Heb ik dat bed echt nodig?

De consument geeft minder geld uit aan keukens, bedden en meubels als gevolg van de recessie.

Maar woonaccessoires wil hij nog wel, „als troost”.

. „Ik plus”, zegt Martijn Last (29). Hij probeert zichtbaar niet al te triomfantelijk te kijken. „Misschien een procentje of 6, 7.” Last is bedrijfsleider van een van de tien filialen van NTU, Nederlandse Tapijt Unie, een keten in vloerbedekkingen – naast tapijt ook parketvloeren. Of de branche niet recessiegevoelig is, was de vraag. Ja, luidt het antwoord: de omzet van NTU is met een kwart afgenomen, maar niet in dit filiaal.

De zaak van Last bevindt zich aan de Stadhouderskade in Amsterdam en die locatie verklaart volgens hem „waarom ik plus”. „Mensen blijven hier verhuizen en huizen kopen. De prijs van appartementen in deze omgeving is vrij hoog, dus kan die vloerbedekking er ook nog wel bij. Een parketvloer verhoogt bovendien de waarde van het huis.”

Consumenten geven minder uit, er wordt gespaard. In de eerste vijf maanden van 2009 werd bijna 13 miljard euro meer spaargeld ingelegd dan opgenomen, 7 miljard euro meer dan in dezelfde periode van 2008. De kopersstaking geldt vooral duurzame goederen als meubels.

Maar op de vraag of de recessie zich doet voelen, antwoordt vrijwel iedere winkelier, in bijna dezelfde bewoordingen: „Ik zou liegen als ik nee zei”, om daaraan toe te voegen: „maar bij mij valt het mee”.

Niet alleen winkeliers zeggen dit. In de Amsterdamse ‘woonmall’ Villa Arena komen Omer Yazturk (22) en Orgül Yalcin (25) de lift uit. Ze hebben net een huis gekocht, in Haarlem, in ‘de bomenbuurt’, en zijn dat aan het inrichten. „Dat moet gebeuren, recessie of niet.” Maar een keuken bijvoorbeeld is toch een grote uitgave? „Nou”, zegt Yalcin, die bij uitzendbureau Randstad werkt: „Eilandjes zijn er in soorten, hoor! Je hebt er van 10.000 euro, maar ook van 1.000.” Haar vriend knikt instemmend, ze zijn optimistisch. Hij zit in de vrachtverkeerlogistiek. Is die sector niet zwaar getroffen? „Mocht het misgaan”, klinkt het laconiek, „dan vind ik wel weer een andere baan.” Hebben ze wat gekocht? „We zoeken verlichting, om te beginnen een lamp voor boven de tafel.” Ze hebben een exemplaar van 450 euro op het oog. Dat hebben ze nu voor de tweede keer bekeken, maar nog niet gekocht.

Het is rustig in Villa Arena. Voor promotiemanager Saskia Doornekamp is dat niet alarmerend. „De crisis is merkbaar, maar het verschilt per ondernemer. Er heeft een schifting plaats, in die zin is de recessie goed voor het ondernemersvak. Het is zelfanalyse: wat moet ik nog verbeteren?” Consumenten zijn volgens Doornekamp op dit moment niet alleen „op prijsniveau heel gevoelig”, van belang zijn ook „de subjectieve elementen”. Het kopje koffie, de bezorging en levertijden. „De goede ondernemer voert nu drie gesprekken in plaats van één. Voorkomendheid en geduld zijn belangrijk.” Doornekamp stelt ook vast dat de consument voorzichtig is met grote bedragen, maar daarom juist meer accessoires koopt. „Als troost.”

Harm Knol (39) bevestigt het. „Wij realiseren nog steeds groei.” Knol is directeur van De Woonfabriek, een ‘shop-in-shop’ die zich op de derde verdieping van Villa Arena uitstrekt over 7.800 vierkante meter. Na de ingang voert een slingerend pad – „net als bij Ikea” – de bezoeker langs ruim zeventig stands met alles wat men op woongebied maar bedenken kan, van de kleinste accessoires tot kunst en meubelen. „Alle stijlen zijn vertegenwoordigd. Daar kan geen gewone winkel tegenop. En het is cash and carry, daar houden mensen van.”

En van 60.000 euro kostende bedden van Hästens; Richard Bekkens, verkoper in het filiaal in het Alexandrium, Rotterdamse evenknie van Villa Arena, sleet twee weken geleden nog zo’n exemplaar. Hij zou liegen als hij zei dat hij de recessie niet voelt, reden tot klagen is er niet.

Te oordelen naar de ervaringen van Gaby van der Avoort (43), gastvrouw in de naast die van Hästens gelegen showroom van keukenapparatuurfabrikant Miele, is die reden er wel. Drie maanden geleden, toen deze showroom openging, gaf zij haar vaste aanstelling bij de buurman op. „Er was door de recessie gewoon niets meer te doen hiernaast, ik werd er depressief van.” Maar de even grote als luxueuze keukens waar ze nu tussen staat, verkopen die dan wel? „Een bed neem je niet mee in de hypotheek, een keuken wel. Dat is het verschil.”