Een shocktherapie voor Rotterdam

Rotterdam moet haast maken met de stedelijke vernieuwing. Die oproep deed een Canadese planoloog. Hij pleit voor „veel meer groen in de versteende binnenstad”.

De Joost Banckertplaats, in de volksmond de Lijnbaanflats geheten, in het centrum van Rotterdam. Foto Bas Czerwinski 05-10-2009, Rotterdam. Joost Bankertplaats. Foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Eén geplante boom doet meer dan tien fraaie plannen over de stedebouwkundige toekomst van de stad. En: Rotterdam moet vooral groot durven denken. „Zet in het centrum niet vijfduizend nieuwe woningen neer, maar durf te kiezen voor vijftigduizend.” Ruimte genoeg immers in het stadshart.

In een gelikte presentatie hield Larry Beasley vorige week de tweede stad van Nederland tegen het licht, na vijf dagen rondgeneusd te te hebben op uitnodiging van het Rotterdamse architectuurcentrum Air Foundation. Taboes ging de Canadese planoloog niet uit de weg, bleek bij de presentatie van zijn ‘reisverslag’ in Hotel New York. „Authentiek cultureel erfgoed zoals de naoorlogse Lijnbaanhoven moet je als gemeente willen behouden, en vooral niet willen slopen.” Zijn gehoor bestond uit architecten, topambtenaren, projectontwikkelaars en corporatiebestuurders, van wie de meesten instemmend knikten.

Beasley (61) is een van de grondleggers van het internationaal geroemde ‘Vancouver’-model. Onder zijn leiding onderging de Canadese havenstad de afgelopen dertig jaar een metamorfose: van een ingedutte, onaantrekkelijke woonstad naar een bruisende metropool, waar ook de midden- en hoge(re) inkomens weer willen wonen. Beasley is nu adviseur van woestijnstad Abu Dhabi.

Vooral het centrum van Vancouver (582.000 inwoners) ging op de schop. Levendigheid in dienst van „de moderne stadsconsument” vormde daarbij de leidraad. Beasley benadrukte dat Rotterdam („Jullie zijn waar wij 25 jaar geleden waren”) verzuimt de eigen kracht te benutten. „Mensen willen graag in de nabijheid van water wonen, maar dat woonaanbod is hier te beperkt.” Zijn pleidooi voor „veel meer groen in de versteende binnenstad” sloot aan bij de wens van coalitiepartij GroenLinks.

Beasleys bezoek kwam als geroepen. Tot afgrijzen van veel betrokkenen en bewoners staat de stedebouwkundige toekomst van Manhattan aan de Maas (ruim 70 procent sociale huurwoningen) niet bovenaan de politieke agenda. Die wordt, onder druk van onder meer Rotterdams grootste oppositiepartij Leefbaar, beheerst door de thema’s integratie en veiligheid. „Aan ons zal het niet liggen, maar ook de verkiezingscampagne [voor de raadsverkiezingen van 3 maart 2010] zal in het teken staan van de islam en cameratoezicht”, denkt SP-raadslid Leo de Kleijn.

Dat de woningmarkt de gemoederen bezighoudt, bleek twee weken geleden tijdens een drukbezocht debat over de vraag hoe Rotterdam (587.000 inwoners) de kapitaalkrachtige high potentials aan zich kan binden. Overmorgen organiseert het gemeentelijk vastgoedbedrijf een discussiemiddag, met als inzet de vraag hoe toekomstbestendig de stad is.

Van de vier grote steden telt Rotterdam relatief de meeste laagopgeleiden en de minste hoogopgeleiden. Het grootste probleem is het versnipperde en ‘lege’ centrum, dat amper 30.000 inwoners telt. Dáár moeten gemeente en marktpartijen aan de slag, aldus city planner Beasley. Sneller, slimmer en daadkrachtiger dan zoals die ‘verdichtingsopgave’ op dit moment wordt vormgegeven.

Beasley had meer verrassingen in petto. Wil Rotterdam uitgroeien tot een aantrekkelijke woonstad, dan zal de auto zoveel mogelijk uit het centrum moeten worden geweerd, stelde hij. Ook dat was vloeken in de kerk. Vorige maand, tijdens de landelijke autovrije zondag, bewees Rotterdam andermaal een car city te zijn. Terwijl elders in Nederland de binnensteden hermetisch werden afgegrendeld voor het verkeer, maakte Rotterdam een bescheiden knieval: slechts de Coolsingel, de doorgangsweg in het centrum, was voor één dag uitgeroepen tot autoluw gebied.

Vorige week nog maakte wethouder Hans Vervat (economie en vervoer, PvdA) zich sterk voor een experiment om een vlotte(re) doorstroming van het verkeer af te dwingen. Fietsers en voetgangers zijn van secundair belang. Niettemin heeft Rotterdam zichzelf komend jaar uitgeroepen tot fietsstad, omdat hier de Tour de France in 2010 van start gaat.

De stad dient keuzes te maken, stelde bestuursvoorzitter Martien Kromwijk van woningcorporatie Woonbron (25.000 sociale huurwoningen) afgelopen woensdag tijdens een minisymposium over de lokale woningmarkt. „Rotterdam staat in brand.” Hij herhaalde daarmee de noodkreet die oud-minister Pieter Winsemius eerder slaakte: vooral op de zuidoever is sprake van een verpauperde – en grotendeels particuliere – woningvoorraad, die alle financiële inspanningen (Pact op Zuid, in combinatie met landelijke aanpak achterstandswijken) ondermijnt.

Kromwijk voelt veel voor de shocktherapie waartoe Beasley opriep. „Op voorwaarde dat Rotterdam rücksichtslos durft door te pakken.” Halfslachtige keuzes bieden geen soelaas, meent hij. „Met een beetje hier en een beetje daar is het gevaar van bouwen voor de leegstand vele malen groter dan wanneer je massief inzet.”