'Kapitaal tweede exportproduct'

Saoedi-Arabië bouwt zes nieuwe steden in de woestijn. Dat moeten metropolen zoals Dubai worden, maar dan „met een Saoedische smaak”. „Het is geen Londen of New York.”

Natuurlijk kijkt de Saoedische minister Amr Abdullah Al-Dabbagh tijdens zijn bezoek aan Nederland of er nog interessante bedrijven zijn waar de rijke staatsfondsen uit zijn land hun geld in kunnen steken. Maar dat is niet de belangrijkste reden voor de gesprekken die de gouverneur van investeringsfonds Sagia gisteren en vandaag in Nederland voerde. Hij is juist op zoek naar investeerders in zíjn land.

Is dat niet gek voor een land dat bulkt van oliedollars? „Inderdaad is kapitaal ons tweede grote exportproduct na olie. Maar buitenlandse investeringen zijn cruciaal voor ons, vooral als de komst van buitenlandse bedrijven gepaard gaat met de overdracht van kennis, technologie en talent. Om dezelfde reden doen wij zelf ook internationale overnames”, zegt hij.

Hij ontvangt, strak in een blauw pak, in een kamer in het hoofdkantoor van Shell in Den Haag. De onder meer aan Harvard Business School opgeleide Al-Dabbagh reisde in 24 uur langs Rotterdam, Den Haag en Amsterdam. De voormalige ondernemer was bij de tewaterlating van een baggerschip bij IHC in Sliedrecht, hield een rede voor de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit en bezocht kunstinstellingen. .

Sagia is begonnen met de bouw van vier van zes splinternieuwe steden in de woestijn. Economic Cities heet het project, de steden hebben namen als King Abdullah Economic City, Prince AbdulAziz Bin Musaed Economic City en Knowledge Economic City.

Zeg maar zes Dubais, waar Sagia nu al meer dan 80 miljard dollar in heeft geïnvesteerd. Maar Al-Dabbagh wil de vergelijking met de mondaine stadstaat die als een magneet op veel westerse avontuurzoekers heeft gewerkt, liever niet horen. „Dit worden steden met een Saoedische smaak, met Saoedische ingrediënten”, zegt hij.

De bouw van de steden vormen onderdeel van de strategie om Saoedi-Arabië in 2010 tot de tien meest concurrerende landen in de wereld te laten horen. In 2020 moeten deze steden 100 miljard bijdragen aan het bruto binnenlands product (nu een kleine 600 miljard dollar), ze moeten ervoor zorgen dat het bbp per hoofd van de bevolking stijgt van 15.000 naar 23.000 en er moeten 2 miljoen nieuwe banen worden gecreëerd.

Gaat er een concurrentieslag komen tussen al die steden in de verschillende Golfstaten?

„Het gaat niet om beton en gebouwen. Wij kijken naar waar Saoedi-Arabië goed in is. Wij hebben 25 procent van de energiebronnen in de wereld, maar slechts 2 procent van de energie-intensieve industrie. Wij willen de energiehoofdstad van de wereld worden. Daarmee concurreren we niet met andere steden in de regio.”

Maar er is toch ook concurrentie wie in het Midden-Oosten het financiële centrum wordt?

„Kijk naar de cijfers. Wij zijn de nummer 13 in de wereld en de nummer 1 in het Midden-Oosten en Afrika als het gaat om het gemak van zakendoen. We zijn tussen 2005 en nu gestegen van nummer 67 in 2005 tot nummer 13 nu. Als je kijkt naar het aantal buitenlandse investeringen dat we ontvangen, dan zijn we wereldwijd nummer 14 en nummer 1 in deze regio met 38,2 miljard dollar in 2008. Wij waren één van de vijf landen in de wereld die in 2008 nog wel groei van de buitenlandse investeringen zag.”

Heeft u veel moeite om buitenlands talent naar uw land te trekken?

„Vandaag niet meer. Een van de voordelen van de mondiale economische teruggang is de beschikbaarheid van talenten. Als je me negen maanden geleden had gevraagd wat de grootste uitdagingen zijn voor de ontwikkeling van onze economische steden, dan had ik twee dingen genoemd. De capaciteit van bouwbedrijven. En de beschikbaarheid van menselijk kapitaal. Nu kunnen we de bouwkosten met 30 tot 40 procent terugbrengen door de overcapaciteit bij bouwbedrijven en de prijsdalingen bij bouwmaterialen. En wij kunnen veel gemakkelijker mensen aantrekken. We hebben net een nieuwe universiteit geopend, die 20 miljard dollar heeft gekregen voor onderzoek in nanotechnologie, biotechnologie, informatie- en communicatietechnologie en hernieuwbare energie. De universiteit heeft duizenden en duizenden sollicitaties gekregen van onderzoekers uit de hele wereld.”

Maar heeft u geen last van de perceptie dat het lastig leven is voor westerlingen in Saoedi Arabië?

„Dat zijn verkeerde percepties. In Saoedi-Arabië leven 7 miljoen expats. Natuurlijk is het geen Londen of New York. Het maakt ons juist interessant dat wij anders zijn. Onze levensstijl is acceptabel voor een brede groep mensen.”

Koopt u ook bedrijven om kennis uit het buitenland te halen?

„We doen alles dat goed is voor ons land. Sabic, dat voor 70 procent in handen is van de overheid, kocht GE Plastics (en eerder de naftakrakers van DSM in Limburg, red.). Dat gaf ons toegang tot patenten, talenten en markten. GE Plastics had een groot marktaandeel in een sector waarvan we geloven dat die heel belangrijk is voor Saoedi-Arabië. Wij moeten de plastichoofdstad van de wereld worden. Sommige mensen zullen zeggen dat we destijds een te hoge prijs voor de overname hebben betaald. Dat is dan maar zo. Als het veel oplevert, zullen wij niet weglopen van dergelijke overnames.”