Landschap in verval

In de reclamespot van de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap (VNC) vervalt Rembrandts Nachtwacht tot vodden met verpulverende verf. Een stem zegt: „Wij zijn trots op ons cultureel erfgoed. Dus dit laten we natuurlijk nooit gebeuren…” Maar we laten het met het Nederlandse cultuurlandschap wel gebeuren, is de boodschap, en daar bekreunt niemand zich om.

De VNC vraagt aandacht voor het verval van het Nederlands agrarisch cultuurlandschap. In het rapport Landschap verdwijnt, Nederland verliest zijn gezicht beschreef de stichting Landschapswacht hoe het cultuurlandschappelijk erfgoed in snel tempo verdwijnt en ook hoe weinig regering, parlement en publiek zich daaraan gelegen laten liggen.

Het landschap bepaalt 75 procent van het Nederlands landoppervlak, het is zowel cultuurhistorisch als ecologisch van belang. Het gaat iedereen aan. Terwijl er wel aandacht is voor natuurbehoud, constateert het rapport wat betreft het cultuurlandschap „een muur van onwelwillendheid”. Onderhoud is structureel achterstallig; overzicht, een plan van aanpak en financiering ontbreken. Intussen knapte de Landschapswacht op eigen initiatief en met eigen middelen het een en ander op, een eswal bij Diever, een meidoornheg te Bronckhorst. Zo’n veertig projecten, zonder applaus.

Er is inderdaad weinig aandacht voor het beheer van cultuurlandschap en dat is zo verwonderlijk niet. Tot nog niet zo heel lang geleden was het agrarisch landschap iets wat overwonnen moest worden. Ruilverkaveling, bedrijventerreinen en een wegennet knaagden aan het uiterlijk van boerengrond. Want die bakens van het naoorlogse, moderne leven kwamen daar waar ‘niets’ was. Dat ‘niets’ bestond dan uit een antiek systeem van boerensloten, een traditioneel kerkepad, een elzensingel.

Bestuurders met visioenen beschouwden zulke elementen als sta-in-de-weg. Pas nu worden ze, schoorvoetend, herkend als gegevens die de Nederlandse geschiedenis markeren en het landschap streekeigen en aantrekkelijk maken.

Landschapswacht en VNC vragen terecht om een planning en financiering, bij voorkeur in samenwerking met boeren. Maar dan zal het wel duidelijk moeten zijn wat dat erfgoed inhoudt. Historisch en esthetisch belang van een landschap zijn aan modetrends onderhevige begrippen. Nu wordt een wei met koeien algemeen mooi gevonden en een wei met paarden rommelig, vroeger kreeg het paard de voorkeur.

Per regio vast te stellen maatstaven zijn raadzaam, op basis van aanwijzingen van plaatselijke instanties die bekend zijn met de historie van het gebied. Alleen zo kan lokaal waardevol erfgoed worden herkend voor het verdwenen is.

Het verval van het landschap gaat stukje bij beetje. Voor de individuele waarnemer gebeurt het op kleine schaal, alsof er telkens een draad uit de Nachtwacht wordt getrokken. Lang is er weinig te zien, want ach, dat ene draadje maakt weinig verschil – tot het complete schilderij ineenstort. En dan is het te laat.