Geld telt bij mondiale strijd om Kazachse olie

In het olierijke Kazachstan spelen de grootmachten hun spel om de belangrijkste grondstof te wereld. China heeft hierbij de sterkste troef: geld.

In het Paleis van de Onafhankelijkheid in Astana, de hoofdstad van Kazachstan, wedijveren de grootmachten om de gunst van de Kazachse president. Amerikanen, Chinezen, Russen en Europeanen loven hem. Vurige pleidooien voor samenwerking met de Kazachse staatsenergiebedrijven volgen. Het gebeurt tijdens het vierde Eurasian Energy Forum, een jaarlijks congres voor olie- en gasbedrijven die actief zijn in de Centraal-Aziatische regio. Kazachstan beschikt over reusachtige olie- en gasreserves. Wie daarvan mee wil profiteren moet bij de man zijn die de concessies verdeelt: Noersoeltan Nazerbajev, de president die al bijna twintig jaar als een soeverein over de voormalige Sovjetrepubliek regeert.

Kazachstan (circa 15 miljoen inwoners) heeft de ambitie om binnen enkele jaren de vijfde olieproducent ter wereld te worden. Het beschikt naar eigen zeggen over ongeveer 29 miljard vaten bewezen oliereserves (2,5 procent van het wereldtotaal) en staat daarmee op de elfde plaats, na Nigeria. Sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie, toen Kazachstan zijn onafhankelijkheid kreeg, heeft het land zich opengesteld voor buitenlandse investeerders. De afgelopen jaren is dat versneld. Het land staat „op de drempel van een reusachtige productietoename”, zei premier Karim Massimov in zijn openingstoespraak tot de grootmachten. Nog lang niet alle concessies in Kazachstan zijn vergeven, al wil niemand zeggen hoeveel nog niet. De energierace om de reserves is in volle gang, valt er te horen. Het loven van de president dus ook.

Dankzij de Kazachse olie kan Amerika minder afhankelijk worden van het oliekartel OPEC, een aloude wens. China heeft een onstilbare honger naar energie en Kazachstan is een dichtbijgelegen, dus goedkope, leverancier. Europa hoopt met Kazachs gas (eveneens nummer elf in de wereld, na Irak) onder het juk uit te komen van het Russische gasmonopolie. En de Russen zijn in Kazachstan om dat weer te dwarsbomen.

Aanvankelijk, toen de Kazachse economie op sterven na dood was, konden buitenlandse energiemaatschappijen als Exxon en Chevron op gunstige voorwaarden de Kazachse grondstoffen winnen. Maar nu, na twintig jaar, waarvan de laatste met astronomische hoge olie- en gasprijzen, wil Nazerbajev voor Kazachstan zelf een groter aandeel in de productie. Aigoel Toxanova van het ministerie van Economie zegt: „Het gaat erom dat Kazachse bedrijven straks kunnen meespelen op internationaal niveau.”

Neem het Kasjagan-olieveld, zo’n 200 kilometer uit de kust van Atyrau in de Kaspische Zee. Dat veld, dat op zijn piek 1,5 miljoen vaten olie per dag moet produceren (het equivalent van 10 procent van de dagelijkse energiebehoefte van Europa) was in handen van een aantal grote buitenlandse maatschappijen als Shell, Eni en AGIP. KazMunaiGaz (KMG), het Kazachse staatsolie- en gasbedrijf, had 8,3 procent. Na klachten over onnodige vertragingen en een gedwongen stillegging van de werkzaamheden wegens ‘milieuovertredingen’, precies zoals buurland Rusland dat ook bij buitenlandse maatschappijen deed, werd een nieuw contract uitonderhandeld. Het aandeel van KMG steeg naar 16,8 procent, de buitenlandse investeerders zagen hun aandelen slinken tot eenzelfde percentage elk.

Aanvankelijk hadden in de race om de Kazachse bodemschatten de Amerikanen een voorsprong, zegt Toelegen Askarov, een economisch journalist die werkt voor de (op last van de regering vorige maand gesloten) oppositiekrant Respoeblika. Het was de tijd dat de Kazachse president moest lobbyen in Washington voor een strategisch partnerschap op het gebied van energie. Uiteindelijk kregen de Amerikaanse maatschappijen Exxon en Chevron forse belangen in onder meer de olievelden Tengiz (het op negen na grootste veld ter wereld) en Kasjagan. „De Russen waren zwaar teleurgesteld”, zegt Askarov. Tengiz was tijdens de Sovjettijd ontdekt en Moskou had er veel geld in geïnvesteerd. Bovendien waren het de Russen geweest die de facto het monopolie over de Kazachse gas- en olie-industrie hadden en dat werd nu ondermijnd. „Het eindigde voor ze met niets”, zegt hij.

