'Het bestaat niet dat een bedrijf alleen maar groeit'

De topman van het kledingmerk Tommy Hilfiger maakt zich zorgen om zijn Europese divisie. Zijn werknemers hebben het te lang goed gehad. De echte pijn komt nog.

Wat hij, naar eigen zeggen, allemaal is: „Amateurpsycholoog, amateursocioloog, amateureconoom.” Maar zijn uitlatingen over de Amerikaanse en Europese kledingmarkten doet hij toch vooral als topman van Tommy Hilfiger. Dit van oorsprong New Yorkse kledingbedrijf heeft sinds enkele jaren zijn hoofdkantoor in Amsterdam.

Fred Gehring, de topman, is in New York vanwege de opening van een eerste winkel op Fifth Avenue, de winkelstraat waar elk zichzelf respecterend bedrijf een vestiging moet hebben. Op de bovenste verdieping, op een intens glimmende zwarte bank met een witte berenvacht waarvan Gehring niets moet hebben, vertelt de bestuurder met een glas witte wijn in de hand waarom Amerikanen het wel zwaar hebben door de crisis – maar Nederlanders, inclusief zijn werknemers, nog wat te wachten staat.

Bovenop uw winkel staan twaalf verdiepingen leeg. Hoe komt dat?

„Omdat er nog geen huurder is. De markt is natuurlijk niet zo fantastisch nu.”

Op dit moment staat in New York een op de tien winkelpanden leeg.

„In dit stukkie zijn het er vier à vijf. Dat is uniek en ongelooflijk. Wat dat zegt? Dat er een flinke crisis heeft plaatsgevonden, en dat die nog steeds plaatsvindt.”

Dat klinkt alsof u nergens last van heeft gehad.

„Laten we eerlijk zijn: de crisis heeft ook bij ons, ik wil niet zeggen huisgehouden, maar het heeft wel de sfeer veranderd. Macro-economische ontwikkelingen vertellen niet altijd het verhaal waar je als klein bedrijf – want dat zijn we toch – mee te maken hebt. Vorig jaar groeiden we 20 procent, dit jaar denk ik dat we flat zijn. We hebben eerder gezegd: laten we ons maar niet richten op groei, laten we ons maar richten op onze balans. Door minder winkels te openen, bijvoorbeeld. Vorig jaar begonnen we er wereldwijd honderd, nu vijftig. We hebben geen mensen ontslagen, maar we zijn wel gestopt met aannemen. Nu is het nog zo dat iedere indienstneming individueel afgetekend moet worden.”

Als in Italië iemand aangenomen moet worden, moet er eerst met het hoofdkantoor in Amsterdam gebeld worden voor toestemming?

„Ja.”

Heeft u verschillend gereageerd op de crisis in de VS en in Europa?

„Eigenlijk maak ik me meer zorgen over Europa dan Amerika, gek genoeg. In Amerika hebben we in 2006 rigoureus georganiseerd: 40 procent van de werknemers werd ontslagen, het hoofdkantoor werd verplaatst naar Amsterdam. Omdat we zo afgeslankt waren, konden we groeien. Bovendien was ‘Amerika’ door die zakelijke teruggang supergetraind om met krimpende budgetten te werken. In Nederland hebben we van 1997 tot de dag van vandaag nog nooit één dag gehad van krimp. Dus al die mensen in Amsterdam kennen alleen maar groei, en daar ben ik meer bezorgd over. Dus ik vertel mijn mensen dat ze iets moeten beseffen: het bestáát niet dat een bedrijf alleen maar groeit. We kunnen nu twee dingen doen: ofwel met de oogkleppen op door waarmee we bezig zijn – maar dat gaat pijn doen – of we moeten rekening houden met consolidatie.”

Hoe ziet u dat consumentenvertrouwen nu?

„Heel erg wisselend. Hier in Amerika ging het heel snel heel slecht, maar het is aan het stabiliseren. Mijn theorie als amateurpsycholoog of -socioloog is dat mensen over het algemeen hier heel erg zorgelijk zijn dat ze hun baan verliezen. Nu neemt het gevoel van zekerheid neemt weer toe. Of ze net zo fanatiek gaan shoppen als eerst? Ik weet het niet. Veel van hun uitgaven werd gefinancierd door schuld, en dat geld is er niet meer. Op geld uitgeven komt een rem.”

Wat betekent dat voor Tommy Hilfiger?

„Neem Fifth Avenue: wij zijn een stukje goedkoper dan vele andere merken hier om ons heen. Wij zitten in een sweet spot: een designermerk voor een toegankelijke prijs. Ik denk dat ik me meer zorgen zou maken als ik Gucci of Prada was. Je krijgt een saneringsproces en de zwakken vallen af.”

Hoe gaat het in Europa?

„Daar heerst een raar fenomeen. Spanje en Ierland hebben het zwaar, dat zien we ook echt. Daar zijn de omzetten 10 procent, 15 procent lager. Echt heel pijnlijk. Maar in Duitsland en Nederland zien we niets. Niets. Helemaal niets. We groeien gewoon nog. Maar dat rijmt niet met elkaar. Mijn theorie daarover, als amateureconoom, is dat het Amerikaanse gebrek aan sociale zekerheid het verschil uitmaakt. De paniek is hier veel groter, en terecht. Als je je baan kwijtraakt, ben je echt in de shit. In West-Europa, in Nederland, eindig je niet op straat.”

Maar een werkloze, ook een Nederlandse, koopt minder snel Tommy Hilfiger-kleren.

„Dat is juist. Sterker nog: het probleem is dat de helft van alle mensen die nog wel een baan heeft ook bang zijn werkloos te worden. Ik voorspel dus juist dat we in Nederland de komende achttien maanden een probleem gaan krijgen. In Nederland heerste een surrealistisch sfeertje ten aanzien van andermans verlies. Tot nu toe was het ‘die crisis van de Amerikanen’. Maar nu de werkloosheid gaat toenemen, en de overheid volgend jaar fanatiek moet gaan bezuinigen, gaan de mensen het voelen. De echte pijn moet nog komen.”