Een generatie die geen kant meer op kan

Ari Cantor (26) werd wegens de kredietcrisis in 2008 ontslagen op Wall Street. De ex-handelaar is nog aldoor werkloos. Hij heeft paniekaanvallen. Zijn darmen spelen op.

Tegenwoordig woont hij in de kelder bij zijn ouders, in een buitenwijk met uitzicht op de spoorlijn. Maar nu krijgt hij nog heel even een glimp te zien van zijn vroegere leven op Wall Street. Ari Cantor, een inmiddels 26-jarige Amerikaan die dacht het op Wall Street gemaakt te hebben, ziet de brunette Sasckya Porto uit zijn oude appartementencomplex komen.

Dat gebouw staat letterlijk om de hoek van de New Yorkse beurs en was ooit het hoofdkantoor van Goldman Sachs, Ari’s voormalige werkgever. In de jubeljaren op Wall Street verhuisde de bank naar een duurder pand en werd het kantoor omgebouwd tot een complex vol luxe appartementen.

En daar gaat Sasckya Porto nu. Lang en dun, op een bruine tas van het dure merk Louis Vuitton na geheel in het zwart uitgedost en volgens velen bloedmooi: Sasckya was ooit Miss Brazilië en een ‘Playmate’ van de maand in de Playboy. Maar bovenal was ze Ari’s buurvrouw. Hij woonde in appartement 6N, zij in 6M. Midden in de nacht, als hij net thuiskwam van werk, hoorde hij haar regelmatig met een man ruzie maken of in ieder geval luidruchtig bezig zijn.

Hij bedoelt maar: het leven was goed op Wall Street.

Hoe lang geleden dat wel niet lijkt. Nog voordat de Amerikaanse economie in een recessie terechtkwam, nu 23 maanden geleden, de op één na langste recessie van de laatste honderd jaar, vertelde Ari in deze krant hoe hij van handelaar op Wall Street bedelaar werd. Hij studeerde aan de gerenommeerde Cornell University, werd aangenomen bij Goldman Sachs en voelde zich meteen helemaal thuis tussen de andere goed verdienende wiseguys op de handelsvloer. Hij was waar hij wilde zijn.

Later ging hij naar Bank of America en toen begon de golf aan massaontslagen die nog steeds aanhoudt: ruim 16 miljoen Amerikanen zitten nu zonder werk.

Sinds Ari werkloos raakte, solliciteert hij op elke vacature in de financiële sector die hij tegenkomt. Netto resultaat: nul. Ari’s verhaal over zijn neergang was eerst exemplarisch voor de opkomst en neergang van bankiers op Wall Street, de groep die aan de basis van de huidige wereldwijde crisis stond. Naarmate de crisis vorderde werd Ari meer dan dat. Nu staat hij symbool voor de voortdurende economische neergang. Ook al krabbelen aandelenbeurzen op om dan weer terug te zakken, ook al zijn macro-economische gegevens soms optimistisch te interpreteren en dan weer niet, in de echte economie is er nog geen einde aan de kommer en kwel te zien.

Een werkloze Amerikaan zit nu al gemiddeld 25 weken zonder werk, het langst sinds de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de internetrecessie van begin deze eeuw waren er voor elke vacature twee werklozen. Dat zijn er nu zes. En omdat de meeste bedrijven voltijdwerknemers nu in deeltijd laten werken, wordt bij een aantrekkende economie nog geen banengroei verwacht.

Inmiddels kan Ari „zeker 60” bekenden opnoemen die nu langdurig thuis zitten, door hun spaargeld heen zijn en gedwongen worden eens zo verafschuwde keuzes te maken. Hij somt op: David, ooit van Bear Stearns, beantwoordt nu de telefoon bij een filmbedrijfje van een vriend. John, die naast Ari zat bij Bank of America en daarvoor aan Harvard wiskunde studeerde, is nu tuinier bij de plantsoendienst. Bruce, „een briljante advocaat bij een goed kantoor”, verdient nu het minimumloon als boswachter in het afgelegen Colorado.

En de 35-jarige Marta hoorde vanochtend dat ze ook per direct kan vertrekken bij Bank of America. Ze verzorgde daar jaarrekeningen van multinationals maar begon bij wijze van voorzorg al belastingformulieren van haar buren in te vullen.

Ari is al net zo gekweld als deze mensen. Hij maakt deel uit van een generatie die geloofde in ‘opwaartse mobiliteit’, in een goede baan na een mooie studie. „Maar nu blijkt dat we helemaal nergens heen kunnen. En dat is frustrerend.” Financieel voelt het ook alsof zijn adem hoe langer hoe meer afgeknepen wordt. Na zijn ontslag bij Bank of America kreeg hij zes weken aan salaris mee en de Staat gaf hem een werkloosheidsuitkering van 26 weken, 385 dollar per week.

Dat wil zeggen: hij kreeg een brief van de staat New York die zei de 425.000 werklozen financieel niet meer te kunnen steunen. Met terugwerkende kracht trad een bezuinigingswet in werking: het was niet langer toegestaan zowel een afscheidspakket van de werkgever te ontvangen als een werkloosheidsuitkering van de Staat. Ari werd voor de keuze gesteld: of hij betaalde tien weken aan uitkering terug – 3.850 dollar – of er zou een arrestatiebevel volgen.

Hij kiest ervoor te betalen.

Ook Ari’s vader heeft een moeilijke tijd. Hij zag de waarde van zijn (op Ari’s advies gedane) investeringen vervliegen. Daar ging zijn pensioen. Bovendien brandde zijn bedrijfspand af. Ari’s vader is de vierde generatie Cantors die keukenmachines voor restaurants fabriceert; nu geen makkelijke markt. De dag na de brand besloot Ari dat hij niets meer in New York te zoeken had. Hij verhuisde terug naar zijn ouderlijk huis en probeerde te helpen met het familiebedrijf.

„Ik voel me een mislukkeling. Op Wall Street was ik bezig met miljoenen, nu moet ik zonder inkomen een noodlijdende restaurantier proberen een vaatwasser van 3.000 dollar te verkopen.” Hij heeft last van paniekaanvallen en zijn darmen spelen op. „Maakt niet uit of het midden op de dag is, ik krijg opeens last.”

Ooit zag hij licht aan het einde van de tunnel. Hij zou bretels laten bedrukken met geestig bedoeld Wall Street-jargon. Ari verkocht er dertig van en de zevenhonderd die over zijn zitten in grote dozen naast zijn kinderbed, in de kelder. „Zo nu en dan begint mijn moeder erover: ruim je kamer nou eens op.”

Lees meer reportages over hoe de crisis Amerikanen treft op nrc.nl/minder