Het is de hel, zegt Franse werknemer

France Telecom, grotendeels geprivatiseerd, wordt getroffen door een golf van zelfmoorden. Brengt werken voor winst Fransen in een existentiële crisis?

Bij de afdeling waar Claire Vincent werkt, spreken ze van Het Doosje. Collega’s hebben Het Doosje gewoon op hun bureau staan, vertelt ze. Antidepressiva. „Als het even niet gaat, hup, dan neem je er één.”

Claire Vincent is 50 jaar en werkt al 27 jaar bij France Telecom. Toen ze in dienst kwam, heette het bedrijf nog PTT, net als in Nederland. Telefoon en post in één staatsbedrijf. Ze was ambtenaar, en die status heeft ze officieel nog steeds. Maar verder is alles veranderd. France Telecom is een bedrijf geworden, eigenaar van de wereldwijde merknaam Orange.

Er is gereorganiseerd, er zijn 22.000 banen geschrapt en Claire Vincent is overgeplaatst. Eerst zat ze bij de technische dienst, tien jaar geleden moest ze naar „de commerciëlen”: een callcenter. En, is ze daar intussen gewend? „Ik ben doodongelukkig”, zegt Vincent zonder een seconde denkpauze. „Het is de hel.”

Gisteren stond ze even op straat, in de druilregen, voor het hoofdkantoor in Parijs, met een paar honderd collega’s. Stickers op van de vakbond – ze is lid van de radicale vakbond SUD – en posten bij een protestbord met de tekst: „Fransen! Dit is India niet!”

Zowel gisteren als vandaag staakte tussen de 15 en 40 procent van de werknemers tegen „het lijden op het werk”. France Telecom is in opspraak: sinds begin vorig jaar pleegden 24 werknemers zelfmoord. Vooral de laatste maanden loopt het op; zes gevallen die verband hielden met de werkomstandigheden, plus in elk geval één poging tot zelfmoord. Een collega stootte zich tijdens een vergadering een mes in het lijf.

De zelfmoorden wekken veel onrust. Deze week stapte de nummer twee van het bedrijf op, Pierre-Louis Wenes. Hij werd ervan beschuldigd een „onmenselijk” klimaat te hebben gecreëerd, met voortdurende overplaatsingen, te harde resultaatverplichtingen en te hoge werkdruk.

Op internet circuleert een filmpje over Wenes. Daarin raadt hij een medewerker, die vraagt wat ze moet zeggen tegen klanten die opmerkingen maken over al die zelfmoorden, aan te antwoorden „dat er niet meer zelfmoord wordt gepleegd dan voorheen”.

Vervolg Zelfdoding: pagina 5

Zelfmoord vaker als daad van protest

Maar is de huidige ‘zelfmoordgolf’ bij Franse Telecom alleen een kwestie van management? Het is immers niet de eerste keer dat er ophef in Frankrijk is over zo’n toename van het aantal zelfdodingen in een bedrijf of in een sector. Vorig jaar was het Renault, het jaar daarvoor het onderwijs. Eerder was er al debat over zelfmoord van artsen en politiemensen.

De context is steeds opvallend. Meestal wordt zelfmoord in verband gebracht met persoonlijke problemen, isolement, gebrekkig sociaal netwerk. Doen Fransen het soms anders? Plegen zij vaker zelfmoord om ‘sociale’ redenen?

„Ah”, roept psychiater en ‘zelfmoordspecialist’ Michel Debout als hij deze vraag krijgt. „Frankrijk is natuurlijk wel het land van Durkheim!”

Debout bedoelt de Franse socioloog Emile Durkheim, die in 1897 een baanbrekende studie schreef over de sociale achtergronden van zelfmoord. De zelfmoorden bij France Telecom zijn inderdaad deel van een bredere sociale crisis, meent Debout. „We worstelen met de plaats van de mens in bedrijf en samenleving. Met de zin van ons bestaan.”

Wat bedoelt hij? Kijk naar France Telecom. Veel werknemers van het bedrijf zijn ouder dan 50 jaar en werken al hun hele leven bij het bedrijf. Toen ze kwamen was het nog een staatsbedrijf.

