Debat: zwijg over IJmeer en laat Almere groeien

Wil Almere de ruimtenood van de Randstad oplossen, dan moet de stad wel armslag krijgen, zegt wethouder Duivesteijn. En dan moet hij dus ook zijn IJland kunnen aanleggen.

Laten we voorlopig maar niet praten over bouwen in het IJmeer. De aanleg van een eiland in het water tussen Amsterdam en Almere is zo omstreden, dat de kwestie de besluitvorming over de complete toekomst van Almere dreigt te blokkeren.

Dat is de stemming van de meeste betrokkenen bij de plannen van Almere om de komende twintig jaar twee keer zo groot te worden, en uit te groeien tot een aantrekkelijke, gevarieerde stad, de helft van de ‘dubbelstad’ met Amsterdam.

Het kabinet wil deze maand een besluit nemen over de ‘schaalsprong’ van Almere. Vrijwel alle lokale en regionale bestuurders en stedenbouwkundigen adviseren het kabinet om in elk geval een besluit te nemen, ook al bestaat met name onder omwonenden en milieugroepen grote vrees dat de natuur en vooral de openheid van het IJmeer worden aangetast. Zo bleek gisteren tijdens een debat in Amsterdam.

De Amsterdamse wethouder Maarten van Poelgeest (GroenLinks): „Voor 80 tot 90 procent van de woningen die Almere wil bouwen, geldt dat ze de natuur in elk geval niet aantasten. Laten we daarmee beginnen. En laten we ook beginnen met een IJmeerverbinding en met het verbeteren van de ecologie van het Markermeer en IJmeer. Of er vijf- tot tienduizend woningen in het water kunnen worden gebouwd, is het onderzoeken waard. Maar dat komt later wel. Het is geen must.”

Almere moet zestigduizend woningen bouwen die nodig zijn bij de groei van het noordelijke deel van de Randstad. De stad is zowat de enige plaats in de omgeving van de Randstad waar nog ruimte is. Op andere plaatsen stuiten bouwplannen voortdurend op bezwaren. Het Groene Hart moet gespaard blijven, net als Waterland en nog een paar gewaardeerde landschappen.

De Almeerder wethouder Adri Duivesteijn (PvdA) legt uit dat de groei van Almere voor Noord-Holland en Utrecht tot doel heeft hun eigen gebieden te kunnen sparen. Daar wil Almere zich voor lenen, maar dan moet de stad de kans krijgen uit te groeien tot „een sociaal, economisch en cultureel rijke stad”. Daar horen mooie wijken bij. Daar hoort een brug of een tunnel met openbaar vervoer tussen Almere en Amsterdam bij. En daar hoort wat de wethouder betreft ook nog steeds IJland bij, de voorlopige naam van het eiland in het IJmeer. Duivesteijn: „Voor ons is buitendijks bouwen een leuke aanvulling.”

Hinderlijk voor Almere is dat omwonenden en milieubeschermers zo hun eigen ideeën over het gebied hebben. Vereniging Natuurmonumenten wil eerst en vooral dat de matige natuurkwaliteit van Markermeer en IJmeer wordt verbeterd en laat de wenselijkheid van waterwoningen afhangen van de kwaliteit van het ontwerp. Directeur Jan Jaap de Graeff van Natuurmonumenten: „Dit gebied moet een grote beurt hebben.”

De drie vrouwen van actiegroep De Kwade Zwaan uit Waterland willen ab-so-luut geen inbreuk op hun uitzicht over het IJmeer en hun burgemeester Ed Jongmans is het met hen eens.

Waterrecreanten gruwen eveneens van woningen in het IJmeer. Voorzitter Marco Kraal van de Stichting waterrecreatie: „Stel dat Harlingen straks huizen wil gaan bouwen in de Waddenzee. Zouden we dat goed vinden?”

En ook Milieudefensie wil vóór alles de openheid behouden. Klaas Breunissen van de milieuorganisatie: „Met de plannen van Almere wordt natuur op het oude land gespaard. Maar dan ga je toch geen ánder beschermd natuurgebied zoals het IJmeer aantasten?”

De Almeerder bestuurder Duivesteijn hoort het allemaal knarsetandend aan. Als Almere bereid is de ruimtenood van de Randstad op te lossen, redeneert hij, dan moeten anderen niet voortdurend zeggen dat Almere dit of dat niet mag. Almere verwacht „solidariteit” met een stad die „gezond” en „volwassen” wil worden. En als de rest van Nederland die solidariteit niet kan opbrengen, klinkt het dreigend, dan moet men die zestigduizend woningen maar ergens anders bouwen. „Dan moet je niet in Almere zijn.”

Voorlopig even niet praten over IJland, derhalve.