Ook oude zaken van genocide strafbaar

Genocide kan voortaan juridisch beter worden aangepakt. Ook kan Nederland verdachten van genocide en oorlogsmisdrijven in een niet-gewapend conflict uitleveren en strafvervolging overnemen van een internationaal gerecht. Dit staat in het wetsvoorstel waarmee minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) Nederland de mogelijkheden om internationale misdrijven op te sporen en te vervolgen wil uitbreiden. Het wetsvoorstel is vandaag voor advies naar verschillende instanties gestuurd.

De mogelijkheden om in Nederland verblijvende vreemdelingen die worden verdacht van genocide te vervolgen, zijn beperkt als het zaken betreft van vóór 1 oktober 2003. En volgens Hirsch Ballin zijn het juist „deze oude zaken” waarmee het Openbaar Ministerie zich de komende jaren in belangrijke mate gaat bezighouden. Bij „veruit de meeste zaken” gaat het om „naar Nederland afgereisde vreemdelingen die zich in het land van herkomst geruime tijd geleden schuldig hebben gemaakt aan internationale misdrijven”, zoals de genocide in Rwanda (1994), de gifgasaanvallen in Irak (1987-1988), de oorlogen in Afghanistan (met name 1978-1992) en de oorlogen in het voormalige Joegoslavië (vanaf 1991).

Met de huidige wetgeving kan het OM in het geval van de genocide in Rwanda een in Nederland verblijvende vreemdeling niet vervolgen voor genocide, maar moet het noodgedwongen oorlogsmisdrijven of foltering ten laste leggen. De minister noemt dat een „onwenselijk signaal” en bovendien „onbevredigend voor de slachtoffers en hun familie”. Hirsch Ballin wil de mogelijkheden om verdachten van genocide te vervolgen laten terugwerken tot het moment dat de Uitvoeringswet genocideverdrag in werking trad: 18 september 1966.