Rusland begon druk uit te oefenen om zich niet buitenspel te laten zetten. „Het kreeg een aantal toezeggingen”, aldus Askarov. „Maar Rusland was niet tevreden. En terecht. Nazerbajev sprak dan aan tafel met Moskou over samenwerking en integratie, in feite gaf hij Rusland geen voet aan de grond.” Tegelijkertijd deed Nazerbajev zaken met China. Veel Kazachen vrezen de ‘expansionistische neigingen’ van de zuiderbuur altijd nog meer dan die van Rusland. Het Chinese staatsoliebedrijf CNPC nam PetroKazakhstan over, een Canadees bedrijf dat 12 procent van de oliereserves van Kazachstan bezat. China kreeg bovendien een belang in het enorme Koemkol-veld. Kazachstan kreeg op zijn beurt een oliepijpleiding naar China. „Een geschenk uit de hemel”, zegt Askarov. „Tot die tijd hadden we geen infrastructuur om te exporteren naar China.” Zo werd Kazachstan een stuk minder afhankelijk van Rusland, waarlangs tot dan toe alle olie werd geëxporteerd. En de pijpleiding naar China werd dit jaar verlengd tot aan de Kaspische Zee, zodat China ook de oliereserves daar kan aanboren.

Rusland heeft volgens olieanalist Jamsjid Rasoelev van adviesbureau Caspian Advisory Group toch nog invloed en zijn rol is in de Kazachse race nog lang niet uitgespeeld. Daarbij wijst hij op de traditioneel betere banden van Kazachstan met Rusland dan met China. Dat zou Moskou greep geven op politiek Astana.

En Europa? Roland Kobia, lid van het kabinet van eurocommissaris Piebalgs (Energie), die tijdens het energieforum in Astana de belangen van Europa behartigt, is zich ervan bewust dat de EU in feite langs de zijlijn staat in het grote Kazachse spel. „Wij beseffen dat Kazachstan al zijn opties open wil houden. Het heeft sterke banden met zowel Rusland als China. Het zijn buren, wij niet. Maar we proberen Kazachstan te overtuigen dat het in zijn belang is zijn afnemers te diversifiëren. En we zijn ervan overtuigd dat er genoeg ruimte is voor die grote klanten.”

Volgens analist Rasoelev probeert de Kazachse regering nu weer zaken te doen met de Russen, om zo de invloed van China evenwichtiger te maken. De Chinezen zouden te machtig zijn geworden. Naar schatting controleren zij 30 procent van de Kazachse olieproductie. „Wanneer er nieuwe concessies worden verstrekt, kijkt de regering in eerste instantie naar Rusland”, zegt hij.

Toch nam CNPC dit jaar samen met KMG een fors belang in de Kazachse oliemaatschappij MagistauMunaiGaz, dat enkele grote velden in Kazachstan ontwikkelt. En vorige maand pompte China nog eens een miljard dollar in de Kazachse olie-industrie.

Wat er was veranderd? Rasoelev: „De Russen had gewoon een minder attractief bod. China kwam met een hulppakket van 10 miljard (inclusief de overnameprijs voor MagistauMunaiGaz). De Russen maar met 3.” China is rijker, wil hij maar zeggen. Een olieconsultant die anoniem wil blijven uit de oude hoofdstad Almaty en Kazachse regering adviseert bij de deals met China, beaamt dat: „De Chinezen hebben ongelimiteerde fondsen. Ze krijgen rechtstreeks geld van de Communistische Partij en kunnen doen wat ze willen.” Hij betwijfelt of Kazachstan er nog in zal slagen om de Chinese macht te weerstaan. „Het gaat uiteindelijk om de centen. Moskou heeft zijn eigen problemen om op te lossen. Wat de mensen ook mogen zeggen, money talks. ”

De rol van de Amerikanen wordt in dit spel kleiner, maar kan het ze wat schelen? Askarov: „Dit is niet het soort schema’s waarin de VS zijn geïnteresseerd. De VS willen alleen maar onze olie om die te verkopen op de wereldmarkten. China bood iets anders. Ze bouwen infrastructuur, gaan strategische samenwerkingsverbanden met ons aan. En dat werkt. Toen het crisis werd en Nazerbajev vroeg om geld, kreeg hij dat meteen. De Amerikanen hadden niks.”

Volgens analist Rasoelev probeert Nazerbajev de VS te bewegen om meer te investeren in andere, minder winstgevende sectoren. „De Chinezen en de Russen investeren in alles. De Amerikanen alleen in olie en gas. Misschien is Eurazië een beetje te ver voor ze.”