Een jeugd tussen woeste zuiplappen

De Helaasheid der Dingen. Regie: Felix Van Groeningen. Met: Valentijn Dhaenens, Kenneth Vanbaeden, Koen de Graeve, Wouter Hendrickx. In: 14 bioscopen.****

Dimitri Verhulsts literaire doorbraak De Helaasheid der Dingen (2006) is fantastisch verfilmd door de nog jonge Belgische cineast Felix Van Groeningen (1978). Samen met Christophe Dirickx schreef hij ook het scenario. In zekere zin ‘verbeterden’ ze Verhulst boek, een terugblik op een moederloze jeugd tenmidden van woeste zuiplappen met zotte streken, maar ook een klein hartje.

Verhulst vertelde in elk hoofdstuk een sappige anekdote, of deed een sterk verhaal uit de doeken, maar tussen de hoofdstukken zelf zat weinig structuur. De scenaristen schoven met de hoofdstukken, maar de episodische vorm is veel strakker geworden door het toevoegen van een raamvertelling. Hierin kijkt de volwassen Gunther, inmiddels een succesvolle schrijver, terug op 1986, het jaar waarin hij naar een jeugdinrichting ging. Hoe wrang ook, dit was wel zijn redding uit een uitzichtloze jeugd. Door de nuchterheid waarmee hij het zich jaren later heel precies herinnert, ontstaat een pijnlijk soort nostalgie. Hier geen ophemeling van de zuipende arbeidersklasse, zoals dat in de films van de Britse sociaal-realistische regisseurs Ken Loach en Mike Leigh nog wel eens gebeurt. Integendeel.

Van Groeningen grijpt de flashbacks aan voor stilistisch vuurwerk. Alles wat zich in 1986 afspeelt, baadt in overbelichte kleuren, alsof je jaren later weer eens naar vuig verkleurde home movies uit je jeugd kijkt. Die groezeligheid past wonderbaarlijk goed bij de ‘ruige’ inhoud. Gunther groeit op met zijn vader en drie ooms bij zijn oma in een klein Belgisch gehucht, Reetveerdegem. Het is armoe troef; het geld wat er verdiend wordt, verdwijnt meteen in de kassa van de plaatselijke kroeg. Vader en drie ‘nonkels’ lusten graag een biertje en in liederlijke staat gaat er nogal wat mis. De eer van de familie staat hoog in ’t vaandel. Wie tegen ze is, kan een klap verwachten, of het nu de deurwaarder is of een rijke familie die zich te goed voelt om met ze om te gaan.

Met vrouwen hebben ze weinig geluk. Gunthers moeder is ‘m al snel gesmeerd, de drie broers zijn ook weinig fortuinlijk in de liefde. Gunther haalt alleen maar slechte rapportcijfers, maar niemand bekommert zich hierom. Zijn toekomst is al uitgestippeld, hij wordt toch ook zo’n zatlap?

De Helaasheid der Dingen zit, net als het boek, vol ijzersterke scènes. Zoals het bezoek van de hele familie aan hun allochtone buren om er naar een concert van Roy Orbison op tv te kijken, de Guinness Book of Records-poging om zoveel mogelijk bier te drinken of de alcoholische Ronde van Frankrijk, waarbij de drank elke etappe rijkelijk vloeit. Elke zoveel kilometer verplicht een biertje, bergop een wodka. Een slopende wedstrijd.

Het is schateren om al die strapatsen van de familie Strobbe, maar langzaam kruipt er steeds meer tristesse in de film. Er is een grens aan zelfdestructie. De finale is bijzonder ontroerend. De volwassen Gunther bezoekt zijn demente oma en steekt een prachtige monoloog af terwijl twee van zijn ooms alweer richting biertap wankelen. Ze ontsnappen. Gunther eveneens. Maar anders.