Wie uit welk land komt waar?

Na het Ierse referendum richt de EU zich op de invulling van topfuncties. Eén naam is zeker: Barroso. De rest is een complex maar smeuïg gezelschapsspel.

Wie durft er hardop ‘nee’ te zeggen tegen Tony Blair nu de Ieren ‘ja’ hebben gezegd tegen het Verdrag van Lissabon? Dat is de vraag in Brussel en een reeks Europese hoofdsteden, nu op korte termijn een aantal topfuncties te verdelen is. Het verdrag voorziet bijvoorbeeld in een vaste voorzitter van de Europese Raad, het overleg van regeringsleiders. Een soort ‘president van Europa’ dus. Blair, de Britse oud-premier, wordt het vaakst genoemd, maar onomstreden is hij niet.

Ook premier Balkenende wordt gezien als kandidaat, al noemt hij het „flauwekul” dat hij de baan zou ambiëren. Maakt hij een kans?

„Lijkt me niet waarschijnlijk, maar ik sluit het ook niet uit”, zegt een diplomaat uit het ene land.

„Hij is druk bezig”, zegt een diplomaat uit een ander land.

„Ik hoor zijn naam eigenlijk niet”, zegt een diplomaat uit weer een ander land. „Nou ja, behalve dan van Nederlandse journalisten.”

Balkenende, Blair en de anderen. Het zijn mogelijke stukjes van een ingewikkelde puzzel, waarop verder een plek is voor een EU-minister van Buitenlandse Zaken – ook een nieuwe functie – en voor de leden van de nieuwe Europese Commissie die binnenkort moeten worden benoemd. De namen op de stukjes kunnen nog veranderen, maar de contouren van de puzzel zijn duidelijk.

Eén naam is bekend. José Manuel Barroso werd onlangs voor vijf jaar herbenoemd als voorzitter van de Europese Commissie. De andere namen moeten zo worden gekozen dat er sprake is van evenwicht: tussen grote en kleine landen, politieke families, en, als het kan, tussen mannen en vrouwen.

Insiders verwachten dat de liberalen te weinig gewicht in de schaal leggen voor de twee belangrijkste banen die nog te vergeven zijn, die van EU-president en van minister van Buitenlandse Zaken. Zij zouden genoegen moeten nemen met mooie portefeuilles in de Commissie. Dan zouden de twee topfuncties naar een christen-democraat en een sociaal-democraat gaan. Barroso is ook een christen-democraat, maar zijn politieke familie is de grootste.

Barroso komt uit een kleine lidstaat. Een sociaal-democraat uit een grote lidstaat zou dus ideaal zijn voor een van de andere banen. Tot zo ver het goede nieuws voor Tony Blair.

Maar er zijn nogal wat argumenten die tegen hem pleiten. Het is niet waarschijnlijk dat iemand als hij er genoegen mee zal nemen vier keer per jaar een vergadering voor te zitten. Van Blair wordt verwacht dat hij zich echt als een president zal gedragen, lees: zich overal mee zal bemoeien. Het is zeer de vraag of regeringsleiders iemand met zo veel ambitie willen.

Vervolg Carrousel: pagina 5

Links maakt kans op ‘Buitenlandse Zaken’

Carl Bildt, de Zweedse minister van Buitenlandse Zaken, zei onlangs dat zijn land een ‘voorzitter’ wil en geen ‘president’.

Bovendien komt Blair uit een land dat niet overal aan meedoet in Europa. Groot-Brittannië heeft geen euro. Dat zou voor Duitsland en België een bezwaar zijn. „We hebben iemand nodig uit een lidstaat die zich in het hart van Europa bevindt”, zei de Belgische oud-premier Jean-Luc Dehaene.

Voor de functie van minister van Buitenlandse Zaken klinken ook namen van sociaal-democraten uit grote landen. De Duitser Frank Walter Steinmeier wordt genoemd. Onduidelijk is of zijn verlies bij de Duitse verkiezingen het waarschijnlijker of onwaarschijnlijker heeft gemaakt dat hij geïnteresseerd is. En gisteren meldde Le Figaro dat oud-minister van buitenlandse zaken Hubert Védrine door de Franse regering is gepolst.

Als een sociaal-democraat minister van Buitenlandse Zaken wordt, dan stijgen de kansen van Balkenende voor de functie van EU-president. Hij loopt al een tijdje mee. Hij is niet al te uitgesproken, wat vaak een pré is voor belangrijke banen in Europa. Tegen hem kan pleiten dat hij uit een land komt dat de afgelopen jaren lastig was. Nederland wees de Europese Grondwet af. Nederland houdt de toenadering van Servië tot de EU tegen. „Nederland houdt niet van de EU”, zegt een buitenlandse diplomaat.

Diplomaten, ambtenaren, journalisten in Brussel voeden elkaar nu met geruchten. Maar de kans is groot dat er ergens anders een beslissing wordt genomen. In Berlijn of in Parijs. Bondskanselier Merkel en president Sarkozy zullen zeker proberen het eens te worden over een kandidaat. Daarvoor is het nu waarschijnlijk nog te vroeg, want het is onzeker wanneer het nieuwe EU-verdrag in werking treedt. Dat hangt af van de Tsjechische president Klaus die zijn handtekening nog moet zetten. De regeringsleiders zien elkaar in elk geval eind deze maand in Brussel.

Vijf jaar geleden was het een grote verrassing dat Barroso werd benoemd. Hij kwam pas in beeld nadat anderen waren afgevallen. Misschien, zegt een diplomaat nu, komt Balkenende in beeld als Blair sneuvelt. Maar het is goed mogelijk dat iemand anders het ontbrekende puzzelstuk blijkt te zijn.

Met medewerking van Caroline de Gruyter, Petra de Koning en Mark Kranenburg.