Als je werk zo naar geworden is dat je dood wilt

De Fransman heeft van oudsher een sterke band met zijn bedrijf. En hij worstelt met de zin van zijn bestaan.

Bij ex-staatsbedrijf France Telecom kwam alles samen.

In Frankrijk verschijnt deze week de 'zelfmoordstrip' Tout doit disparaître, travail et souffrances psychologiques van Michel Debout, een in zelfmoord gespecialiseerde psychiater. De tekeningen zijn gemaakt door Fabio Mantovani. In de strip krijgen werknemers van een groot bedrijf te maken met stress, ontslagen, de sluiting van een fabriek en zelfmoord. Op de tekeningen hierboven is Arnaud Rouxel tegen zijn zin overgeplaatst naar Parijs, zijn vrouw is achtergebleven in hun woonplaats St Clément du Mont. Hi

Bij de afdeling waar Claire Vincent werkt, spreken ze van Het Doosje. Sommige collega’s hebben Het Doosje gewoon op hun bureau staan, vertelt ze. Antidepressiva. „Als het even niet gaat, hup, dan neem je er één.”

Claire Vincent is vijftig jaar en werkt sinds 27 jaar bij France Telecom. Toen ze in dienst kwam, heette het bedrijf nog PTT, net als in Nederland. Telefoon en post in één staatsbedrijf. Ze was ambtenaar, en die status heeft ze officieel nog steeds. Maar verder is alles veranderd. France Telecom is een bedrijf geworden, eigenaar van de wereldwijde merknaam Orange.

Er is gereorganiseerd, er zijn 22.000 banen geschrapt en Claire Vincent is overgeplaatst. Eerst zat ze bij de technische dienst, maar tien jaar geleden werd ze gedwongen overgeplaatst naar ‘de commerciëlen’: een callcentre. En, is ze daar intussen gewend? „Ik ben doodongelukkig”, zegt Vincent zonder een seconde denkpauze. „Het is de hel.”

Gisteren stond ze even op straat, in de druilregen, voor het hoofdkantoor van France Telecom in Parijs, met een paar honderd collega’s. Stickers op van de vakbond – ze is lid van de radicale vakbond SUD – en posten bij een protestbord met de tekst: „Fransen! Dit is India niet!”

Tussen de 15 en 40 procent van de werknemers staakten gisteren tegen „het lijden op het werk”. France Telecom is in opspraak gekomen: sinds begin vorig jaar pleegden 24 werknemers zelfmoord. Vooral de laatste maanden gaat het snel; zes gevallen die verband hielden met de werkomstandigheden, plus in elk geval één poging tot zelfmoord. Een collega stootte zich tijdens een vergadering een mes in het lijf.

De zelfmoorden wekken veel onrust. Deze week stapte de nummer twee van het bedrijf op, Pierre-Louis Wenes. Hij werd ervan beschuldigd sinds een paar jaar een „onmenselijk” klimaat in het bedrijf te hebben gevestigd, met voortdurende overplaatsingen, te harde resultaatverplichtingen en te hoge werkdruk.

Sinds twee jaar financieren de bonden een apart ‘observatorium’ voor stress en werkdruk bij France Telecom. Op internet circuleert een filmpje over Wenes. Daarin zie je hem antwoord geven aan een medewerker die wil weten wat ze moet zeggen tegen klanten die opmerkingen maken over al die zelfmoorden. Wenes zei: „Dat er niet meer zelfmoord wordt gepleegd dan voorheen.”

Maar is het alleen een kwestie van management? Het is niet de eerste keer dat er ophef in Frankrijk is over een ‘zelfmoordgolf’ in een bedrijf of in een sector. Vorig jaar was het Renault, het jaar daarvoor het onderwijs. Eerder was er al debat over zelfmoord van artsen en politiemensen.

De context is steeds opvallend. Meestal wordt zelfmoord in verband gebracht met persoonlijke problemen, isolement, gebrek aan sociaal netwerk. Doen Fransen het soms anders? Plegen zij vaker zelfmoord om ‘sociale’ redenen?

„Ah”, roept psychiater en ‘zelfmoordspecialist’ Michel Debout als hij deze vraag krijgt. „Frankrijk is natuurlijk wel het land van Durkheim!” Hij bedoelt de Franse socioloog Emile Durkheim, die in 1897 een baanbrekende studie schreef over de sociale achtergronden van zelfmoord. De zelfmoorden bij France Telecom zijn inderdaad deel van een bredere sociale crisis, meent Debout. „We worstelen met de plaats van de mens in bedrijf en samenleving. Met de zin van ons bestaan.”

