Visitekaartjes verzamelen voor '2028'

Sportbestuurders uit Nederland volgen een masterclass om zich op te werken bij internationale organisaties. „Hello Goran, how are you?”

Even aanschuiven bij Sepp Blatter, een kopje koffie drinken met Thomas Bach en een gesprek aanknopen met een ander lid van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Dat deed Marije Dippel de afgelopen dagen bij het olympisch congres in Kopenhagen. De beleidsmedewerker internationale zaken van sportkoepel NOC*NSF wil contacten leggen die de Nederlandse sport van pas komen.

Dippel verzamelt zo veel mogelijk visitekaartjes, waarna ze thuis de namen googelt, een fotootje van de desbetreffende persoon print, dat op het kaartje plakt en in een speciaal boekje opbergt. „Kinderlijk, maar het werkt wel”, zegt ze met een verlegen glimlach. „Want bij een volgend contact weet ik welk gezicht bij die persoon hoort. En bij een latere ontmoeting werkt ‘Hello Goran, how are you?’ beter dan het onpersoonlijke ‘Hello, how are you?’

Haar contacten moeten Dippel beter inzicht geven in de internationale sportwereld, waarin Nederland op sleutelposities zo matig vertegenwoordigd is. En dat is een probleem voor een land met de ambitie Olympisch Spelen te organiseren. Maar daar wordt aan gewerkt, want Dippel is de stuwende kracht achter de masterclass voor internationaal sportsbestuurder. Een nieuw initiatief van NOC*NSF en vooral gemodelleerd naar adviezen van voormalige IOC-leden als Hein Verbruggen, Els van Breda Vriesman, Anton Geesink en kroonprins Willem-Alexander.

Het ‘klasje’ is intussen begonnen, al hebben zich nog maar vier van de gewenste twaalf deelnemers aangemeld: Erik van Heijningen (zwembond), Trinko Keen (atletencommissie NOC*NSF), Bert van Oostveen (voetbalbond) en Rita van Driel (invalidensport). Maar Dippel ziet ook de drempel voor dertigers en veertigers die midden in hun maatschappelijke carrière zitten en tijd moeten vrijmaken voor les in internationale sportbestuurskunde. „Je vraagt nogal wat van mensen. Om die reden voeren we geen sterke acquisitie.”

De ‘studenten’ volgen een traject op maat en komen een paar keer per jaar gezamenlijk bijeen voor een soort college. „We kijken naar de competenties en maken dan een profiel”, vertelt Dippel. „Dat kan een taalcursus zijn, maar ook iets op het gebied van marketing – het hangt af van de sportorganisatie en de daaraan gerelateerde behoeften. Verder krijgen ze adviezen over lobbyen en communicatie. Hoe presenteer je jezelf en maak je wel of geen website? Om droogzwemmen te voorkomen is het een pre als iemand al een internationale positie bekleedt. Rita van Driel begeleiden we bijvoorbeeld bij haar kandidatuur voor de governing board van de internationale gehandicaptensportfederatie, waarvoor de verkiezing in november wordt gehouden.”

Op termijn moet de masterclass tot de benoeming van nieuwe Nederlandse IOC-leden leiden. Een zwaar traject, weet Dippel, die de dag vreest dat Willem-Alexander en Anton Geesink hun olympisch werk beëindigen. Het is geen automatisme dat een Nederlander een van die plaatsen inneemt; de zeventig onafhankelijke IOC-leden worden gekozen nadat ze zijn aangezocht.

Een kandidaat voor die positie zou oud-zwemmer Pieter van den Hoogenband kunnen zijn, maar hij heeft vooralsnog niet gereageerd op de invitaties voor de masterclass. Dippel: „We hebben hem voorzien van informatie, maar tot op heden niets gehoord. Maar het lukt alleen als iemand erg graag wil. Wij mikken op de drie andere categorieën IOC-leden: vertegenwoordigers van de nationale olympische comités, sporters en internationale federaties. Een zwaar traject, maar wel met duidelijke spelregels. Ik denk aan de nieuwe voorzitter van NOC*NSF. Ik ben benieuwd wie dat wordt. Wat mij betreft een vrouw met internationale affiniteit.”

Intussen probeert NOC*NSF Nederland steeds nadrukkelijker te positioneren als sportland. Dippel vertelt dat bij internationale kampioenschappen in Nederland zogenoemde relatiebijeenkomsten worden gehouden, met de bedoeling IOC-leden en sportfederatiebestuurders te laten kennismaken met de Nederlandse kwaliteiten als organisator van evenementen. Intussen zijn er twee geweest, vorig jaar maart bij de EK zwemmen in Eindhoven en vorige maand bij de WK judo in Rotterdam, waar onder anderen Bach, de Duitse vicevoorzitter van het IOC, en de Zweed Goran Petersson, voorzitter van de internationale zeilfederatie, te gast waren.

Dippel: „We bieden ze een goede maaltijd en een bed en hopen dat ze bij vertrek denken: dat doen die Nederlanders toch aardig. Van de EK zwemmen leerden we dat we ze alleen in de watten moeten leggen en de bijeenkomst niet inhoudelijk moeten optuigen. Je hebt dan de neiging te nadrukkelijk een boodschap te willen uitdragen. Ze netjes ophalen, begeleiden en met elkaar in contact brengen, dat werkt het best.”