Proces brengt Villepin in het nauw

Steeds meer moeite kost het oud-premier Villepin voor de rechter vol te houden dat hij niets met de belastering van rivaal Sarkozy te maken had.

Terrorist Carlos de Jakhals mag zich er tot nu op beroepen de bekendste prooi te zijn die de Franse generaal Philippe Ron-dot (73) in zijn lange carrière als inlichtingenofficier achter het tralies kreeg. Daarvoor was in 1994 een geheime operatie in Soedan nodig.

Maar er doemt langzamerhand een concurrent op: ex-premier Dominique de Villepin. En nu eens niet in geheimzinnige omstandigheden, maar in alle openbaarheid in de rechtszaal, waar de politicus deze maand terechtstaat op verdenking van medeplichtigheid aan valse aantijgingen tegen onder anderen de huidige Franse president, Nicolas Sarkozy. Hij kan er maximaal vijf jaar gevangenisstraf voor krijgen. Generaal Rondot legde gisteren in de rechtszaal in Parijs een lange getuigenis af die Villepin in een lastige positie brengt.

In de vorige twee weken probeerde Villepin aanwijzingen te ontkrachten dat hij op welke wijze dan ook betrokken is geweest bij valse aantijgingen tegen een dertigtal vooraanstaande politici en zakenmensen. Hij vocht ook tegen vermoedens dat hij zelf het brein was achter de manipulatie. Hem worden politieke motieven toegedicht: de affaire speelde in 2004, toen zijn medeminister Sarkozy nog een van zijn mogelijke rivalen was in de strijd om de opvolging van president Chirac. Voor de rechter verklaarde Villepin dat Sarkozy’s naam nooit is gevallen in verband met zwartgeldrekeningen.

En juist daar wringt het nu. Eerder al gaf Villepins medeverdachte Jean-Louis Gergorin, een voormalige topbestuurders van het EADS-concern (onder meer Airbus) een andere versie. Gergorin erkent valse beschuldigingen, inclusief over Sarkozy, te hebben doorgespeeld aan een onderzoeksrechter die zich met een belangrijke corruptiezaak bezighield. Hij vertelde de rechter, in weinig feitelijke bewoordingen, in de overtuiging te verkeren dat hij daarmee in opdracht van Villepin handelde.

Gisteren sprak inlichtingenofficier Rondot op zijn beurt Villepin op cruciale punten tegen. En onomwonden. Zo herinnerde Ron-dot zich in januari 2004 aanwezig te zijn geweest bij een vergadering met Villepin en Gergorin, over mogelijke wiswasrekeningen. Daarbij werd de naam van Sarkozy „door de een en de ander” aangehaald, volgens Rondot. Hij verdedigde ook de dagboekaantekeningen die hij die dag maakte over die bijeenkomst: „Mooie intellectuele constructie, die Dominique de Villepin aantrekt.”

Er kwam meer ter sprake. Ron-dot werd begin 2004 door Villepin verzocht nader onderzoek te verrichten en verklaarde gisteren ervan overtuigd te zijn dat deze vraag hem in opdracht van president Chirac werd gesteld. Volgens Rondot maakte Villepin daarop duidelijke toespelingen. Villepin ontkende Chiracs betrokken eerder in de rechtszaal. Zoals Chirac, die niet terecht staat, dat al eerder deed in een persverklaring: de ex-president heeft nooit gevraagd om onderzoek naar zijn ministers.

In juli 2004 lekten de beschuldigingen aan Sarkozy en anderen uit in de media. Ze werden dat moment onderzocht door een onderzoeksrechter, maar waren nog niet als vals ontmaskerd. Rondot werd na het uitlekken ontboden bij Villepin, toen minister, en verklaarde gisteren bij de rechter dat deze toen zei: „Als wij opduiken, de president en ik, zijn we er geweest.”

Villepin heeft een andere lezing van deze zin: volgens hem heeft Sarkozy zoiets gezegd. Rondot wees die verklaring gisteren af.

Het is een van de spannende zinnen uit het dagboek dat Ron-dot bijhield, en dat onderzoeksrechters in de aanloop naar de rechtszaak in beslag namen. Rondot, in Franse media topspion genoemd, voelt zich ongemakkelijk bij de rol die zijn aantekeningen nu spelen in de rechtszaal. Hij verdedigde zijn aangetaste reputatie als voorzichtige inlichtingenofficier. Maar voorlopig worstelt Villepin er het meest mee. Zijn advocaten hielden gisteren de moed erin. Rondot heeft in hun ogen „geen absolute” bewijzen geleverd voor de schuld van de ex-premier.