'Ik wilde georkestreerde chaos, een vol beeld'

Na een stormachtige première op het Filmfestival Cannes is het peloton naakte mannen van Felix van Groeningen eindelijk in Nederland.

Van een première op het Filmfestival Cannes tot de Belgische inzending voor de Oscar voor Beste Buitenlandse Film: De Helaasheid der Dingen van Felix van Groeningen (1978) maakte de afgelopen maanden een ware zegetocht.

Van Groeningen verfilmde de autobiografische roman van Dimitri Verhulst tot een zwart coming-of-age relaas over de jonge Gunther Strobbe, die opgroeit bij zijn zuipende nonkels in het Vlaamse Reetveerdegem. Tragisch. Komisch. Over the top. Er is een hoop gebeurd sinds Van Groeningen en zijn cast naakt over de Croissette fietsten in Cannes ter promotie van de film. „Nu begin ik eindelijk uit mijn woorden te geraken. Eigenlijk is er niet zoveel verschil in hoe men in het buitenland of in België reageert. In het buitenland ontbreekt hooguit de referentie van het boek.”

En van de taal.

„Maar je merkt als je in de zaal zit dat de grapjes ook in het Engels of in het Frans werken. En ook de visuele humor wordt gelezen.”

Koos u daarom je voor een nadrukkelijk slapstickachtige, visuele vertaling van het boek?

„Ik wilde een soort georkestreerde chaos van beelden creëren. Het beeld moest heel vol zijn. Er moesten overal kleine dingetjes te zien zijn en gebeuren.”

Hoe orkestreer je de chaos?

„Af en toe alle remmen los en van alles uitproberen, en dan weer terug naar de basis. De acteurs mochten van tijd tot tijd volledig loos gaan. Maar om georkestreerde chaos te bereiken moet je soms ook de teugels stevig aantrekken.”

Kende iedereen het boek?

„Ja, dat is echt een monument. Toen bekend werd dat ik het ging verfilmen kreeg ik van talloze mensen mailtjes of ik ze wilde casten. En toen we gingen draaien, stond iedereen te popelen.”

Waarom is het een monument?

„Het spreekt een breed publiek aan. Sommige mensen zien de poëzie minder, vinden het vooral heel grappig. Voor hen doen de laatste, bittere hoofdstukken er minder toe. Die hebben het vooral over de Ronde van Frankrijk en die grootmoeder die de hele tijd aan de deur staat met de politie. Dat is niet wat mij heeft overgehaald om er een film van te maken. Dat is juist die waanzinnige melancholie van het slot, waarin het hoofdpersonage eigenlijk enorm gelukkig is en een lange weg heeft moeten afleggen om dat te kunnen zijn en dan toch ongelooflijk cynisch is. Over zijn kind, waarvan hij hoopt dat het dood geboren zal worden. Dan keert hij terug naar het graf van zijn grootmoeder en is hij voor het eerst open tegen iemand, maar zij is er niet meer. Toen ik dat las, heb ik zitten wenen.”

Toch zullen de meeste mensen de film ook vooral ervaren als hilarisch. Heb je daarom die flashbackstructuur bedacht, om er iets van die melancholie onder te steken?

„Waar we heel hard op hebben zitten sukkelen is die hedenlijn. Voor mij was het heel belangrijk dat het daar naartoe ging. Daarover ging het. In het boek spring je opeens vijftien jaar verder in de tijd, maar je hebt totaal geen benul wie hij is. Plotseling is hij heel hard en wrang. In het boek maakt dat niet uit. Ook doordat het in de eerste persoon is geschreven. En het is Dimitri Verhulst. Je kijkt naar de achterflap en ziet die kerel en stelt verder geen vragen. In de film werkte dat niet, daarom heb ik er een lijntje bijgevoegd, dat hij schrijver probeert te worden en op het punt staat vader te worden.”

Hoe reageerde Verhulst op de film?

„Ik had graag gehad dat hij aan het scenario meeschreef, want ik wilde per se zijn goedkeuring hebben. Maar bij de eerste versies was hij tamelijk ongelukkig. We waren nogal ver van het boek afgegaan om dat gat tussen kindertijd en volwassen op te vullen. Ik had scènes uit een ander boek gebruikt. En hij wilde ook niet dat de hoofdpersoon schrijver werd. Toen is hij zich gaan beklagen dat het zijn boek was. Hij was bang dat het een film over zijn leven zou worden en vond dat ik dat recht niet had.

„Maar alla, dat is allemaal daar, out there in the open. Ik was misschien wel een beetje ver gegaan, maar uiteindelijk - omdat hij niets meer met het hele project te maken wilde hebben - was ik wel gedwongen om de keuzes te maken die ik echt wilde maken. Hij heeft de film thuis op dvd bekeken, hij wilde niet naar een bioscoop komen. Het schijnt dat hij de eerste tien minuten hardop zat te vloeken omdat de film begint met: ‘Ik was schrijver.’ Daarna gaf hij zich eraan over en vond hij het wel een toffe film, geloof ik.”