Regering Honduras heft staat van beleg op

De interim-regering van Honduras heeft gisteren de staat van beleg opgeheven, die de burgerrechten inperkte. De maatregel was ingesteld nadat de afgezette president Manuel Zelaya was teruggekeerd naar zijn land.

Op suggestie van de Venezolaanse president Hugo Chávez ging Zelaya twee weken geleden naar de ambassade van Brazilië in de hoofdstad Tegucigalpa. Zijn terugkeer leidde tot botsingen tussen Zelaya-aanhangers en het leger, met enkele doden en een ravage in de hoofdstad tot gevolg. Talrijke winkels werden geplunderd en gesloopt.

Daarop besloot de interim-regering burgerrechten als vrijheid van pers en van verzameling op te schorten. Bijeenkomsten van meer dan twintig mensen werden verboden. Ook werden Zelaya-gezinde media uit de lucht gehaald.

Na felle kritiek, niet alleen van de Amerikanen, maar ook van rechters en politici die de coup tegen Zelaya steunden, zei interim-president Roberto Micheletti dat hij de maatregelen weer in zou trekken.

Gisteren voegde hij de daad bij het woord. Op een persconferentie, waar ook het Amerikaanse Congreslid Ileana Ros-Lehtinen aanwezig was, zei hij dat de maatregelen „volledig teruggedraaid” zijn. Volgens Micheletti zijn ze niet meer nodig omdat „er nu vrede in het land heerst”. (AP)