Er is hier nu veel minder geweld

In de K-buurt van Amsterdam Zuidoost zijn bewoners banger voor de crisis dan voor het geweld.

De buurt wordt vernieuwd, maar niet alle winkeliers profiteren mee.

De recente schietpartijen in de Amsterdamse Bijlmer mogen veel rumoer wekken, de meeste bewoners van de K-buurt voelen zich de winnaars van de vernieuwing. Foto’s Ad Nuis Serie Bijlmer, Nieuwbouw in de K Buurt, Ad Nuis Nuis, Ad

Aan de ene kant van metrostation Kraaiennest staat Kruitberg, een heldere, opgeknapte portiekflat. Aan de andere kant staat Kleiburg, een kwijnende blokkendoos van grauw beton. Onder de verhoogde metrolijn, tussen het kinderspeelveldje en de tennisbaan op het gras liggen bossen bloemen voor de 19-jarige Ishmael Gumbs, die hier twee weken terug werd doodgeschoten.

Niets toont het verhaal van de Bijlmer scherper dan de kleine wereld rond dit slonzige metrostation in het hart van de K-buurt. Kruitberg toont de succesvolle stadsvernieuwing van het laatste decennium. Kleiburg staat voor de verloedering die Amsterdam Zuidoost zo lang in zijn greep had. Het monumentje voor Gumbs benadrukt ongewild dat dit jaar maar liefst 7 van de 22 schietpartijen in dit stadsdeel plaatshadden in de K-buurt.

De K-buurt, waar alle namen van de flats en straten beginnen met een K, is de kern van de Bijlmer. Men noemt dit het Bijlmermuseum, met de restanten van de flat die in 1992 werd vernietigd door het neergestorte El Al-toestel. Hier stonden ook de ellenlange honingraatflats, die synoniem werden voor de anonimiteit van Zuidoost. „Over de galerijen kon je twee kilometer, nagenoeg zonder onderbreking, lopen zonder nat te worden”, zegt Marion Middelbeek van woningcorporatie Rochdale. In de Bijlmer zijn nu nog maar twee van die flats over.

Corporaties als Rochdale hebben samen met Zuidoost, de gemeente Amsterdam en het Rijk zo’n 2 miljard euro gestoken in stedelijke vernieuwing. De lange flats zijn ingekort en gerenoveerd. De Karspeldreef, de boulevard van de K-buurt, is verlaagd, de meeste parkeergarages zijn gesloopt. Achter de Karspeldreef zijn de flats vervangen door mooie lage nieuwbouwwoningen in het groen, de zogenaamde kleine K-buurt. Een kleine tienduizend mensen verdwenen uit de Bijlmer.

Pal aan de metrolijn is de nieuwe Bijlmer goed te zien. Waar eerst parkeergarages stonden, verrees zeven jaar geleden de Taibah-moskee, volgens secretaris Mohammed Gaffar de grootste en mooiste moskee van Nederland. Tijdens de ramadan komen Afrikaanse en Surinaamse moslims, legaal en illegaal, hier na zonsondergang hun gratis iftar-maaltijd halen. Pal daarnaast bidden zwarte christenen elke zondag nog vol overgave in een afgedankt restant van een oude parkeergarage.

De K-buurt is er immens op vooruitgegaan, bezweren bewoners. Vroeger, vertelt Ellen Li van Chinees restaurant Sunshine, werd er vaak een pistool op je hoofd gezet, huisden in alle donkere gangen junks en dealers, hing voor de deur dag in dag uit een gevaarlijke groep Antillianen rond, en waren er aan de lopende band overvallen.

Destijds, zegt Bijlmer-believer en grafisch vormgever Henk van den Belt, die sinds 1968 in Kikkenstein woont, heeft hij op het punt gestaan te verhuizen. Maar Kikkenstein is keurig opgeknapt, de buurt is schoon en veilig. Zeker, de politie rolde er dit voorjaar een grote Nigeriaanse drugsbende op. Maar voor de flatbewoners kwam die inval totaal onverwachts.

De meeste bewoners van de K-buurt voelen zich winnaars van de vernieuwing. Toch zijn er ook verliezers. Neem de Pakistaanse eigenaar van snackbar Rawal. Het is niet die recente drugsschietpartij voor zijn deur die hem zorgen baart. „Soms bedreigen ze me, maar mij maken ze niet bang.” Hij maakt zich vooral zorgen over de verloedering van het oude winkelcentrum, waar hij nog een broodjeszaak heeft.

Aan de andere kant van het metrostation verrijst een gloednieuw winkelcentrum. Het oude, Kraaiennest, onderin een van die vroeger beruchte garages, gaat over twee, drie jaar tegen de vlakte. Er zitten nog een Albert Heijn, dierenspeciaalzaak, bakker en een keurige opticien. Verder is het een allegaartje van belwinkels, toko’s, met kranten dichtgeplakte etalages en een Prijzenmepper.

„Ooit was Kraaiennest een bloeiend winkelcentrum, maar nu zijn de klanten verdwenen”, zegt de Pakistaan. „Toen draaide ik 1.200 euro per dag, nu nog maar 200. Alle normale winkeliers zijn verdreven.” De winkeliers zagen hun omzet dalen, waardoor ze de huur niet meer kunnen betalen. En door die huurachterstand mogen ze straks niet mee naar het nieuwe winkelcentrum.

De Nigeriaan Ukekwe Chukwuma verkoopt nauwelijks nog modieuze Italiaanse kostuums en lange puntschoenen met tijgerprint. Vroeger zat het hier avond aan avond vol, zegt Ellen Li, eigenaresse van het Chinese restaurant op de troosteloze eerste verdieping van de garage. „Ik verdien niks meer. Zeven jaar heb ik geprocedeerd om mijn huur naar beneden te krijgen. De beheerder wil mij vast niet meenemen naar de overkant.”

Satiesh Fakira, beheerder van vastgoedbeheerder Kruse & Lampo, verdedigt zich tegen de klachten. „Ik ben juist bezig alle units hier te verhuren om het leefbaar te houden. Sinds begin dit jaar is de huur verlaagd. Winkeliers met een huurachterstand krijgen een exitregeling in ruil voor kwijtschelding van de huurschuld.” Fakira geeft wel toe dat het niet de schuld is van de winkeliers dat hun klanten de Bijlmer hebben verlaten.

Maar de vernieuwing is onstuitbaar. Binnenkort worden de duizenden bewoners van de flat Kleiburg verhuisd. „Dat vergt anderhalf jaar”, zegt Middelbeek. „De renovatie is zo ingrijpend, dat de mensen er niet kunnen blijven wonen.” De komende jaren moeten er nog enkele honderden nieuwbouwwoningen verrijzen. „Door de problemen op de woningmarkt dreigt daarbij vertraging”, zegt Middelbeek. „Ik ben banger voor de economische crisis dan voor de schietpartijen.”

„In de K-buurt is nu veel minder geweld”, zegt Moideen van café Kraaiennest. In de twaalf jaar dat hij er staat, is binnen maar drie keer geschoten. Hij laat nooit Antillianen toe. „Nu de flats hier zijn gesloopt, is het geweld verplaatst naar buitenwijken als Holendrecht, Gein en Venserpolder.”