Wat bedoelt hij? Kijk naar France Telecom. Veel werknemers van het bedrijf zijn ouder dan vijftig jaar en werken al hun hele leven bij het bedrijf. Toen ze kwamen was het nog een staatsbedrijf. „Fransen hebben traditioneel een sterke band met hun werk: het is niet alleen hun inkomen, maar ook hun missie, hun bijdrage aan de samenleving. Die functie verdwijnt, de wereld wordt individueler. Dat maakt onzeker.” Om de aandacht op de problemen te vestigen, publiceert hij deze maand een stripverhaal over zelfmoord. De oplage van de eerste druk: 20.000 exemplaren.

„Fransen hebben altijd betrekkelijk veel zelfmoord gepleegd”, zegt socioloog en Durkheim-kenner Christian Baudelot: veel meer dan in buurlanden als het Verenigd Koninkrijk, Italië of Spanje. Bovendien is er altijd veel gefantaseerd over de betekenis ervan, „met Emma Bovary als het symbool van de Franse zelfmoord”. Ten onrechte, zegt Baudelot meteen. De hoofdpersoon van Flauberts roman, rijk, vrouw en voorzien van een sociaal netwerk, is nogal atypisch. Franse zelfmoordenaars na Bovary zijn juist relatief vaak arm, werkloos, oud en alleen.

Baudelot publiceerde drie jaar geleden met zijn duo-denker Roger Establet het nieuwste standaardwerk over zelfmoord in Frankrijk. Ze ontdekten „iets nieuws: Fransen plegen vaker zelfmoord als daad van protest”. De sleutel om de Fransen te begrijpen, zegt Baudelot, is niet meer alleen Durkheim, maar ook de Poolse etnoloog Bronislaw Malinowski. Die beschreef zelfmoord als schreeuw van onmacht, als politieke daad.

Deze vorm van zelfmoord komt volgens hem vooral voor in neerdrukkende sociale omstandigheden, waarin de slachtoffers geen ruimte hebben zich te uiten. Het klassieke voorbeeld: vrouwen in China die bij hun schoonmoeder wonen. En volgens Baudelot beginnen Fransen op die Chinese vrouwen te lijken. „Ze zien geen ontsnapping meer aan een economisch systeem waarin hun zekerheden worden opgeofferd aan flexibiliteit, concurrentie en rendementseisen.”

France Telecom verenigt alle risicofactoren: veelal technisch geschoolde werknemers, van oudsher doordrongen van hun publieke missie, maar nu gedwongen commercieel, flexibel en marktgericht te zijn.

Claire Vincent staat voor het hoofdkantoor van France Telecom na te praten met een paar collega’s. Nummer twee, Wenes, is net vervangen door Stéphane Richard, ex-rechterhand van minister van Financiën Christine Lagarde en voorbestemd om in 2011 topman van France Telecom te worden. Richard heeft juist „een nieuw sociaal contract” beloofd en gezegd „niet te accepteren dat sommige werknemers gestresst naar hun werk komen”.

Het clubje is sceptisch. „Vroeger verleenden we diensten, nu werken we alleen nog om geld te verdienen voor de aandeelhouders”, zegt onderhoudsmonteur Erich Behm (55, 31 jaar dienst). „Wij zijn nummers geworden en dat gaat echt niet meer veranderen.” Zijn collega Jean-Piere Manson (55, 28 jaar dienst) ergert zich er nog dagelijks aan dat hij geen ‘abonnees’ meer helpt, maar ‘klanten’, die eerst moeten betalen voor ze geholpen worden. „Mijn chef, die 700 man aanvoert, heeft al gezegd: niet dromen, er gaat niets veranderen.”

Socioloog Christian Baudelot gelooft niet dat er nog een Franse revolutie komt, een alternatief voor het kapitalisme. „De jongeren stellen zich allemaal in op meer flexibiliteit en onzekerheid.” Psychiater Michel Debout heeft wel hoop op verandering. Met zijn Bond voor de Voorkoming van Zelfmoord bepleit hij een brede maatschappelijke discussie over ‘de menselijkheid’. „Want daarmee is het net als met het milieu: die moeten we samen redden.”