streep te trekken. „Maar neem Iran: dat land zegt dat het geen kernwapen wil maken, dus waarom zouden ze dan het kernstopverdrag niet ratificeren?” Maar eerst kijkt de hele wereld nu of het Obama lukt de Senaat ervan te overtuigen dat ratificatie van het verdrag in Amerika’s belang is.

Ondertussen is een complex en wereldomspannend systeem ontwikkeld, om te kunnen controleren of het verdrag wordt nageleefd. „Het stelsel van waarnemingsstations, die met metingen op land, op zee en in de lucht kunnen vaststellen of ergens kernproeven worden gedaan, functioneert al voor driekwart. Dat systeem had geen enkele moeite de kernproef die Noord-Korea in mei heeft gedaan te ontdekken en te lokaliseren”, zegt Ramaker.

Hij wijst erop dat de Veiligheidsraad Noord-Korea na die test „met een unanieme veroordeling aan de schandpaal genageld heeft. Eigenlijk zijn kernproeven dus al verboden, merkte de Zweedse ontwapeningsdeskundige Hans Blix al eens op naar aanleiding van de eerste Noord-Koreaanse kernproef in 2006. De norm is er kennelijk al, nu het verdrag nog.”

Afgelopen maand, dertien jaar nadat toenmalig president Clinton Ramaker in een rede voor de VN bedankte voor zijn rol bij de totstandkoming van het verdrag, heeft de Nederlander zijn rol als reizend ambassadeur voor het verdrag neergelegd. „Heel lang had dit onderwerp geen politieke prioriteit. We moesten ons best doen de aandacht ervoor vast te houden. Nu staat het weer op de politieke agenda, en daar hoort het thuis: op hoog, soms het hoogste politieke niveau, willen we een uiteindelijke doorbraak bereiken.”