- Hoe laat heb jij het? - 'bloos'

Wetenschappers buigen zich al anderhalve eeuw over het waarom van blozen.

In welke typische situaties bloost de mens, en is het ergens goed voor?

Charles Darwin, zegt klinisch psycholoog Corine Dijk, dacht dat blozen geen functie heeft – gek, vindt ze, voor iemand die de functie van gedrag en emoties onderzocht. Zelf deed Dijk experimenten met foto’s van al dan niet blozende mensen, en ontdekte: blozen werkt soms voor je en soms tegen je. Morgen promoveert ze aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Wanneer heeft het zin om te blozen?

„Als iemand een blunder maakt, bijvoorbeeld vergeet de wc op slot te doen. Als diegene dan bloost, blijken mensen hem of haar aardiger te vinden. Dat werkt ook bij ergere dingen, bijvoorbeeld als iemand de begrafenis vergeet van de opa van een vriend.

„Mensen vertrouwen iemand ook meer als diegene bloost nadat hij of zij vals heeft gespeeld. Nog steeds minder dan iemand die niet vals gespeeld heeft, maar blozen maakt wel iets goed. Het geeft aan dat iemand zich schaamt. Sommige mensen vinden eerlijkheid alleen zó belangrijk – dan lost een blos niks meer op.”

En wanneer heeft blozen een negatief effect?

„Als een geheim onthuld kan worden. Als iemand bijvoorbeeld zwanger is maar dat nog niet wil vertellen, en het gesprek gaat over zwangerschap – dan kan ze gaan blozen en kunnen mensen raden wat er aan de hand is. Overigens kun je je dan nog afvragen of de langetermijneffecten niet toch positief zijn. Mensen werken graag samen met mensen die een expressief gezicht hebben, dus uiteindelijk is het wel goed om een beetje een open boek te zijn.

„Of stel dat er niets is om te blozen en je bloost toch. Dan vinden mensen je iets minder sociaal vaardig. Maar het is niet zo erg als de blozer zelf denkt. Dat zijn de situaties waar mensen met bloosangst bang voor zijn.”

Bloosangst?

„Sommige mensen zijn heel bang om te blozen; dat is een sociale fobie. Die mensen hebben me verteld dat die blunders niet de situaties zijn die ze vervelend vinden. Ze vinden het vooral erg dat ze te pas en te onpas blozen, alleen al als iemand hun vraagt hoe laat het is, of bij de kapper.”

Heeft dat ermee te maken dat mensen vaak zeggen dat blozen seksuele beschikbaarheid suggereert?

„Seks wordt bijna niet onderzocht in de blooswereld. Ik vermoed dat dat komt doordat de psychoanalyse vrijwel alles aan seks toeschreef. Tegenwoordig verklaren we alles cognitief en hebben we het daar vrijwel niet meer over. Ik denk ook dat het niet klopt. Mensen blozen om verschillende redenen: omdat ze bang zijn om onzeker over te komen, omdat ze bang zijn dat anderen hun emoties lezen... En ja, iemand kan ook bang zijn dat een ander denkt dat zij hem, of hij haar, leuk vindt. Je bloost omdat je je zorgen maakt over wat een ander van jou vindt. Dat kan seksueel zijn, maar dat hoeft niet. Mensen blozen ook vaker bij hun baas dan bij een collega. Door te blozen zeg je in feite: jij kan iets van mij vinden en voor mij doet dat ertoe. Dat is een belangrijk signaal, in de manier waarop wij leven. In die zin heeft blozen duidelijk een sociale functie.”

Toch las ik in uw proefschrift dat steeds meer mensen zich zelfs aan overmatig blozen laten opereren.

„Ja, ook in Nederland, aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Een heftige operatie – althans, dat vind ik. De chirurg, Hans Coveliers, vindt van niet. Wij willen allebei graag mensen met bloosangst helpen, maar we verschillen wel wat van mening over de manier. Ik denk dat bloosangst een psychisch probleem is, hij denkt dat het soms ook fysiologisch is – dat een bepaalde zenuw overactief is. Volgens mij komt dat door het piekeren.”

Nu gaan Coveliers en Dijk samen onderzoeken of therapie ook kan helpen.