Jambers is geen Jambers zonder de stem van Jambers

Een handige manier om te toetsen of je nog goed bezig bent in je leven, is om je af te vragen: had Paul Jambers een documentaire over me willen maken?

Dus: zijn bierflessen het belangrijkste thema in je interieur, breng je je dagen door op een versleten kampeermatras, heeft de buurt een comité tegen jou opgericht en heb je al je geld opgemaakt aan latex kleding omdat je daar nu eenmaal een fetisj voor koestert? Ja, Paul Jambers had een documentaire over je willen maken. En nee, je bent niet goed bezig in je leven.

Het is een eenvoudige formule.

Sinds kort weten we ook wat voor leven Paul Jambers zelf heeft. Althans, de paar mensen die alle 717 pagina’s van Ik heb het gedaan hebben gelezen, zijn autobiografie. Het had natuurlijk meteen als luisterboek uitgebracht moeten worden, want Jambers is geen Jambers zonder de stem van Jambers.

Maar een lezer met een beetje verbeeldingskracht denkt die stem er gewoon bij. Dat lukt makkelijk, met zinnen als: ‘De weken nadat Pascale bij mij was ingetrokken slaagden we er niet in om onze hartstocht te temperen.’

Jambers is in zijn leven veel bezig geweest met ontemperbare hartstochten, vaak met verschillende vrouwen tegelijk. Daarnaast maakte hij, zoals bekend, honderden programma’s over buitenissige mensen. Hij was de uitvinder van de shockdoc, de harde reality, en, blijkt uit het boek, de eerste die bedacht dat boeren zonder vrouw weleens uiterst geschikt tv-materiaal zouden kunnen opleveren.

Tijdens het lezen kwamen sommige uitzendingen mij ineens weer akelig helder voor de geest. Die over een vieze oude Vlaming en zijn zoon, bijvoorbeeld, die twee echtgenotes uit Thailand naar hun vieze woning hadden gehaald en over hun nieuwe vrouwen alsmaar dingen riepen als: ‘Ge kunt paling kweken in hun vagina.’ Dit bij wijze van romantisch compliment.

Jambers, blijkt uit het boek, was al die jaren vooral bezig om tegen zijn vele critici te bewijzen dat hij geen freakshow maakte, maar juist heel relevante, breed-maatschappelijke onderwerpen aan de kaak stelde.

Door het hele boek heen citeert hij oeroude, piepkleine recensietjes uit Humo en andere tv-gidsen over zijn eigen programma’s, en gaat er dan fel tegenin. Nu, nog steeds, na al die jaren. In de passages over tv-recensietjes is Jambers op zijn hartstochtelijkst.

Je kunt alle gekken van België een keer geïnterviewd hebben, maar uiteindelijk is kritiek op je eigen werk het schokkendst van alles.

Aaf Brandt Corstius