Ritalin voor poes met ADHD

Aan de Martin Gaus Academie kun je opgeleid worden tot gedragstherapeut voor poezen.

De cursisten hebben zelf ook probleemkatten.

Beeld uit het boek Why Cats Paint, over katten die zelf kunst maken.Lees meer over het boek op nrcnext.nl. (Foto HH) A CAT PAINTING CATS PAINTING FROM ' WHY CATS PAINT ' CREATIVE ANIMAL ART GIMMICK STUNT  /Hollandse Hoogte

Een vragenlijst.

„Probeert uw kat weleens zijn eigen schaduw te pakken?”

„Beschouwt u uw kat als lid van de familie?”

„Is uw kat bang voor storm of regenachtig weer?”

„Zoekt de kat hoge plekken om op te liggen?” 

„Laat de kat zijn prooi aan u zien?”

De cursisten in de zaal, tien vrouwen en één man, oefenen op de vragen. Hun cliënten moeten die straks ook beantwoorden voor aanvang van een consult. Zonder voorkennis kom je er in anderhalf uur niet achter waarom een kat sproeit, naast de bak poept, de planten uit de vensterbank maait, zijn staart opeet, de bank kapot krabt, de kinderen aanvalt.

Enkel wanneer euthanasie dreigt als het probleem niet onmiddellijk wordt opgelost, leren we, sla je de vragenlijst over.

Het is dag 4 (van 8) van module 4 (van 7) van de opleiding tot Feline Gedragstherapeut aan de Martin Gaus Academie. Die staat met het Martin Gaus Dierenhotel, Dierentehuis, Geleide- en Hulphondenschool en Trainings- en Adviescentrum op een industrieterrein bij Lelystad. Op de achtergrond klinkt voortdurend geblaf.

In Nederland zijn in totaal dertig gecertificeerde kattengedragstherapeuten, zegt docent Sonja van Leeuwen. „Er is nog genoeg werk voor jullie.” Nederland telt namelijk zo’n 3,6 miljoen katten en uit een enquête die ze hield onder 450 kattenbezitters bleek dat ruim de helft daarvan gedragsproblemen heeft. Van Leeuwen zegt daarbij: „Meestal heeft de eigenaar een probleem, niet de kat. Maar vermeld dat niet te stellig.”

Een belangrijke vraag is hoe die 1,8 miljoen probleemkatten en -eigenaren hun weg naar de therapeut vinden. Eén manier is het organiseren van een kittencrèche, leren de cursisten. Daar hebben ze huiswerk over gemaakt. Maarten Boelens, naar zijn weten straks de eerste Nederlandse mannelijke kattentherapeut, heeft goed nagedacht over de juiste ruimte voor de kittencrèche. Niet in zijn huis (te onrustig voor zijn eigen katten), groot en hygiënisch, liefst bij een dierenarts. Van Leeuwen: „Dat komt professioneel over.”

Van Leeuwen zou niet meer dan tien kittens en hun baasjes uitnodigen op een kittencrèche. Terwijl de kittens spelen („goed voor de socialisatie”) kan de gedragstherapeut voorlichting geven over correct kattenbakbeleid, verantwoord speelgoed, overgewicht, tanden poetsen en lichaamstaal. Van Leeuwen toont plaatjes: agressief, neutraal, geïrriteerd. „Katten moeten leren hun grenzen aan te geven.” 

Tijdens de les sluipen twee jonge, haarloze katten van Boelens door het lokaal. Devon Rex heet het kale ras. „Die moet je insmeren met zonnebrandcrème als je ze buiten laat”, weet de Vlaamse Joke Decru. Ze reist wekelijks af naar Nederland, omdat er in België geen goede opleidingen zijn tot kattengedragstherapeut. Decru traint ook honden voor blinden en voor in het theater. Onder haar stoel knaagt een pup op een bot.

De cursisten hebben zelf ook probleemkatten. Mieke Nagtzaam heeft een langharige pers die eigenlijk onder narcose moet worden geplukt. Hij krabt en bijt bij het trimmen. Maar narcose kan niet meer, want de kat heeft hartproblemen. Nagtzaam heeft het eerst geprobeerd met snoepjes en klikjes, maar nu trekt ze gewoon hele dikke handschoenen aan. Zo moet hij stapje voor stapje leren het kammen te accepteren. „De kat merkt dat krabben geen zin heeft.” 

Cursist Carin van de Bergh heeft er één die zich niet laat aaien en haar aanvalt als ze vertrekt. „Ik geef nu eten terwijl ik haar aanraak. Dat gaat beter. En als ik vertrek, geef ik gewoon geen wegga-signalen.” 

Naast agressie tegen het baasje blijken de meest voorkomende gedragsproblemen bij katten te zijn: agressie naar andere katten, sproeien om geur af te zetten en onzindelijkheid. Van Leeuwen: „Er zijn huizen waar je een gasmasker op wilt zetten.” Dat kan zo problematisch worden dat de kat in het asiel belandt of een spuitje krijgt.

Daarnaast bestaan ook nog zeldzame gedragsproblemen die gevolg zijn van een tumor, pijn, of een psychiatrische kattenaandoening. Van Leeuwen: „Tegen depressie, dwangneuroses, ADHD of stressgerelateerd sproeien, kan medicatie goed werken. Voor katten is niets geregistreerd, dus schrijft een dierenarts dan Ritalin of Prozac voor.” Nadeel is wel dat je de medicijnen soms het hele kattenleven moet geven.

Maar, benadrukt Van Leeuwen, medicatie is niet de eerste therapie. „Het grote probleem is dat verkeerd gedrag wordt beloond. Een kat krijgt vaak aandacht als het ongewenst gedrag vertoont. Dat moet niet.” Negeren is beter. Een cursist wiens kat voortdurend in de muziekinstrumenten hangt, sputtert tegen. „Als ik dat negeer is mijn verkering over.” Straffen met de plantenspuit kan, in noodgevallen. Maar nooit op de kop, zegt Van Leeuwen. „En laat niet zien dat de spuit van jou komt.”

En veel katten hangen gewoon uit verveling in de gordijnen. De uitgedeelde reader stelt: „Katten met probleemgevend gedrag hebben vrijwel altijd baat bij bezigheidstherapie.”

Kritiek is er ook: van mensen die gedragstherapie voor katten overbodige luxe vinden. Dat kan aan het formaat van het dier liggen, oppert Van Leeuwen. „Bij een giraffe in de dierentuin die raar doet, vinden we het normaal dat iemand komt kijken. Dat is een groot dier. Maar bij een kleine bijtende hamster denken mensen: gooi toch dood en haal een nieuwe. Dat kan te maken hebben met de levensduur en de aanschafswaarde.”

Feit is dat eigenaren tegenwoordig hoge eisen stellen aan hun kat, zegt Van Leeuwen. „Ze moeten binnen blijven, zich laten aaien wanneer de eigenaar dat wil, zindelijk zijn, niks slopen, geen muizen naar binnen slepen.” Dat gaat vaak mis.

Terwijl veel problemen makkelijk zijn af te leren. „Mensen zeggen: je kunt een kat niks leren, het is een eigenwijs kreng. Maar dat is niet waar. Ik kan mijn kat gewoon pootjes laten geven. We laten hier zelfs kippen een behendigheidsparcours lopen.”