Te veel gesjoevt

Mijn kinderen hebben volmaakte gebitjes. Nou ja, bij de oudste staat de boel schots en scheef. Maar geen van beiden heeft ooit een gaatje gehad. En omdat wij een uiterst aardige tandarts hebben, met een erg lieve assistente, gaan de jongens altijd huppelend mee naar de halfjaarlijkse controle.

Onbevreesd gaan ze op de grote tandartsstoel liggen, trekken hun bekkies wijd open en laten zich uitgebreid complimenteren met hun fantastische poetsprestaties. Vol trots nemen ze vervolgens hun beloning in ontvangst, een tubetje fluoridetandpasta en een handvol stickers van tandenmannetjes.

En dan is mama aan de beurt. Mama vindt de tandarts ook aardig en de assistente lief. Maar mama heeft een wat minder volmaakt gebitje en tamelijk slechte herinneringen aan die grote tandartsstoel. Mama is zelfs een keer flauwgevallen terwijl ze in die stoel lag en de aardige tandarts en zijn assistente in haar mond zaten te klooien met tangen en boren en tampons en heel veel rondspattend bloed.

Omdat een tandartstrauma het laatste is waar een moeder haar kinderen mee wil belasten, neemt mama natuurlijk zo nonchalant mogelijk plaats in de vermaledijde stoel. Mond open, grapje maken, vooruit, mond nog iets wijder open. Terwijl haar kinderen belangstellend meekijken laat zij haar ivoren wachters bepotelen, schijnbaar onbewogen, maar intussen met zweet in de handen wachtend op het vonnis van de tandenbeul.

„Zeg Janneke”, zei Robert (we mogen Robert zeggen; hij is écht heel aardig) de afgelopen keer, „kan het zijn dat je de laatste tijd meer bent gaan snoepen?” „Sjoeven?” Probeer maar eens te praten met twee paar handen, een slang en een gemeen tangetje tussen je boven- en onderlip. „Ja, snoepen. Volgens mij heb je veel te veel suiker gegeten.”

Tanden liegen niet. Ontkennen had dus weinig zin. En ik heb in de vijftien jaar dat ik mijn tandarts ken inderdaad wel minder gesnoept dan de laatste tijd. Het is niet eens omdat ik zo’n zoetekauw ben, eigenlijk helemaal niet. Maar ik vind het zo leuk om te maken. Truffels. Koekjes. Taarten. IJs. Karamel. En nou ja, dan moet je het resultaat ook proeven.

„Jongens”, sprak Robert toen op sinterklaastoon, „mama heeft vandaag geen stickertjes verdiend. Jullie moeten haar maar eens goed voordoen hoe het echt moet, tandenpoetsen.”

Je begrijpt hoe serieus ik sindsdien nog wordt genomen, elke ochtend en avond in de badkamer.

Abrikozen-amandeltruffels (zonder toegevoegde suiker)

100 gram gepelde amandelen

100 gram gedroogde abrikozen

Maal de amandelen fijn in de keukenmachine. Houd 1/3 apart, voeg de abrikozen toe aan de rest en maal nogmaals. Voeg als het nodig is een drupje water toe, tot je een kleverige massa hebt. Vorm er balletjes van en rol deze door het resterende amandelmeel. Laat de truffels een uurtje opstijven in de koelkast.

Janneke Vreugdenhil

Deze week schrijft Janneke over snoep, naar het thema van de kinderboekenweek. Praat erover mee op nrcnext.nl/koken.