Debout: „Fransen hebben traditioneel een sterke band met hun werk: het is niet alleen hun inkomen, maar ook hun missie, hun bijdrage aan de samenleving. Die functie verdwijnt, de wereld wordt individueler. Dat maakt onzeker.” Om de aandacht op de problemen te vestigen, publiceert hij deze maand een stripverhaal over zelfmoord. De oplage van de eerste druk: 20.000 exemplaren.

„Fransen hebben altijd betrekkelijk veel zelfmoord gepleegd”, zegt socioloog en Durkheim-kenner Christian Baudelot: veel meer dan in buurlanden als het Verenigd Koninkrijk, Italië of Spanje. Bovendien is er altijd veel gefantaseerd over de betekenis ervan, „met Emma Bovary als het symbool van de Franse zelfmoord”.Ten onrechte, zegt Baudelot meteen. De hoofdpersoon van Flauberts roman, rijk, vrouw en voorzien van een sociaal netwerk, is nogal atypisch. Franse zelfmoordenaars na Bovary zijn juist relatief vaak arm, werkloos, oud en alleen.

Baudelot publiceerde drie jaar geleden samen met Roger Establet het nieuwste standaardwerk over zelfmoord in Frankrijk. Ze ontdekten „iets nieuws: Fransen plegen vaker zelfmoord als daad van protest”. De sleutel om de Fransen te begrijpen, zegt Baudelot, is niet meer alleen Durkheim, maar ook de Poolse etnoloog Bronislaw Malinowski. Die beschreef zelfmoord als schreeuw van onmacht, als politieke daad.

Deze vorm van zelfmoord komt volgens hem vooral voor in deprimerende sociale omstandigheden, waarin de slachtoffers geen ruimte hebben zich te uiten. Het klassieke voorbeeld: vrouwen in China die bij hun schoonmoeder wonen. En volgens Baudelot beginnen Fransen op die Chinese vrouwen te lijken. „Ze zien geen uitweg meer in een economisch systeem, waarin hun zekerheden worden opgeofferd aan flexibiliteit, concurrentie en rendementseisen.”

France Telecom verenigt alle risicofactoren in zich: veelal technisch geschoolde werknemers, die van oudsher doordrongen zijn van hun publieke missie, maar nu gedwongen zijn commercieel, flexibel en marktgericht te werken.

Claire Vincent staat voor het hoofdkantoor van France Telecom na te praten met een paar collega’s. Nummer twee in de concernhiërarchie, Wenes, is net vervangen door Stéphane Richard, ex-rechterhand van minister van Financiën Christine Lagarde, en voorbestemd om in 2011 topman van France Telecom te worden. Richard heeft juist „een nieuw sociaal contract” beloofd en gezegd „niet te accepteren dat sommige werknemers gestresst naar hun werk komen”.

Het clubje is sceptisch. „Vroeger verleenden we diensten, nu werken we alleen nog om geld te verdienen voor de aandeelhouders”, zegt onderhoudsmonteur Erich Behm (55, 31 jaar dienst). „Wij zijn nummers geworden en dat gaat echt niet meer veranderen.”

Zijn collega Jean-Piere Manson (55, 28 jaar dienst) ergert zich er nog dagelijks aan dat hij geen ‘abonnees’ meer helpt, maar ‘klanten’, die eerst moeten betalen voor ze geholpen worden. „Mijn chef, die leiding geeft aan 700 man, heeft al gezegd: niet dromen, er gaat niets veranderen.”

Socioloog Christian Baudelot gelooft niet dat er nog een Franse revolutie komt, een alternatief voor het kapitalisme. „De jongeren stellen zich allemaal in op meer flexibiliteit en onzekerheid.”

Psychiater Michel Debout heeft wel hoop op verandering. Met zijn Bond voor de Voorkoming van Zelfmoord bepleit hij een brede maatschappelijke discussie over ‘de menselijkheid’. „Want daarmee is het net als met het milieu: die moeten we samen redden.”