Euro reddingsvest én dwangbuis voor Ierse economie in nood

Het is niet bepaald een verrassing dat Ierland het Verdrag van Lissabon uiteindelijk toch heeft omarmd. Ierland is in ijskoude wateren verzeild geraakt en Europa is zijn reddingsvest.

De Ierse zeeën zouden nauwelijks bedreigender kunnen zijn. Slechts de IJslandse en de Baltische economieën zijn er slechter aan toe. Het Ierse bruto binnenlands product (bbp) is het afgelopen jaar met 7,4 procent gekrompen; het inflatiepercentage staat op minus 5,9; het werkloosheidscijfer is 12,8 procent. Ondanks bezuinigingen en belastingverhogingen zal het begrotingstekort dit jaar waarschijnlijk stijgen naar 11 procent van het bbp. De staatsschuld, vóór de crisis op 25 procent, zal aan het eind van dit jaar naar verwachting zijn opgelopen naar 59 procent van het bbp.

Het middelpunt van alle beroering is de gebarsten zeepbel op de huizenmarkt. In augustus waren de huizenprijzen gedaald met 8 procent op jaarbasis, waardoor ze terug waren op het niveau van januari 2004. Maar de inzinking is nog geenszins voorbij. De stijging van de huizenprijzen met 80 procent tussen 2001 en 2006 biedt nóg veel meer ruimte voor een neerwaartse bijstelling, evenals de toestand van de banken. De regering heeft een ‘slechte bank’ in het leven geroepen, waarin de Ierse banken ‘giftige’ leningen met een totaalwaarde van 80 tot 90 miljard euro zouden moeten storten – bijna de helft van het Ierse bbp. Maar de daling van de huizenprijzen zal de druk op de banken hoog houden.

In deze deplorabele omstandigheden heeft Europa de helpende hand toegestoken. De onbeperkte 1-procentsfinanciering voor één jaar door de Europese Centrale Bank is een hele geruststelling. En de indruk bestaat dat er noodhulp zal worden verstrekt als Ierland zijn schulden niet meer zou kunnen betalen. De eurozone zou één van zijn lidstaten niet zomaar in de steek laten.

Maar het reddingsvest van de Europese Unie is ook een soort dwangbuis. Groot-Brittannië beschikt over het concurrerende, zwakke pond, terwijl Ierland vastgebakken zit aan de superdure euro. De Ierse recessie, deflatie en begrotingsproblemen lijken op de pijn van de Baltische landen, omdat Ierland net als zij is gebonden aan een vaste wisselkoers.

„We zijn tenminste geen IJsland”, is het Ierse antwoord. Het oude Ierse pond zou een IJslandse kroon kunnen zijn gebleken – voor een bankroet eiland. De euro biedt voorlopig veiligheid. Maar Ierland heeft daardoor geen makkelijke uitweg naar hernieuwde concurrentiekracht, anders dan door het drastisch verlagen van lonen en prijzen.

Die route zal jaren gaan kosten en niet zonder slag of stoot verlopen. Het reddingsvest zit nu misschien nog wel lekker, maar zal spoedig gaan knellen.